Visie op seks compleet

Visie op Seks - Hoofdstuk 1Hoofdstuk 1 – Het Continuüm

Jean Liedloff introduceerde de term ‘continuüm’ in haar boek ‘The continuum concept’.[1] ‘Het continuüm’ zou je kunnen omschrijven als: ‘De massieve, collectieve beweging van de evolutie in alles wat leeft.’ Het is de onderstroom die onze behoeftes en ons gedrag bepaalt, bewust danwel onbewust. Het continuüm is dat wat ons draagt, dat waarbinnen we ons veilig en geborgen weten. Het is diep verbonden is met wie we werkelijk zijn, met waar we vandaan komen.

Miljoenen jaren ontwikkeling hebben ons gemaakt tot wat we zijn: wezens met een ziel en een lichaam, waarmee we kunnen overleven in een omgeving waar we ons thuis voelen. Het continuüm bepaalt ons natuurlijke gedrag, de manier waarop we ons voortplanten, de manier waarop we onszelf in leven houden, de manier waarop we contact maken, de manier waarop we reageren en de onbewuste consequenties die we verbinden aan onze acties en de dingen die ons overkomen. Het bepaalt ook of we ons gelukkig of ongelukkig voelen.

Het boek van Liedloff beschrijft op sublieme wijze welke gevolgen het heeft voor individu en maatschappij als de meest basale behoefte van een baby: aanraking, niet bevredigd wordt. 
De Vliegende HollandersToen ik zwanger was van mijn dochter woonde ik in een dorp in Noorwegen. Nergens in de verre omtrek vonden we een vroedvrouw of dokter die bereid was ons te helpen met een thuisbevalling, dus we moesten naar het ziekenhuis. De weeën begonnen in alle vroegte, thuis in mijn warme bed. Ik had helemaal geen zin om te gaan, maar het moest. Met tegenzin hees ik me in de auto, het was een half uur rijden. Halverwege de rit braken de vliezen, de persweeën begonnen en ik riep: 
‘Stop de auto!’ 
Mijn man deed bezorgd wat ik vroeg, ik klom uit de auto en ging gehurkt langs de weg zitten. De spits was inmiddels begonnen, maar dat kon me geen moer schelen. Mijn man wel.
‘Wat doe je?’, zei hij. ‘Straks beval je nog hier!’ 
Dat was precies wat ik van plan was. De auto was veel te klein, ik kon geen kant op. Met veel overredingskracht en onder zachte dwang hielp mijn man me weer de auto in. Even later waren we bij het ziekenhuis. We liepen de receptie in. Om de paar meter greep ik me voorovergebogen aan mijn man vast om de volgende wee op te vangen. Een stuk of wat gealarmeerde verpleegsters kwamen met een brancard aanrennen om me naar de kraamafdeling te rijden. 
‘Dat hoeft niet’, zei ik, ‘ik loop liever zelf.’ 
Toen de liftdeuren opengingen zag ik mezelf weerspiegeld in de levensgrote spiegelwand tegenover me. Daar stond ik, wijdbeens, met een enorme buik, mijn haar alle kanten op en een blik zo krachtig, die had ik nog nooit eerder gezien bij mezelf. 
‘Wauw’, zei ik tegen mijn man. ‘Moet je mij zien.’
Het was nog maar een klein stukje van de lift naar de kraamafdeling. We liepen naar binnen, ik had een wee en een verpleegster zei behulpzaam: 
‘Kom maar, ga hier maar liggen’ en wees naar een bed. 
‘Niks liggen’, zei ik. ‘Ik wil een baarkruk.’ 
Terwijl zij op zoek ging naar een baarkruk leunde ik voorover, mijn armen steunend op een commode. Bij de volgende wee werd mijn dochter geboren. Mijn man ving haar op en samen gingen we zitten. Hij legde mijn dochter in mijn armen en pakte ons in met een dekentje. Ik keek naar haar. Haar huid was donker, haar ogen bruin en haar haar pikzwart. Ik keek op naar mijn man om te zeggen hoe mooi ze was, en zag toen pas dat er zo’n vijftien verpleegsters om ons heen stonden. 
‘Zo’n snelle bevalling hebben we nog nooit meegemaakt’, zeiden ze. 
‘Ik ook niet’, zei ik. 
De verpleegster kwam terug met de baarkruk. Die was inmiddels niet meer nodig. 
‘Wil je een prik, zodat de nageboorte er sneller uit komt?’, vroeg ze. 
‘Nee’, zei ik. 
Ze begon aan de navelstreng te sjorren. 
‘Blijf af’, zei ik. De nageboorte kwam vanzelf, mijn man knipte de navelstreng door en de verpleegster zei: 
‘Geef de baby maar hier, dan zullen we haar eens goed wassen.’ 
‘Over mijn lijk’, snauwde ik naar haar en geschrokken deed ze een stap achteruit. Mijn man werkte vriendelijk doch beslist alle verpleegsters de deur uit. Eindelijk rust.
Na een uur besloten we dat het tijd was om naar huis te gaan. We konden haast niet wachten om onze zoon zijn nieuwe zusje te laten zien. Ik nam een douche, mijn man ruimde wat op, onze slapende dochter in het dekentje gewikkeld in zijn armen, en even later liepen we gedrieën naar de receptie, de baby in mijn armen, zijn arm om mijn middel. 
‘We gaan’, zei ik, ‘bedankt voor de goede zorgen.’
Wat?’, zei de receptioniste. ‘Dat kan zomaar niet. Dit is zeer ongebruikelijk. Wilt U even hier wachten?’ 
Nerveus belde ze haar supervisor, die onmiddellijk naar de receptie kwam. 
‘U kunt niet zomaar weggaan’, zei deze. ‘De moeder wordt geacht drie dagen in het ziekenhuis te blijven om te herstellen van de bevalling en het kind moet nog een aantal onderzoeken ondergaan. En U moet nog de papieren ondertekenen.’ 
‘Geef maar hier die papieren’, zei ik, ‘maar ik blijf niet en die onderzoeken kunnen later ook nog.’ 
‘Dit is hoogst ongebruikelijk’, zei de supervisor boos en verdween.
 Even later kwam ze terug met de dienstdoende arts, een knappe man in een witte jas. Deze gaf ons vriendelijk een hand en feliciteerde ons met de geboorte van onze dochter. 
‘Wanneer U naar huis wilt kunnen we U uiteraard niet tegenhouden’, zei hij, ‘we hebben wel vaker te maken met mensen als U. Wanneer dit echter kwalijke gevolgen heeft voor U of Uw baby zijn wij niet verantwoordelijk. De consequenties zijn voor U. Ben ik duidelijk?’ 
We knikten. 
‘Eén ding: we willen U dringend verzoeken het hielprikje wel te laten doen voor U weggaat, omdat we daarmee een levensbedreigende ziekte testen waaraan Uw baby binnen 48 uur kan komen te overlijden.’
Nu had mijn zoon ook een hielprikje gehad: de kraamverzorgster kwam bij ons thuis toen hij een dag of drie was, prikte met een naaldje in zijn hieltje, hij gaf één piep, er kwam één druppel bloed en klaar. Dus we gingen akkoord.
‘Volgt U maar’, zei de dokter. 
We liepen door de gangen van het ziekenhuis naar de afdeling Bloedonderzoek. Onderweg kwam ik vrouwen in witte nachtjaponnen tegen die met doffe blik een plastic bak op wieltjes voor zich uit duwden. Het leken net spoken. 
‘Wat is er met hun gebeurd?’, vroeg ik. 
‘O, die zijn net bevallen’, zei de dokter, ‘net als U. Maar zij zijn verstandig. Zij blijven wel.’ 
Ik begreep dat hun babies in die plastic bakjes lagen. Wie had ze aangepraat dat ze hun kind zelf niet konden dragen?
Bij de afdeling Bloedonderzoek verdween de dokter. Een verpleegster zei: 
‘Geef maar hier, het is zo gebeurd.’ 
‘Nee’, zei ik, ‘ik ga mee.’ 
‘We zorgen er goed voor hoor’, zei de verpleegster sarcastisch, en maakte aanstalten om mijn dochter over te nemen. Ik deed een stap achteruit en zei: 
‘Of ik ga mee, of het gebeurt niet.’ 
De verpleegster keek me gelaten aan. 
‘Ga dan maar mee’, zei ze. ‘Maar Uw man niet.’
 Ik liep achter haar aan naar een ruimte vol metalen commodes en instrumenten. 
‘Nu moet U haar toch echt loslaten’, zei de verpleegster. 
Terwijl de tranen over mijn wangen liepen gaf ik mijn dochter aan haar. Deze werd wakker toen de verpleegster haar op één van de koude tafels legde en begon te huilen. Onverstoorbaar stak de verpleegster een naald in haar hieltje die groter was dan haar voet en begon te knijpen. Zowel mijn dochter als ik begonnen harder te huilen. 
‘Geen bloed’, zei de verpleegster verstoord, ‘ik moet nog een keer prikken.’ 
Mijn dochter begon te krijsen toen ze voor de tweede keer een naald in haar kleine voetje stak en bleef dat doen gedurende de twee minuten dat de verpleegster drie buisjes bloed uit haar voetje perste. Toen ze eindelijk klaar was en ik mijn dochter terugkreeg, die onmiddellijk in slaap viel, zei ze: 
‘Als U hier was gebleven had het ook morgen gekund.’
 Huilend kwam ik bij de receptie, waar mijn man op ons stond te wachten. 
‘Wat is er gebeurd?’, zei hij bezorgd. 
‘Haal me hier weg’, huilde ik, en vertelde wat er gebeurd was. Hij omhelsde me, onze dochter op mijn buik tussen ons in, en zei: 
‘Nog heel even, we moeten de papieren nog ondertekenen. De dokter komt zo.’ 
Na twintig minuten kwam de dokter. 
‘Ah, de Vliegende Hollanders’, zei hij. ‘Het hele ziekenhuis praat over jullie! Als U hier maar wilt tekenen.’

Je kunt wetenschappelijk onderzoeken welke gevolgen het onderbreken van het continuüm heeft, maar daarvoor moet je eigenlijk al afgescheiden zijn van het continuüm. Wetenschappelijk onderzoek is in wezen niet nodig, want we weten allemaal wat het betekent om afgescheiden te zijn van de stroom van het continuüm: het maakt ongelukkig. Het betekent dat onze diepste behoeftes niet langer bevredigd worden: onze behoefte aan veiligheid, aan nabijheid, aan aanraking, aan goed voedsel, aan intimiteit, aan een leven waarin ‘het’ klopt: waarin we in harmonie zijn met de natuur, onze omgeving en onze medemens.

Het gevolg daarvan is simpel: instinctief nemen we waar dat er iets niet klopt, en die waarneming maakt ons onrustig. Het continuüm in ons reageert met alertheid, soms zelfs met angst, en met de onmiddelijke, krachtige en duidelijke impuls tot actie over te gaan om te herstellen wat er niet klopt. Miljoenen jaren evolutie hebben onze instincten zeer gevoelig gemaakt, onze acties zeer doelgericht, en we weten altijd met onmiddelijke zekerheid of iets wel of niet goed voor ons is in het licht van de oerbehoeftes aan veiligheid, voedsel en nabijheid, en we reageren daar onmiddelijk op, met een automatisme en natuurlijkheid die volkomen voorbij ons denken gaat.

Zo huilt een baby als het alleen is, omdat die situatie niet overeenkomt met de wijsheid van het continuüm in hem. Wanneer de behoefte aan aanraking niet bevredigd wordt gaat hij huilen. Dat is wat zoogdierbabies doen: huilen of piepen als ze honger hebben, honger naar voedsel of huidhonger, beiden even essentieel. De baby verwacht dat er aan die behoefte voldaan zal worden; het verwacht ouders die zich overeenkomstig het continuüm gedragen, dus onmiddelijk zullen komen en hem de borst geven, of hem oppakken en tegen zich aan houden terwijl ze sussende en bevestigende geluidjes maken. Als die bevredigende reactie uitblijft ontstaat er angst. Zijn continuüm vertelt hem dat zijn ouders dood og ernstig gewond zijn, omdat dat volgens de eenvoud van de natuur het enige antwoord kan zijn op het uitblijven van hun aandacht en liefde.

Wanneer een pasgeboren baby geconfronteerd wordt met plotselinge kou, herrie, pijn van de te vroeg doorgesneden navelstreng en een ruwe behandeling van onverschillige verpleegsters, wanneer het niet getroost en omhuld wordt door het lichaam, de warmte en de liefde van zijn moeder, raakt het in paniek. Vanuit zijn aangeboren continuüm rekent hij erop om in de armen van zijn moeder te verkeren na zijn geboorte. Dat is zijn geboorterecht, en zijn continuüm slaat alarm als dat niet het geval is. Hij gaat in reactie meestal krijsen, zijn enige mogelijkheid om aan te geven dat er iets grondig mis is. Dit wordt benoemd als: ‘Hij heeft gezonde longetjes’ en vervolgens wordt hij apart gelegd, in een zaal met andere krijsende of apathische babies, zodat de moeder kan ‘uitrusten’.

Iedere moeder weet hoe hartverscheurend het is om je kind te horen huilen. Alles in je reikt uit naar het kind, je wilt het oppakken en troosten, je wilt het de borst geven, je wilt het bij je houden, je wilt het vasthouden en geen seconde meer alleen laten. Maar je moeder of de verpleegster zegt: ‘Als je het nu oppakt verwen je het en leert hij nooit doorslapen.’ De herinnering aan je eigen pijn toen je als baby alleen gelaten werd heb je jaren geleden al verdrongen, dus je negeert je moederinstinct, ookal doet je hele lichaam pijn, ookal krijg je kramp in je borsten en in je buik. Je vecht tegen het continuüm dat in je beweegt en mobiliseert al je wilskracht om trouw te blijven aan je aangeleerde gedrag en aangeboren natuurlijkheid te onderdrukken.

Tegen de tijd dat de baby naar de crèche gaat zijn zowel jij als je baby uitgeput. Want dat is wat er gebeurt als je je verzet tegen het continuüm: je verzet je tegen iets dat oneindig veel sterker is dan al je conditioneringen en cultuurbepaalde gedrag bij elkaar: je verzet je tegen de evolutie zelf, waar jij uit voortkomt. Je werkt jezelf tegen. Niets geeft een onveiliger gevoel dan dat. Inplaats van dat je je gedragen weet door het continuüm heb je nu het gevoel dat je geen grond meer onder je voeten hebt, dat je niet langer deel uitmaakt van iets kloppends, en dat je alles zelf moet doen. Dat heb je als baby geconcludeerd toen je niet gedragen werd door je ouders, door je broertjes en zusjes, door de mensen uit je clan. Je werd alleen gelaten als baby, en dat trauma ben je nooit te boven gekomen.

Uitputting, burnout, vervreemding, een gevoel van geïsoleerd of afgescheiden te zijn, depressie, eenzaamheid en seksuele problemen: het vindt allemaal zijn wortels in dit begintrauma, in deze eerste en cruciale ontkenning van het continuüm in ons. Elk moment in je leven dat hetgeen je ervaart niet overeenkomt met het continuüm, sterf je een beetje. Met sterven bedoel ik: trek je je een beetje terug uit de werkelijkheid, ontstaat er een muur, een onzichtbare laag tussen jou en de rest van de wereld, ga je een beetje minder voelen van het leven dat zich buiten je voltrekt, en voel je je net iets minder deel uitmaken van alles wat er om je heen gebeurt.

Het lichaam heeft miljoenen sensoren, verbonden met onze zintuigen, via welke we verbonden zijn met de werkelijkheid. Met deze sensoren proeven, ruiken, horen, zien en voelen we, en via deze sensoren genieten we. Een prettige geur, een lekkere smaak, een fijn geluid, een mooi beeld, een zachte aanraking: onze sensoren nemen het waar en wij ervaren dat als genot, als geluk. Een nare geur, een vieze smaak, een hard geluid, een afstotend beeld of een onprettige aanraking: onze sensoren nemen het waar en wij ervaren dat als afkeer, als pijn of als ongeluk. Als het onbehagen een bepaalde grens overschrijdt treedt een aangeboren beschermingsmechanisme in werking: de sensoren trekken zich terug, als de voelsprieten van een zee-anemoon, als de tentakels van een pantoffeldiertje, waardoor de ervaring van de pijn of het ongemak vermindert of verdwijnt en we geen last meer hebben van de negatieve prikkel. Zo ruik je bijvoorbeeld na een tijdje in een ruimte waar het stinkt de vieze geur niet meer. Als je dan later buiten bent openen de sensoren zich weer en je ruikt de frisse lucht. Echter: als je te vaak in een stinkende ruimte bent passen de sensoren zich aan: ze blijven ingetrokken. Bij chronische stank, zonder dat er verandering optreedt, dus zonder dat er op het in principe gezonde signaal gereageerd wordt, sterven ze zelfs af. Dan heb je geen last van de stank, maar je ruikt ook het bos niet meer. De term voor deze ongevoeligheid is ‘numbness’.

Deze numbness, dit mechanisme van zelfbescherming, geldt voor alle zintuigen in het lichaam, dus ook voor de huid. De huid heeft verreweg het grootst aantal sensoren van alle zintuigen, waarvan de grootste concentratie in de vingertoppen, lippen, tong en geslachtsdelen zitten. Aanraking ervaren we als iets bijzonder intiems. Een aanraking van de vingertoppen op de blote huid is één van de meest intense zintuiglijke ervaringen die we kunnen hebben. Wanneer we echter als baby en in de loop van ons leven te weinig of op de verkeerde manier aangeraakt worden zal de numbness van ons lichaam zich uitstrekken tot onze huid. We gaan steeds minder voelen en zijn steeds minder in staat om in vervoering te raken van een aanraking, een omhelzing of een zoen. Uiteraard heeft deze numbness, waar vrijwel iedere volwassene in onze cultuur aan lijdt, grote gevolgen voor onze intieme relaties.


[1] Jean Liedloff, ‘The continuum concept’. 1e druk 1986. ISBN: 9780140192452. Nederlandse vertaling: ‘Op zoek naar het verloren geluk’. ISBN: 9789076771571.

Hoofdstuk 2 – Groepsbewustzijn  

 ‘Seks is in een erbarmelijke toestand tegenwoordig. Mannen en vrouwen zijn vergeten hoe de liefde te bedrijven. Dit is de oorzaak van alle ellende in deze wereld.’

 Barry Long – ‘Making love the divine way’

 Ik hoorde deze uitspraak toen ik net twintig was. Vanuit de prille ervaring die ik had met seks herkende ik desalniettemin de ononstotelijke waarheid in deze bijzonder onromantische uitspraak van Barry Long, spiritueel leraar en ‘tantric master of the west’. Seks weerspiegelt als niets anders dat wat wat we werkelijk zijn. Maar wat zijn we? Om te begrijpen waarom seks vaak niet langer een vanzelfsprekende bron van genot en inspiratie is maar eerder een bron van frustratie en problemen lijkt het me zinvol te kijken naar op welke manier onze cultuur en huidige manier van leven daar invloed op hebben. We delen allemaal de numbness die voortkomt uit het gebrek aan aanraking in onze babytijd. Maar wat speelt er nog meer? Welke invloed heeft de spanning tussen cultuur en natuur op ons seksleven? Op welke manier beïnvloedt de verregaande onnatuurlijkheid van onze samenleving ons vermogen om op natuurlijke wijze te genieten van lichamelijkheid, intimiteit en seks? Welke symptomen kenmerken ons? Op welke manier kunnen we de werkelijkheid rondom seks zo dicht mogelijk naderen?

Vanaf dat ik in aanraking kwam met Barry Long lieten deze vragen me niet meer los. Of eigenlijk was het nog eerder. Het was vanaf mijn eerste seksuele ervaringen, waarbij ik altijd het gevoel had dat het op de één of andere manier niet was wat het zou moeten of kunnen zijn. Sindsdien heb ik mijn leven gewijd aan het doorgronden van het mysterie. Het volgend hoofdstuk benadert ons aangeboren groepsbewustzijn en het daaruit voortkomende aanpassingsvermogen en gedrag.

Het verhaal doet de ronde dat tijdens de Koude Oorlog Amerika een groot aantal undercover spionnen naar Rusland stuurde om informatie te verzamelen over de vijand. De soldaten waren de beste uit de selectie, met hart en ziel toegewijd aan hun missie en bereid alles te geven voor het vaderland. Conform hun opdracht voegden ze zich helemaal in in de Russische samenleving, waarbij ze ook vaak trouwden en een gezin stichtten. De eerste twintig jaar verliep het project bijzonder slecht. De Amerikaanse spionnen hielden het vrijwel nooit langer dan drie jaar vol. Sommige soldaten braken voortijdig hun missie af en keerden terug naar Amerika, anderen verbraken het contact en verdwenen voor altijd achter het IJzeren Gordijn, en weer anderen bleken na verloop van tijd overgelopen te zijn naar de vijand en te spioneren voor Rusland.

Na langdurig onderzoek vonden Amerikaanse psychologen de oorzaak: geen enkel individu heeft de kracht om zijn oude waarden en normen vast te houden wanneer hij langer dan drie jaar onder invloed is van een ander systeem. Met andere woorden: de enorme kracht van de groep werd in dit geval dermate onderschat dat men geloofde dat één enkel individu in staat was om onafhankelijk te blijven van de groep terwijl hij er tegelijkertijd deel van uitmaakte. De onderzoekers vonden hulp bij de ervaringen van Tibetaanse monnikken die ten tijde van de Chinese invasie naar Amerika waren gevlucht. Voor velen van hem bleken de verleidingen van de Amerikaanse samenleving te groot en gaven ze na verloop van tijd toe aan verleidingen waarvan ze in Tibet het bestaan niet eens kenden. 

‘Wanneer je een individu verwijdert uit zijn oorspronkelijke sociale omgeving’, kwamen de onderzoekers tot de conclusie, ‘zal deze zich onwillekeurig aanpassen aan de nieuwe sociale omgeving en doorgaans niet in staat zijn zijn oude normen en waarden te handhaven.’ Daarop besloten ze om de spionnen niet langer alleen uit te zenden, maar in groepjes van minimaal vier soldaten die verplicht waren om elkaar minstens één keer per week te ontmoeten. Organisatorisch werd het allemaal veel ingewikkelder, maar in de daaropvolgende jaren nam het aantal soldaten dat faalde in de missie drastisch af en werd deze succesvol afgesloten toen in 1989 de Koude Oorlog voorbij was.

Wij mensen zijn groepsdieren. Het individualisme dat we in onze cultuur uitgeroepen hebben tot een recht en een kunst stelt niets voor. Wanneer we geboren worden verwachten we deel uit te maken van een groep die ons gaat leren hoe de werkelijkheid in elkaar zit, hoe we moeten overleven, hoe we ons horen te gedragen en hoe we ons tot een volwaardig en gelukkig groepslid kunnen ontwikkelen. Onze kindertijd duurt relatief erg lang vergeleken met andere diersoorten. Dit heeft te maken met onze relatief hoge mate van intelligentie. Hoe intelligenter de diersoort, hoe langer de kindertijd duurt en hoe groter de afhankelijkheid van de omgeving voor de ontwikkeling van het individu.

Onze hersenen hebben een enorm potentieel en pas na onze geboorte, met name in de eerste drie jaar, maken deze hun echte groei door en specialiseren ze zich. Uit modern hersenonderzoek blijkt, in tegenstelling tot wat we eerder geloofden, dat onze hersenen eigenlijk nooit uitgegroeid zijn en zich gedurende ons hele leven blijven ontwikkelen, maar de mate van ontwikkeling in de eerste jaren is spectaculair. Onze manier van leren maakt ons in hoge mate ontvankelijk voor de impulsen, signalen, regels en lessen die via de andere groepsleden naar ons toekomen. We hebben een diepgeworteld vertrouwen in de juistheid van wat we leren van onze ouders en andere groepsleden. Dit vertrouwen maakt ons bijzonder sociaal, loyaal en beïnvloedbaar. Met name in het begin van ons leven zijn we volkomen afhankelijk van de groep waartoe we behoren, en het komt niet in ons op te twijfelen aan de juistheid van wat we daar leren.

Deze openheid, dit menselijke, onvoorwaardelijke vertrouwen maakt ons kwetsbaar. In principe hebben we geen aangeboren onderscheidingsvermogen waarmee we zouden kunnen herkennen dat hetgeen onze ouders of andere opvoeders ons aanbieden niet klopt. Het continuüm heeft tot nog toe geen rekening gehouden met die mogelijkheid en weet niet hoe te reageren op signalen die aangeven dat het wellicht niet terecht is om te vertrouwen op hetgeen je ouders en de groep als geheel je aanbieden aan waarden, normen en gedragsregels.
Omdat we voor onze ontwikkeling afhankelijk zijn van de groep hebben we allerlei natuurlijke mechanismes die ervoor zorgen dat we als lid van de groep geaccepteerd zullen worden. Eén van de belangrijkste mechanismes is ons aanpassingsvermogen. Al na een paar maanden beginnen we als baby het proces van aanpassen en imiteren en we voelen ons diep gelukkig wanneer hetgeen we doen erkend en goedgekeurd wordt. Als mamma lacht wanneer we een kirgeluidje maken is dat de stimulans die maakt dat we het weer gaan doen, en weer, vanuit het verlangen naar haar goedkeuring, die ons een diep gevoel van juistheid geeft, van het recht tot bestaan.
Het groepsbewustzijn dat we tot voor kort kenden in onze samenleving is langzaam maar zeker aan het uitsterven. Eén van de redenen is de industrialisering en verstedelijking in vrijwel alle delen van de wereld. In een tempo dat niet bij te houden is voor het continuüm voltrekken zich enorme veranderingen op het gebied van nieuwe groepsvorming en het uiteenvallen van oude groepen. Desalniettemin maken we nog steeds deel uit van verschillende groepen – die oerbehoefte is nog even levend in ons als toen we nog als primaten in de bomen leefden. Ons gezin, onze familie, onze grootouders, onze ooms en tantes, onze neven en nichten zijn een belangrijke groep waarvan we deel uitmaken. Daarnaast zijn er andere groepen: de vriendenkring, de collega’s, de medestudenten, het koor, de yogaschool, de voetbalclub, de kerk, de moskee of de coffeeshop. De passie waarmee pubers zich identificeren met de groep waartoe ze behoren komt voort uit deze diepgewortelde behoefte ‘to belong’.
Het gezin is tegenwoordig vaak de belangrijkste groep, zeker omdat we ons tegenwoordig als gezin steeds meer isoleren, maar is gezien vanuit continuüm-principes te klein. Kinderen krijgen binnen het gezin meestal te weinig input om zich adequaat te ontwikkelen en de thuisblijvende ouder maakt te weinig mee, wat ten koste gaat van haar of zijn welbevinden en ontwikkeling. Het geïsoleerde gezin is geen natuurlijke maar een economische uitvinding. Vanuit economisch oogpunt is het heel voordelig om mensen te isoleren in eenheden van ongeveer vier personen. Dat betekent dat al die eenheden een huishouden moeten financieren, iets wat veel meer geld oplevert dan wanneer mensen in groepen van pakweg twintig tot veertig mensen zouden samenleven, iets wat je bij apen nog steeds ziet en wat veel beter past bij onze natuurlijke behoeftes.
De vervreemding van het omringd zijn door mensen die je niet kent – op straat, in de flat, in de winkel, op je werk – is de andere kant van de medaille. Ouders brengen uit noodzaak hun kinderen steeds vroeger naar de créche. De afwisseling die dat het kind biedt is zeer welkom voor de hyperontvankelijke hersenen van het kind, maar de anonimiteit van de groepsleidsters en de andere kinderen, die in moderne crèches vaak voortdurend wisselen, zijn voor het kind bijzonder bedreigend. Een kind benadert ieder persoon in haar kleine wereldje vanuit de veronderstelling dat deze tot haar groep behoort en schenkt daarom iedereen haar onvoorwaardelijke vertrouwen en openheid. Het is een vrij bizarre ontwikkeling dat veel ouders hun kinderen uitbesteden aan mensen die ze zelf nauwelijks kennen, en daarmee een belangrijk deel van de opvoeding uit handen geven aan vreemden. Zelfs een aap zou dat niet in haar hoofd halen. Ook het hartverscheurende verdriet van een kind dat voortdurend afscheid moet nemen van tijdelijk ingehuurde verzorgers, de oppas, de crècheleidsters, juffie en meester, wordt vaak niet begrepen. Voor een kind betekent dat dat de groep waar ze deel van uitmaakt uit elkaar valt, en vanuit het continuüm gezien is dat vreselijk. De hechtingsstoornissen die daaruit voortkomen worden zelfs in de moderne psychologie over het hoofd gezien.
Een natuurlijke groep bestaat uit maximaal 80 personen. Het is een groep waarbij iedereen elkaar kent en waar iedereen zijn plek weet, waar wederzijds vertrouwen mogelijk is en waar voldoende impulsen en afwisseling mogelijk zijn om alle groepsleden te geven wat ze nodig hebben. Het is een groep waarbij de taken eerlijk verdeeld zijn op grond van ieders talenten, waar samen voor voedsel, onderdak en de kinderen gezorgd wordt. Een dergelijke groep biedt de optimale combinatie van veiligheid en avontuur, geborgenheid en afwisseling, voorspelbaarheid en uitdaging, rust en risico.
Door de media kan ieder individu tegenwoordig informatie en nieuws verzamelen van over de hele wereld. We weten hoe het eraan toe gaat in De Derde Wereld, we weten van de vrouwenbesnijdenis in Afrika, de kinderprostitutie in Thailand, de kindhuwelijken in India, de Taliban in Iran, en ga zo maar door. Daarnaast kunnen we vrijwel overal naartoe als we dat zouden willen. Bestel een ticket op internet, betaal met je creditcard en binnen 24 uur ben je aan de andere kant van de wereld. In zekere zin zijn we één grote familie geworden, met meer dan zes miljard familieleden. Deze nieuwe, magegrote clan is volkomen nieuw in de geschiedenis van de mensheid. Zoiets heeft nog nooit eerder plaatsgevonden. Echter: de werkelijkheid van een familie die bestaat uit zeven miljard neven en nichten waar de ene helft honger lijdt en de andere helft lijdt aan obesitas is ondraaglijk. Vandaar dat we ons afsluiten voor de informatie die via internet en TV op ons afkomt. Het is te overweldigend.
Kortom: het gezin is te klein en de wereld is te groot. Wat doet dit met onze kwetsbaarheid en natuurlijke openheid ten aanzien van onze clan, de groep waartoe we behoren?
Wij zijn vanuit biologisch oogpunt zoogdieren die in groepen leven. We komen hulpeloos ter wereld en zijn afhankelijk van de zorg en liefde van andere mensen om te overleven. Wij zijn intelligente, complexe, hypergevoelige wezens. Van nature voelen we ons niet gelukkig voelen als we alleen zijn of als we anders zijn dan de rest. Iedereen kent de onzekerheid van het uit de toon vallen wanneer we niet de juiste kleding dragen, de verkeerde opmerking maken, niet weten wat er van ons verwacht wordt op een feestje of een vergadering of wanneer we in een ander land zijn en onze gebruikelijke gewoontes hilariteit danwel een diepe afkeuring oproepen. Deze onzekerheid is de resonans van het continuüm in ons.

Natuurlijke selectie

Er is een zeker kader waarbinnen een dier of mens zich kan gedragen zonder het risico te lopen niet geaccepteerd te worden door de groep. Zolang de voorwaarden om geaccepteerd te worden overeenkomen met het continuüm-principe, dat wil zeggen: zolang de voorwaarden gericht zijn op harmonie binnen de groep en een goed functioneren van de groep binnen de omgeving waarin het verkeert, werkt dit buitengewoon goed.
Bij de meeste zoogdieren zie je dat wanneer een lid van de groep zich vreemd of niet overeenkomstig de regels gedraagt, deze verstoten of vermoord wordt. Een moeder bijt haar jong dood als deze zich niet volgens haar verwachtingen gedraagt, bijvoorbeeld wanneer één van de jongen niet beweegt, niet goed ruikt of niet het juiste geluid maakt. Een dier dat voor zijn beurt eet of toenaderingen doet tot paren wordt hardhandig terechtgewezen. Deze onverbiddelijkheid lijkt wellicht wreed, maar is een natuurlijk iets. Het waarborgt het voortbestaan van de soort en het vormt de kern van ons gedrag.
Een probleem ontstaat wanneer we op een zeker moment ervaren dat de verwachtingen van buitenaf, waaraan we instinctief tegemoet proberen te komen, niet langer overeenkomen met onze aangeboren, evolutionair bepaalde verwachtingen. Onze natuurlijke instincten functioneren alleen binnen een zeker kader – wanneer dit kader overschreden wordt ontstaat er kortsluiting en weten we niet meer wat we moeten doen. Zo kan het zijn dat er van je verwacht wordt dat je de hele dag stil zit, terwijl je lichaam gemaakt is om te bewegen. Zo kan het zijn dat er van je verwacht wordt dat je aardig doet of leiding aanvaardt van mensen van wie je weet dat ze niet te vertrouwen zijn of incompetent zijn, omdat je dat aan hun gedragingen en gezichtsuitdrukking kunt zien. Zo kan het zijn dat er van je verwacht wordt dat je iets eet waarvan je lichaam zegt dat het niet goed voor je is, en dat je straf krijgt wanneer je dat weigert. Zo kan het zijn dat je urenlang alleen gelaten wordt terwijl je niet begrijpt waarom, of dat je dag in dag uit bij vreemden wordt gebracht die onverschillig tegen je doen zonder dat je begrijpt waarom. Zo kan het zijn dat je tot kindsoldaat wordt opgeleid of door je vader wordt misbruikt, dat je op je zesde zes uur lang voor de TV zit of als je drie weken oud bent al door je overwerkte ouders naar de crèche wordt gebracht.
Deze situatie leidt uiteindelijk tot een vervreemding van zowel de groep als van onszelf. We begrijpen niet langer wat er van ons verwacht wordt, we voelen ons diep ongelukkig, en om in deze toestand te overleven blokkeren we steeds meer het contact met de werkelijkheid, omdat ze te pijnlijk en bedreigend is om mee om te gaan. Ieder van ons leeft in een staat van permanente verwarring, angst en vervreemding, vanuit het simpele feit dat onze samenleving niet langer gebaseerd is op menselijke waarden.
In onze moderne samenleving komt de neiging ons aan te passen aan de groep onherroepelijk in botsing met onze andere instincten. Omdat onze moderne samenleving op zoveel fronten is afgeweken van wat natuurlijk is kun je niet langer vertrouwen op de juistheid van wat je leert. Je wilt het graag geloven, omdat dat je natuurlijke neiging is, maar je onderliggend continuüm herkent het niet en protesteert.  Wanneer je in een groep verkeert waar van je verwacht wordt dat je je tegennatuurlijk gedraagt moet je als het ware kiezen tussen twee kwaden: wanneer je weigert wordt je gestraft, verstoten of vermoord, maar wanneer je het aanvaardt moet je in gevecht met je eigen natuurlijkheid, wat uiteindelijk ook je dood veroorzaakt. De spanning die hieruit voortkomt is ondraaglijk en levert diepe gevoelens van verwarring en frustratie op – iets wat in onze moderne samenleving heel normaal is, maar wat tegelijkertijd op grote schaal wordt ontkend en onderdrukt.
Een compromis die de meeste mensen aangaan is om zich enerzijds aan te passen aan de groep, maar af en toe een poging te wagen zich natuurlijk te gedragen, in de hoop dat dat niet bestraft zal worden. Een ander compromis is dat de gedragsregels van de groep weliswaar in het openbaar nageleefd worden, maar de natuurlijke verlangens in het verborgene worden bevredigd. Zo gaven vrijwel alle Europese landen zich over aan de nazi’s, maar waren er veel mensen die in het geheim trouw bleven aan hun menselijke waardes, bij het verzet gingen of onderdak gaven aan Joden. Zo zijn heel veel mensen braaf getrouwd, maar gaan ze in het verborgene vreemd.
Nog een manier om de druk van een onnatuurlijke samenleving te verlichten is om het verzet op symbolische wijze te uiten door middel van kunst, literatuur of film. Zolang de symboliek tegen de werkelijkheid aan schuurt, maar haar niet direct in het licht brengt, is het aanvaardbaar. Zo kon Charlie Chaplin aan het begin van de Tweede Wereldoorlog een film maken die zowel Hitler als het nazisme belachelijk maakte en in wezen een openlijke aanklacht was tegen het huidige regime, zonder zichzelf daardoor in gevaar te brengen.[1]
Een andere aanpassing die wij als mensen beschikbaar hebben in een wereld waar natuurlijkheid zelf bestraft wordt is dat we onze werkelijke gevoelens blokkeren om mee te kunnen doen met de groep. Dit draagt bij aan de eerder genoemde ‘numbness’: de chronische gevoelloosheid die we ontwikkelen om onszelf te beschermen tegen de pijn van een ondraaglijke, onbegrijpelijke werkelijkheid.
We kennen allemaal de innerlijke spagaat van enerzijds het verlangen naar deel uitmaken van de groep en anderzijds het verlangen onszelf te mogen zijn. Dit verklaart deels waarom zoveel mensen tegenwoordig hun groep (familie, religie, partij) verlaten, op zoek naar een andere groep waar ze zich wel thuis voelen. Dit is evolutionair gezien een volkomen nieuw fenomeen. Het illustreert dat de mens de intelligentie bezit om eeuwenoude gedragspatronen te veranderen als het echt noodzakelijk is. Momenteel zitten we in een enorme omwenteling wat betreft het menselijk gedrag. Overal vallen groepen uiteen en vormen nieuwe groepen zich in reactie op de onwaarachtigheid die de huidige samenleving kenmerkt.
Vanuit het verzet tegen de onaanvaardbare eisen van een onnatuurlijke groep kunnen nieuwe groepen ontstaan die geënt zijn op het gedeelde verlangen de bestaande groep te vernietigen. Dit is een natuurlijke reactie op een onnatuurlijke situatie en verklaart waarom zoveel jongeren zich zogenaamd asociaal gedragen. In mijn optiek is het verzet van de jonge leden binnen een groep een illustratie van de incompetentie van de leiders van deze groep, en niet andersom. Eén van de redenen dat jongeren zo hartstochtelijk een bepaalde groep omhelzen en bereid zijn voor hun kameraden te vechten en te sterven is omdat ze het contact met hun oorspronkelijke familie lang geleden verloren zijn. De agressie waarmee ze zich identificeren met de groep is verbonden met de diepe pijn van afgescheidenheid die ze voelen.
Kortom: Ons natuurlijke aanpassingsvermogen is bijzonder creatief in het vinden van oplossingen en overlevings-strategiën om in deze beschaving te overleven en een zeker niveau van welbevinden te ontwikkelen. Een nog niet eerder genoemde strategie is dat we onze behoefte aan veiligheid, intimiteit en ergens toe behoren volledig op onze relatie projecteren. Dit maakt onze partner onze enige groepsgenoot. Het is de enige met wie we zo intiem zijn dat we hem durven aanraken, knuffelen, omhelzen en vasthouden, het is de enige met wie we slapen en het is de enige die we echt vertrouwen. Deze exclusiviteit van de relatie vormt een groot probleem. Het feit dat we voor onze meest basale behoeftes: die van aanraking, huidcontact, intimiteit, vertrouwen, gezelligheid, uitwisseling, inspiratie, uitdaging, afwisseling en variatie, aangewezen zijn op één persoon, legt namelijk een veel te zware druk op de relatie.
Tot voor kort was iedere relatie ingebed in een netwerk van andere relaties. Het was niet zo dat we onze seksuele relatie als minder uniek beschouwden, maar we onderkenden onze menselijke sociale behoeftes om met meer mensen een verbinding te hebben. In ons dagelijks leven werden we omringd door andere volwassenen, mannen en vrouwen, kinderen, ouderen, die we in meer of mindere mate kenden, en met wie we onze werkzaamheden en bezigheden deelden. De rijkdom en variatie aan indrukken deed onze intelligentie eer aan, ze bevredigde onze behoefte aan ontwikkeling en variatie en maakte dat we onszelf op allerlei manieren konden bezighouden, ontwikkelen, nuttig maken en vermaken. Toen echter het Aquarium-tijdperk: de grote vervreemding begon, tijdens de verstedelijking van de samenleving, werd ook onze angst groter om met vreemden een band aan te gaan. Waarop moesten we onze keus baseren?
De verbetenheid en het totale gebrek aan onderscheidingsvermogen van waaruit we  ons vaak vastklampen aan die ene persoon die ons gelukkig moet maken heeft niet zozeer te maken met liefde als wel met bovenstaande versmalling van ons dagelijks leven. Wanneer we nog steeds in groepen zouden leven die qua grootte en natuurlijkheid bij ons zouden passen zou dit hele probleem niet bestaan.

[1] ‘The Great Dictator’ van Charlie Chaplin, 1940

Hoofdstuk 3 – Het individu

Daar ben je dan, geboren vanuit de verwarde keuze van ouders die dachten dat het zo hoort. Je komt terecht in een wereld die zo onveilig is dat je vanaf het begin in de stress schiet. Je weet niet of je welkom bent en of er van je gehouden wordt omdat de natuurlijke signalen daartoe uitblijven. Je wordt vrijwel meteen geïnstutionaliseerd, gemeten en gewogen en verteld stil te blijven zitten. Wanneer je in de pubertijd komt ontbreken totaal de basisvaardigheden die je nodig hebt om je seksualiteit te leren beheren, waardoor je voortdurend aangevallen en bekritiseerd wordt voor de rare sprongen die je maakt. Je krijgt geen enkele hulp of uitleg, niemand ondersteunt je en het leven komt je voor als één grote chaos.
Het proces van volwassen worden verloopt gaandeweg niet kalmer en evenwichtiger. Integendeel, de consequenties van je acties worden steeds groter. Wellicht ben je wanneer je bijna 30 bent de strijd zo moe dat je je uiteindelijk niet langer verzet en meer gaat doen wat er van je verwacht wordt. Wat betreft je ware missie tast je in het duister, je hebt geen idee wat je talenten zijn of waar je grenzen liggen, maar louter op grond van wat je het minst bedreigend lijkt maak je keuzes die de rest van je leven bepalen. De gevolgen van je gebrek aan inzicht en volwassenheid worden naarmate je ouder wordt pijnlijk zichtbaar. Je werk is onbevredigend, je relatie loopt op de klippen en je kunt je fysieke aftakeling niet langer verbergen. Op dit punt geef je het doorgaans op en leef je nog zo’n dertig jaar totdat je gedesillusioneerd sterft.
Hoe deze negatieve spiraal, dit hopeloze vooruitzicht te doorbreken? Misschien is het een goed begin om te kijken naar welke gevolgen de spanning die deze cultuur met zich meebrengt heeft op het fysieke lichaam. De eenzaamheid en paniek van een baby die niet voldoende aangeraakt en bewogen wordt vertaalt zich in verkramping en een vermindering van de sensitiviteit van de huid en zintuigen. De term voor deze toestand is ‘numbness’. Wanneer een kind uiteindelijk in de pubertijd komt draagt de manier waarop hij of zij in aanraking komt met seksualiteit vaak bij aan een grotere verkramping, spanning en numbness van het lichaam. Enerzijds zijn er de nieuwsgierigheid en heftige verlangens die zich kenbaar maken, maar anderzijds is er de verwarring en onzekerheid ten aanzien van hoe deze doorgaans geuit worden.
De manier waarop onze samenleving seksualiteit benadert kan voor jonge mensen bijzonder bedreigend zijn. Het is verwarrend om in een wereld terecht te komen waar de media seks presenteert die in niets lijkt op de natuurlijke verwachting die we hebben. Maar juist op deze leeftijd is onze behoefte erbij te horen erg groot en zullen we eerder kiezen voor aanpassing aan wat er van ons verwacht wordt dan luisteren naar dat innerlijke onderscheidingsvermogen dat zegt dat het niet klopt. Zelfverraad, verraad aan de liefde en aan de integriteit van seks ligt op de loer. Dit dilemma, deze spanning tussen enerzijds onze natuurlijkheid en anderzijds onze sterke behoefte ons aan te passen aan de groep neemt tijdens onze pubertijd enorm toe.
Onze samenleving wordt gekenmerkt door een bijzonder hypocriete houding ten aanzien van seks. Pubers voelen dit feilloos aan. Enerzijds krijgen ze geen ruimte om te experimenteren omdat volwassenen zich schamen voor welke uiting van seksualiteit dan ook, maar anderzijds zien ze overal de verborgen maar expliciete verwijzingen naar seks. Openlijk wordt volledig ontkend hoe belangrijk seks is, maar onder de oppervlakte is iedereen erdoor geobsedeerd. Geen enkele industrie heeft zo’n explosieve groei doorgemaakt de afgelopen dertig jaar dan de porno-industrie.
Een van de belangrijkste kenmerken van seksuele energie is dat het zich niet laat onderdrukken. Seksuele energie is krachtiger dan welke andere energie dan ook. Uiteindelijk komt het er toch wel uit, hoezeer we het ook proberen te onderdrukken. Jongeren die kiezen voor woede vinden in hun vandalisme en agressie tenminste een uitlaatklep voor hun overmaat van seksuele energie. Het is niet de fout van jongeren dat ze zoveel energie hebben, het is de fout van de samenleving dat wij ze geen veilige ruimte kunnen bieden waarin ze spelenderwijs hun seksualiteit kunnen onderzoeken, risico’s kunnen nemen die niet levensbedreigend zijn en fouten kunnen maken die makkelijk te herstellen zijn.
Een van de redenen dat volwassenen zich vaak op seksueel gebied nog zo onvolwassen gedragen is omdat ze nooit een pubertijd hebben gekend waarin ze zich binnen veilige kaders konden uitleven en konden leren van hun fouten. De pubertijd is nu zo onveilig dat risico’s nemen vaak leidt tot abortus, zwangerschap, geweld, verkrachting, familieruzies en verbroken familiebanden, fysieke en emotionele schade en soms zelfs de dood. Alle kaders ontbreken, en de jongeren van deze tijd zijn meer dan ooit aangewezen op zichzelf. Het voordeel daarvan is dat ze daar ook sterk en eerlijk van worden en eerder dan de voorgaande generaties bewust zullen worden van het feit dat hun daden consequenties hebben.

Het Axe effect

Nogmaals: Seksuele energie en de daaruit voortkomende behoeftes, verlangens, impulsen, signalen en gedragingen laten zich niet onderdrukken, al probeert een kerk of een samenleving dat soms letterlijk eeuwen achter elkaar. Het lukt vaak wel gedeeltelijk, aan de oppervlakte of aan de buitenkant, maar verborgen in de diepere bewustzijnslagen van de mens en in de schaduwen van de samenleving vindt seks altijd een uitweg. Het levert een maatschappij op die in zekere zin gespleten is: enerzijds wordt seks ontkend en anderzijds is het de grootste inkomstenbron van media en reclame.
Sinds de seksuele revolutie wordt ook de ontkenning van seks ontkend en gaan we prat op onze vermeende openheid, tolerantie en vrijheid ten aanzien van seks. We schamen ons voor onze schaamte, verlegenheid en onzekerheid, dus we proberen deze te verbergen. Voor de ander, maar ook voor onszelf. Dit levert een seksuele gelaagdheid op waarin niets is wat het lijkt en wat soms tot hele grappige paradoxen leidt. Het fenomeen geur is hier een goed voorbeeld van. Vanaf onze pubertijd produceren onze hormoonklieren geurstoffen die bedoeld zijn om het andere geslacht aan te trekken en seksueel te prikkelen. Deze geurstoffen lijken op muskus, de geur die herten produceren wanneer ze bronstig zijn. Muskus is één van de belangrijkste ingrediënten in parfum. Deze sexy geur verspreiden we via onze zweetklieren, met name die van de seksuele organen en de oksels. Het schaamhaar en okselhaar hebben onder meer de functie om die geur vast te houden, zodat we ervan verzekerd zijn dat onze signalen opgevangen worden en het gewenste effect hebben.
Ingegeven door schaamte ten aanzien van onze overduidelijke seksuele verlangens proberen we de signalen die ons verraden te verbergen: we scheren onze oksels en ons schaamhaar en gebruiken deodorant om ervoor te zorgen dat onze eigen lichaamsgeur niet langer te ruiken is. Een interessante vraag tussendoor is waarom vooral vrouwen dit doen, en mannen niet. Zijn het nog steeds de vrouwen die zich het meest schamen voor het feit dat ze seksuele wezens zijn?
Terug naar onze gladgeschoren, reukloze lijven. De meest populaire deodorant voor mannen is op dit moment Axe. In alle spotjes van Axe is de boodschap overduidelijk: ‘Gebruik Axe en je wordt onweerstaanbaar voor vrouwen.
Axe heeft een heftige geur die aan musk doet denken, en zo is de cirkel rond: onze natuurlijke seksuele signalen proberen we uit schaamte te verbergen, maar ergens voelen we dat we daarmee minder aantrekkelijk worden, dus we compenseren dat met een synthetisch, sexy geurtje uit een flesje. Fijn voor Axe, maar een omweg voor ons.
Helaas werkt dit fenomeen van het uitzenden van seksuele prikkels via onze geur alleen goed als de man of de vrouw redelijk gezond is. Zo niet, dan worden de hormonale geuren die als seksueel aantrekkelijk ervaren worden door het andere geslacht vermengd met de geur van afvalstoffen die óók door de zweetklieren worden uitgescheiden. De geur van afvalstoffen ervaren we als vies, penetrant en afstotend: ze geven ons het instinctieve signaal dat deze persoon niet gezond is en daarmee minder aantrekkelijk wordt als mogelijke seksuele partner. Daarom gebruiken we ook deodorant: om te verbergen dat we eigenlijk vol zitten met afvalstoffen en helemaal niet gezond zijn. In plaats van gezond te worden zodat onze natuurlijke lichamen onweerstaanbaar worden voor het andere geslacht en onze geliefde opgewonden wordt van de geur van onze behaarde oksels, scheren we het bewijs af, onderdrukken we de echte geur en vervangen het door een nepgeurtje. De schaamte geldt dus niet alleen onze seksuele schaamte, maar ook onze schaamte voor de toestand waarin ons lichaam verkeert. Wat mij betreft is de seksuele schaamte volkomen onterecht en geconditioneerd, maar is de schaamte wat betreft de vervuiling van ons lichaam meer dan terecht.

Het Playboy effect

Het scheren van het schaamhaar is nog niet zo lang gebruikelijk en heeft niet alleen als oorzaak dat we ons schamen voor onze lichaamsgeur. Een dieperliggende oorzaak is de bizarre paradox van onze gecombineerde ontkenning van en geobsedeerdheid door seks.
Iedereen weet dat foto’s in tijdschriften worden geretoucheerd zodat de modellen, celebrities en belangrijke personen er jonger, gezonder en aantrekkelijker uitzien dan ze eigenlijk zijn. Minder bekend is dat bij erotische tijdschriften zoals de Playboy ook de vagina’s van vrouwen worden geretoucheerd. Tot wat? Tot een netjes, strak spleetje dat lijkt op dat van een meisje van acht. In een bijzondere documentaire[1] over de nieuwe trend in Amerika: vaginale correctie, interviewt de maakster de hoofdredacteur van de Playboy en vraagt hem waarom in godsnaam de vagina’s van vrouwen geretoucheerd worden tot een kaal spleetje in zijn erotische tijdschrift. De hoofdredacteur van de Playboy antwoordt verrassend eerlijk. Hij zegt:
‘Omdat echte vagina’s als bedreigend en daarom als aanstootgevend ervaren worden.
Hier zien we weer dezelfde paradox: porno moet mogen, maar de seksuele signalen mogen niet te sterk zijn. De trend die hieruit voortkomt is dat mannen en vrouwen een volkomen onrealistisch beeld krijgen over hoe een vagina eruit ziet.
Vagina’s van kleine meisjes zien eruit als een kaal, glad spleetje waar de binnenste schaamlippen verborgen zijn door de buitenste schaamlippen. In de pubertijd groeit niet alleen het schaamhaar, maar verandert de hele vagina. De binnenste schaamlippen gaan groeien en bij de meeste volwassen vrouwen steken deze in meer of mindere mate uit de buitenste schaamlippen, vooral in opgewonden toestand. Wanneer een vrouw opgewonden is zwellen zowel de clitoris, de binnenste en de buitenste schaamlippen op en wordt de vagina rood, soms dieprood van kleur. In combinatie met het vocht van haar sappen kan een vagina er dan indrukwekkend uitzien – in feite doet ze dan sterk denken aan een rode roos, wat wellicht verklaart waarom rode rozen in onze cultuur een teken van liefde en hartstocht is.
Maar ook al begrijpen we de betekenis van rode rozen nog wel, over het algemeen zien we te weinig vagina’s, en al helemaal niet in opgewonden toestand, om tot ons door te laten dringen dat de meisjesachtige vagina’s uit de Playboy nep zijn. De Playboy wordt wereldwijd door miljoenen mensen gelezen. Het is een pervers feit dat in deze bladen vagina’s van kleine meisjes, dat wil zeggen vagina’s van vrouwen die bij lange na nog niet geslachtsrijp zijn, als sekssymbool worden gepresenteerd. Mannen raken opgewonden, fantaseren, masturberen en komen klaar op de foto’s van een volwassen vrouw met rode lippen, lang haar, grote borsten en een verder uiterst sensueel en uitnodigend lichaam, terwijl de vagina van dat lichaam veranderd is in de vagina van een klein meisje. In hoeverre draagt dit bij aan het feit dat veel vrouwen denken dat er iets mis is met hun vagina wanneer deze er níet uitziet als een klein spleetje? In hoeverre draagt dit bij aan de winst van de farmaceutische industrie die het lef heeft om vagina’s van vrouwen te opereren en een deel van de binnenste schaamlippen af te snijden om het er ‘normaal’ uit te laten zien? En tot slot: in hoeverre levert het beeld van een meisjes-vagina als sekssymbool een verkeerde conditionering op in het brein van de man, waardoor hij onwillekeurig meer opgewonden zal raken van de vagina van een meisje dan dat van een volwassen vrouw?

Zusterschap

Ik was verliefd, maar mijn beste vriendin was het er niet mee eens.‘Volgens mij geeft hij niet echt om je’, zei ze. ‘Hij gaat met iedereen naar bed, het betekent niets voor hem. Zorg dat je niet gekwetst raakt.’ Ik luisterde niet naar haar en bleef verliefd. Na drie jaar monogame relatie was ik ervan overtuigd dat ik het tegendeel had bewezen. Toen maakte hij het uit. Onverschillig, alsof er niks gebeurd was. ‘Ik ben geen type voor een vaste relatie’, zei hij. ‘Dat wist je toch.’ Mijn vriendin troostte me toen ik bij haar kwam uithuilen. ‘Je bent veel te goed voor hem’, zei ze terwijl ik tegen haar zat aangeleund en ze mijn haar streelde. ‘Gelukkig hadden jullie nog geen kinderen.’ Het liefdesverdriet sleet langzaam, maar na een maand of zes kon ik tegen haar zeggen: ‘Je had helemaal gelijk, hij paste niet bij me. Ik ben blij dat het voorbij is.’ ‘Weet je het zeker?’, vroeg ze, ‘ben je er echt overheen?’ ‘Ja’, zei ik. ‘Goed zo’, zei ze, ‘want ik moet je iets vertellen. Ik ben vorige week met hem naar bed geweest.’ ‘Wat?’, vroeg ik. ‘Ja, het was niet gepland ofzo, maar ik kwam hem ergens tegen en je weet hoe hij is hè, altijd op jacht. Je vindt het toch niet erg?’ Ik had het gevoel dat ze me net van een klif had afgeduwd, maar ik zei: ‘Nee hoor, natuurlijk niet, het was toch uit.’ Ze giechelde. ‘Hij heeft inderdaad een grote penis, zeg.’ Ik werd misselijk en vertrok. Een paar dagen later belde ik haar en zei: ‘Ik vind het toch erg. Je bent mijn beste vriendin, en die hoort niet met mijn ex naar bed te gaan.’ ‘Nou, daar denken wij toch anders over’, zei ze. Haar stem klonk onverschillig, kil bijna. Met een vertraagde schok drong tot me door wie ze met ‘wij’ bedoelde. ‘Wij’, dat waren niet langer zij en ik, maar zij en mijn ex. Met dat kleine woordje sloot ze me buiten. ‘Doe nou niet zo moeilijk’, zei ze, ‘het stelde niets voor.’ ‘Daar denk ik toch anders over’, zei ik, en hing op. Onze vriendschap was voorbij.
Vriendschap heeft niet de exclusiviteit van een seksuele relatie, we kunnen gerust meerdere vriendschappen hebben, maar een echte vriendschapsband gaat even diep als een seksuele relatie. Als kind spelen we eindeloos met onze vriendjes. De band die gesmeed wordt tussen leeftijdsgenootjes heeft iets magisch. De spelletjes, de geheimen, de rituelen, de samenzweerderigheid en het wederzijdse vertrouwen zijn uniek en komen tegelijkertijd volstrekt moeiteloos tot stand. Wanneer we ouder worden en het sekseverschil zich doet gelden beperken we meestal de vriendschappen met het andere geslacht en spelen we vooral met onze seksegenoten. Deze verbondenheid wordt gekenmerkt door ontspannenheid, wederzijds vertrouwen, loyaliteit en volstrekte eerlijkheid. Ze worden nog belangrijker wanneer ons seksuele leven begint. Omdat de seksuele spanning ontbreekt ontbreekt ook het hele scala aan voortplantingsimpulsen en het daaruit voortkomende instinctieve en geconditioneerde gedrag. Onze vrienden zijn een haven waar we tot rust kunnen komen, waar we onszelf kunnen zijn, waar we onze relaties met het andere geslacht kunnen bespreken en waarbij we erop kunnen vertrouwen dat onze vrienden of vriendinnen per definitie aan onze kant staan. Het heeft eenzelfde vanzelfsprekendheid als de band die we als kind met onze broers en zussen hadden – als we die hadden en als we binnen de familie-omstandigheden die kans kregen om die natuurlijke vertrouwensband te ontwikkelen. Ten opzichte van onze echte vrienden hoeven we ons niet te bewijzen, hoeven we niets op te houden en kunnen we gewoon onszelf zijn. Vooral vrienden die we al vanaf onze kindertijd of vroege adolescentie kennen bieden ons een stabiliteit, veiligheid en houvast die soms een leven lang duurt.
Vriendschappen verdragen in tegenstelling tot seksuele relaties langdurige periodes van gescheiden zijn zonder dat dat de band verandert. Na jaren kun je elkaar tegenkomen en de draad weer oppakken alsof je elkaar gisteren nog gezien hebt. Vrienden kunnen zo’n weldadige invloed hebben dat je louter door hun aanwezigheid en de onderlinge openheid en eerlijkheid je als het ware jezelf herinnert. Tegenover echte vrienden kun je niet liegen. Wanneer je tegenover een echte vriend zit en probeert te liegen zal deze altijd onmiddellijk reageren met: ‘Wat is er aan de hand?’ Zelfs als je uit alle macht probeert om tegen jezelf te liegen zal het je niet lukken je façade op te houden ten opzichte van je vriend. Je zult jezelf horen praten en weten:
‘Dit lijkt nergens op.’
Een echte vriend zal je wijzen op je leugens en pretentie, maar je niet veroordelen. Hij zal het je niet makkelijk maken wanneer je probeert om hem over te halen het met je eens te zijn, maar hij zal je nooit laten vallen, wat je ook doet. Er is maar één uitzondering op deze regel: verraad.
Omdat ik een vrouw ben heb ik weinig inzicht in vriendschap tussen mannen, maar ik vermoed dat ook daar sprake kan zijn van allerlei vormen van rivaliteit. Gezonde rivaliteit is leuk en een belangrijk element bij spel en sport. Als kind al verzonnen we allerlei wedstrijdjes:
‘Wie het hardste kan!’
‘Wie het langst zijn adem in kan houden!’
‘Wie durft een wurm in zijn mond te doen?’
Gezonde rivaliteit tussen gelijkwaardige individuen daagt ons uit het beste in onszelf naar boven te halen en is daarmee een belangrijke factor in onze ontwikkeling. In wezen zijn alle sporten, spelen en scholen gebaseerd op dit principe van gezonde rivaliteit.
Er is echter een vorm van rivaliteit tussen vrouwen die ik persoonlijk als louter destructief kan zien, en dat is de rivaliteit die ontstaat wanneer we als vrouwen onze wederzijdse loyaliteit opofferen ten voordeel van onze rol als seksuele partner. In een samenleving waar vrouwen niet altijd veilig zijn, waar ze het risico lopen beschadigd te raken in de seksuele relaties die ze aangaan omdat ze of de vrijheid of het bewustzijn niet hebben om een juiste partner te kiezen of zichzelf te beschermen tegen geweld, misbruik, verkrachting, ongewenste zwangerschappen of andere vernederingen, moeten vrouwen elkaar beschermen. De meest effectieve manier om dat te doen is om als vrouw unaniem een man te weigeren wanneer deze een andere vrouw niet goed heeft behandeld. Binnen een samenleving die klein en transparant genoeg is om elkaar te kennen en te weten wat er gebeurt is dit niet moeilijk. Wanneer een man weet dat geen enkele vrouw hem meer in zijn bed welkom zal heten nadat hij een andere vrouw heeft mishandeld of bedrogen zal hij zich beheersen. Wanneer hij echter weet dat hij ermee weg kan komen omdat vrouwen elkaar niet langer steunen zal hij minder zijn best doen.
Ik zeg niet dat mannen per definitie destructief zijn of erop uit zijn vrouwen gewelddadig of respectloos te behandelen. Ik zeg ook niet dat vrouwen altijd het slachtoffer zijn, maar ik zie wel dat geweld en vernedering van vrouwen veelvuldig voorkomen in onze huidige samenleving, en dat één van de redenen is dat vrouwen elkaar niet langer steunen. Het lijkt erop dat vrouwen zo bang zijn de boot te missen en zonder man of kinderen door het leven te moeten dat ze bereid zijn om hun loyaliteit ten opzichte van hun zusters door het slijk te halen. Het lijkt erop dat wij vrouwen ons zelfrespect zodanig kwijt zijn dat we bereid zijn om met een man naar bed te gaan van wie we weten dat hij vreemdgaat, van wie we weten dat hij vrouwen gebruikt en vervolgens afdankt, omdat dat is hoe hij over vrouwen praat, of van wie we zelfs weten dat hij bij één van onze vriendinnen kinderen heeft gemaakt en haar in de steek gelaten heeft omdat hij geen zin had verantwoordelijkheid te nemen voor het gezin. In plaats van dat we reageren door elkaar in bescherming te nemen kiezen we partij voor de man en zeggen:
‘Ze heeft het er zelf naar gemaakt.’
Wij vrouwen hebben elkaar nodig, net zoals mannen elkaar nodig hebben. Hoe veel je als vrouw ook van je partner houdt, hij blijft een man. Hij weet niet hoe het is om zwanger te zijn, om te baren, om te zogen, om te menstrueren of om als vrouw de liefde te bedrijven. Hij weet niets van de intense, subtiele en specifieke dimensies van het vrouw zijn. Hij weet gewoonweg niet hoe het is om vrouw te zijn, en om die reden zal hij nooit de vriendschap met andere vrouwen kunnen vervangen. In elke samenleving is ruimte voor respectievelijk mannen en vrouwen om afzonderlijk samen te komen en in die typisch mannelijke dan wel vrouwelijke sfeer te verkeren. Zo gauw er één man of één vrouw in het verder louter vrouwelijke dan wel mannelijke gezelschap verkeert verandert alles. De kracht van onze seksuele patronen is zo sterk dat alleen de aanwezigheid van iemand van het andere geslacht al maakt dat we ons anders gaan gedragen.
Een gezonde band tussen vrouwen biedt ruimte voor een vorm van rivaliteit die gepaard gaat met nieuwsgierigheid, speelsheid en humor. Wanneer er mannen bij zijn zal iedere vrouw proberen om de aandacht naar zich toe te trekken, maar tegelijkertijd scherp in de gaten houden hoe die aandacht zich verhoudt tot de andere vrouwen in het gezelschap. Later, in het gezelschap van louter vrouwen, wordt hier dan uitgebreid over gepraat.
‘Zag je hoe hij naar haar keek?’
‘Waarom zei je niks terug?’
Zo wisselen vrouwen kennis en ervaring uit, altijd gericht op wederzijdse welwillendheid en behulpzaamheid. Het gaat pas mis als een vrouw haar loyaliteit ten opzichte van andere vrouwen opzij zet en zich alleen maar richt op mannen. Wanneer de seksuele aandacht van mannen belangrijker wordt dan de vriendschap van vrouwen betekent dat het einde van het zusterschap.
Ik was dertien en ging uit met mijn vriendinnen. Met zijn vijven waren we, allemaal zwaar opgemaakt, met hoge hakken en diepe decolletés. Mijn decolleté, een truitje maat 34 met een lage hals, sloeg nergens op, want ik had nog niks, terwijl mijn vier vriendinnen respectievelijk cup B, C, C en D hadden. ‘Je ziet er schitterend uit!’, zeiden ze, ‘wat maakt het uit dat je nog niet zoveel hebt, het truitje past toch!’ Bij de ingang van de discotheek rookten we, nerveus pogend minimaal 16 te lijken. We waren bang om niet binnengelaten te worden. Ik stond zoals altijd achteraan, verstopt achter mijn voluptueuze vriendinnen, omdat ik er het jongste uitzag. Zoals altijd lieten ze ons meteen binnen. Uitgelaten gingen we naar de WC om ons opnieuw op te maken en gingen vervolgens aan de bar zitten. We bestelden een bessenjenever, staken een sigaret op en keken om ons heen. Een groepje jongens had ons gespot en keek ons van een afstandje grijnzend aan. ‘Ik wil die donkere!’, zei mijn vriendin, en alle vijf begonnen we te lachen. ‘Het zijn er precies vijf!’, zei een ander. Terwijl we deden alsof we geanimeerd in gesprek waren over alles behalve hun wierpen we het groepje jongens steelse blikken toe. Na een paar minuten kwamen ze naar ons toe, slenterend, alsof ze toevallig onze richting uitliepen. ‘Hebben jullie misschien een vuurtje?’, vroegen ze, en we wisselden sigaretten en aanstekers uit. ‘Zijn jullie hier al eerder geweest?’, vroeg de donkere jongen. ‘O ja, zo vaak’, zei mijn vriendin. ‘Zij ook?’, zei één van de andere jongens, en wees naar mij. ‘Is dat eigenlijk wel een meisje?’ Ze begonnen alle vijf te lachen, terwijl ik diep bloosde en me diep schaamde voor mijn platte decolleté. Toen ze uitgelachen waren zagen ze dat zowel mijn vriendinnen als ik niet lachten, maar ze met een ijzige blik zaten aan te kijken. ‘Oh sorry hoor’, probeerde de donkere jongen, ‘het was maar een grapje.’ ‘Kom, we gaan’, zei mijn vriendin, ‘we hebben geen zin om te praten met losers zoals jullie’. Eensgezind voegden we de daad bij het woord, het groepje jongens verbluft en verslagen achterlatend. Ik volgde mijn vriendinnen, beschaamd omdat die jongens me belachelijk hadden gemaakt, maar gonzend van blijdschap omdat ze me beschermd hadden.
Volgens mij is ‘Sex & the City’ met name populair geworden omdat het over vriendschap gaat, niet omdat het over seks gaat. In de onophoudelijke en eindeloze dramatiek van het seksleven van de vier vrouwen is hun onderlinge vriendschap de stabiele factor. Ze corrigeren elkaar, ze troosten elkaar, ze delen in elkaars vreugde en verdriet en ze vangen elkaar op als de volgende relatie op de klippen loopt. Hoe onzinnig, belachelijk en onvoorspelbaar ze zich ook gedragen in relatie tot hun minnaars, zo trouw en loyaal zijn ze aan elkaar. Ze maken ruzie met elkaar, ze storten in bij elkaar, ze laten zich van hun lelijkste, domste en slechtste kant zien bij elkaar, maar dat is nu juist de charme van vriendschap. Het is de plek waar je jezelf kunt zijn en niet bang hoeft te zijn daarop afgerekend te worden.
Een leven zonder vriendschap is eenzaam. Het onvoorwaardelijke vertrouwen dat je in je beste vrienden en vriendinnen kunt hebben, de wetenschap dat ze er altijd voor je zullen zijn dat je ze nodig hebt, is iets waaraan we net zoveel behoefte hebben als aan de liefdesband met onze partner. Als een vrouw zich te afhankelijk voelt van de bevestiging van haar rol als seksuele partner en te grote concessies doet aan haar loyaliteit ten opzichte van haar zusters komt daarmee het zusterschap onder grote druk te staan. Het grootste verraad dat een vrouw kan plegen ten opzichte van haar zusters is wanneer ze niet helpt wanneer deze in moeilijkheden is met een man, maar partij kiest voor de man. Onder druk van de maatschappij heeft een vrouw soms geen keus. Wanneer een zusje of vriendin uitgehuwelijkt wordt aan een man van wie bekend is dat hij zich gewelddadig of domweg liefdeloos opstelt ten opzichte van vrouwen kan dit zo ingebed zijn in regels en religie dat geen enkele vrouw kan weigeren. Gelukkig is onze religieuze, maatschappelijke en religieuze vrijheid veel groter en kunnen we in de meeste gevallen zelf kiezen met wie we een relatie aangaan en wie we wel of niet moreel dan wel praktisch steunen.
Ik ken veel vrouwen, inclusief mezelf, die moeite hebben om andere vrouwen te vertrouwen. Het is alsof we ons ergens verraden voelen, zonder precies te weten door wie, of waarom. De oorzaak is zo subtiel, zo diep gelegen, dat het moeilijk is om er precies de vinger op te leggen. Misschien heeft het te maken met de vereenzelviging met onze rol als seksuele partner die maakt dat we niet langer voldoende beseffen hoe belangrijk vriendschap is. Misschien heeft het te maken met de geschiedenis van de afgelopen eeuwen waarbij de overgang van het matriarchaat naar het patriarchaat gepaard ging met een collectieve hekeling van vrouwelijke waarden en daarmee vrouwen op zich. De Inquisitie is daarin een duidelijk gegeven, maar op meer subtiel niveau is het de manier waarop de minachting voor vrouwen een plek heeft gekregen zonder dat het perse uitgesproken of beleden hoefde te worden. Is het mogelijk dat vrouwen vanuit hun eigen gebrek aan zelfrespect behalve zichzelf ook andere vrouwen niet langer serieus nemen? Zijn we zo geïndoctrineerd door het idee dat mannen belangrijker, waardevoller en machtiger zijn dan wij dat we daarmee onze vrouwelijke macht uit handen geven en elkaar niet langer beschermen? Kan het zijn dat we liever niet herinnerd worden aan hetgeen we kwijtgeraakt zijn, namelijk ons respect voor het vrouw zijn en de onvoorwaardelijke loyaliteit ten opzichte van elkaar, zodat we ons liever richten op de bevestiging die we van mannen krijgen, in plaats van ons eigen verdriet in de ogen van onze zusters te herkennen? Worden we liever niet herinnerd aan hetgeen we opgegeven hebben, namelijke onze waardigheid als vrouw? Proberen we te ontkomen aan het zware gevoel van medeplichtigheid aan een samenleving die mannelijke waarden verheft en vrouwelijke waarden verlaagt? Is dat waarom we andere vrouwen proberen te vermijden? Omdat we ons schamen?
Ik weet het niet. Maar los van de oorzaak van onze eenzaamheid en het gemis aan echte vriendschap, pleit ik bij deze voor het in ere herstellen van de vriendschap en het herstellen van het vertrouwen tussen vrouwen en mannen onderling. We hebben elkaar nodig!

[1] ‘Beperkt houdbaar’ van Sunny Bergman. VPRO 2007. http://www.beperkthoudbaar.info

Hoofdstuk 4 – Balls and brains

Je zou je geboorte als baby de geboorte van sensualiteit kunnen noemen, en je geboorte als puber de geboorte van seksualiteit. Het is belangrijk dit onderscheid aan te brengen, omdat het nogal eens verward wordt.
Een baby is één en al sensualiteit. Een baby-lichaampje is rond en romig, ruikt heerlijk, ziet er prachtig uit, roept in vrijwel ieder mens vertedering en verrukking op, en iedereen voelt zich ertoe aangetrokken, wil het vasthouden, zoenen, knuffelen, eraan ruiken en ermee spelen. Het baby’tje zelf, als ze in haar goede doen is, is één en al verrukking en openheid. Alle indrukken die ze binnen het kader van haar natuurlijke instincten kan verwelkomen worden ervaren met groots genot, met onvoorstelbaar plezier. Dat is sensualiteit.
Seksualiteit lijkt op sensualiteit, maar is in zekere zin intenser en gerichter. Het centrum van het genot zijn de geslachtsorganen en niet alle zintuigen, zoals bij een baby. Je zou seksualiteit de volwassenwording van de sensualiteit kunnen noemen, waarbij ook de natuur gediend wordt, want seksualiteit, aantrekkelijk gemaakt door de sensualiteit ervan, leidt tot voortplanting en voortbestaan van de soort. Sensualiteit zou je het vermogen om te genieten van het lichaam en alle zintuigen kunnen noemen, alsmede het vermogen om daar spontaan uitdrukking aan te geven. Seksualiteit is dat wat richting geeft aan sensualiteit.
De weg naar een volwassen seksualiteit gaat via sensualiteit. De mate waarin iemand zijn of haar sensualiteit heeft kunnen behouden is bepalend voor hoe iemand later zijn seksualiteit zal ontwikkelen. Het is niet zo dat sensualiteit overbodig wordt als je je seksualiteit ontwikkelt. Integendeel, sensualiteit en seksualiteit zijn met elkaar verbonden als de zon en de maan, ze hebben elkaar nodig en ze voeden elkaar, ze wisselen elkaar af en maken de genotsbeleving van een volwassen mens compleet. Middels het één kom je tot het ander.
Als mens maken we bepaalde fases door die gekenmerkt worden door verschillende behoeftes. Als je een bepaalde fase niet afrondt omdat de behoeftes die je daar had niet bevredigd werden, kun je niet door naar de volgende fase. Zo kom je via de basale behoeftes veiligheid, koestering, aanraking en sabbelen tot een gezonde ontwikkeling van je sensualiteit, en via je sensualiteit kun je je ontwikkelen tot een volwassen man of vrouw met een gezonde seksualiteit. Dat is de theorie. In werkelijkheid zijn we allemaal voortdurend in regressie om onze ontbeerde behoeftes alsnog in te vullen.
Sommige ouders schamen zich voor de naaktheid en sensualiteit van hun kind en zullen hun best de intieme delen zo weinig mogelijk aan te raken. Als ze een luier verschonen doen ze dat op een onhandige of afstandelijke manier, die voor de baby erg onprettig is. Sommige ouders hebben koude handen en nemen niet de moeite ze te warmen voor ze hun baby aanraken. Er zijn ook ouders die een vies gezicht trekken als ze een luier verschonen. Dan zijn er ouders die het zo druk hebben dat ze de verzorging van hun baby uitbesteden aan vreemden, waardoor je aangeraakt wordt alsof je een big op de lopende band bent. En dan zijn er volwassenen, ouders en verzorgers, die hun seksuele gevoelens niet beheren en opgewonden raken van de geslachtsdelen van een klein babietje en daar zelfs seksuele handelingen aan verbinden. In al deze gevallen zal de baby het gevoel dat er iets mis is overnemen en meenemen in haar latere leven.
Deze periode van totale afhankelijkheid van je ouders, van gewassen en verzorgd worden door anderen, is bepalend voor hoe je je lichaam en fysiek contact met anderen de rest van je leven zult ervaren. Vaak zijn er bepaalde conclusies verbonden aan deze ervaringen, zoals: ‘Ik ben alleen’, ‘Ik krijg niet wat ik nodig heb’, ‘Ik ben niet veilig’, ‘Ik ben vies’, ‘Het leven is koud’ en ga zo nog maar even door. Het verlangen naar aanraking zal echter nooit sterven, hoogstens diep in je onbewuste verdwijnen, waar het blijft hunkeren en op allerlei onbewuste manier zal pogen alsnog te krijgen waar het zo diep naar verlangt.
Na je tweede, derde jaar, wanneer je eenmaal zindelijk bent, worden je geslachtsdelen niet meer aangeraakt door anderen. Je bent zelf nog steeds één en al sensatiezucht in de letterlijke betekenis van het woord: de sensoren van je lichaam, van al je zintuigen, hunkeren naar input, naar sensatie, zijn begerig naar het leven. Je wilt alles voelen, proeven, ruiken, horen, zien en aanraken. Nu leef je echter in een cultuur waar het hoogste goed niet het ervaren van de zintuigen is, maar het beheersen van de zintuigen. Je moet leren jezelf te beheersen, je moet je nieuwsgierigheid bedwingen en je mag niet alles aanraken. Sterker nog, dat wat je het liefste aanraakt: andermans lichaam, mag het minst. Gelukkig heb je andere kinderen om mee te spelen. Het heeft al iets stiekems en onbestemds, dit uitleven van aanraken, spelen, stoeien en het verkennen van je eigen lichaam en dat van de ander, maar je bent nog steeds natuurlijk genoeg om het niet te kunnen laten. Je voelt je wellicht al vaag schuldig, maar je weet niet waarom. Dat zullen je ouders je later wel uitleggen, zeker als je katholiek bent.
Als je een jaar of tien bent raak je anderen al veel minder aan en word je zelf ook minder aangeraakt. Ook het genot van je mond is drastisch verminderd, want je bent vanaf het prille begin al getraind om niet te smakken, niet te likken, niet te schrokken en van alles behalve je eigen bordje af te blijven met je lippen en tong. Waarschijnlijk blijf je net als iedereen voor de rest van je leven oraal gefixeerd door het chronische gebrek aan bevrediging van je mond, lippen en tong.
Je huid, geslachtsdelen, vingertoppen en mond zijn tegen die tijd in een staat van chronische verwaarlozing en behoeftigheid gekomen, maar je hebt nog geen idee. Je gaat er nog steeds vanuit dat je ouders weten wat ze doen, dat de wereld klopt en dat het onbestemde verlangen dat je voelt, dat stille weten dat er iets ontbreekt, aan jou ligt. Als je al iets verzonnen hebt om je behoefte aan aanraking, sensatie of genot te bevredigen, dan doe je het stiekem. Je steelt koekjes uit de trommel als niemand kijkt, je masturbeert als je alleen op je kamer in bed ligt, of je fantaseert dat iemand je komt halen, iemand die wél van je houdt. Het kan ook zijn dat je jezelf pijn doet door jezelf te krabben, te bijten of te snijden, en de intensiteit van die sensatie je een klein beetje in contact brengt met waar je naar verlangt. Vechten met leeftijdsgenootjes of intens sporten kan ook een grote hulp zijn om je lichaam te voelen en lichaamscontact met anderen te hebben.
Dan kom je in de pubertijd. De groei van je hersenen en de explosie van hormonen zijn vergelijkbaar met die van je eerste levensjaren, en niets kan je levenshonger en verlangen stoppen, net als toen. Alleen: je bent in zekere zin gehandicapt. Je zintuigen zijn afgestompt door de chronische verwaarlozing in je kindertijd. Je bent genegeerd op momenten dat je schreeuwde om huidcontact, wat betekent dat de instrumenten die je nodig hebt om in deze fase inderdaad te vinden wat je zoekt, beschadigd zijn. Je zintuigen werken niet goed, je durft niet aan te raken, je bent je natuurlijke spontaniteit en zelfvertrouwen kwijt. Je bent bang voor afwijzing, al weet je niet meer waarom. Je wordt verliefd, een nieuwe poging van de natuur om je weer in contact te brengen met je zintuigen, met je vermogen om te genieten van de werkelijkheid in al haar dimensies. Maar je durft niet. Je bent zo bang om voor de tweede keer niet te krijgen wat je wilt dat deze tweede geboorte waarschijnlijk even traumatisch wordt als de eerste. Je verlangen naar genot veroorzaakt geen geluk, maar lijden.
‘Het hoort erbij’, zeggen je ouders dan. Vergeet het. Het is hun schuld. Als ze je genoeg hadden aangeraakt toen je klein was en je geen schaamte en schuld hadden bijgebracht rondom je natuurlijke gedrag, als ze je behoeftes hadden beantwoord inplaats van te luisteren naar Dr. Spock, de pastoor, hun ouders en andere idioten, had dit begin van je volwassenheid en je seksuele leven er heel anders uitgezien!
Maar de natuur is sterk, gelukkig maar. Immense oerkrachten roeren zich in je, je hormonen breken dwars door je barrières heen. Het lijkt wel alsof overal in je lichaam nieuwe sensoren groeien, en dat is ook zo. Het is een nieuwe kans! Je herinnert je hoe je je voelde als baby, zo levendig, zo wakker, zo intens betrokken bij het leven, en het voelt als een droom, als een vergeten paradijs.
Dit is het begin van je seksuele leven. Zo sta je ervoor. Hoe nu verder? Waarschijnlijk zal het proces van de eerste levensjaren zich herhalen, omdat je zo geconditioneerd bent. Je merkt dat er iets niet klopt, maar je weet niet wat. Je geniet niet zo van je eerste seksuele ervaringen als je zou verwachten, maar je weet niet waarom, en je schaamt je, want je denkt dat je de enige bent. Het meisje of de jongen met wie je bent gedraagt zich vreemd, wil misschien niet aangeraakt worden, voelt verkrampt of reageert raar op wat je doet, maakt ruzie om niks, en je snapt het niet. Je weet niet dat degene met wie je bent net zo beschadigd is als jijzelf. Je wordt afgewezen of je wijst af en het trauma van toen je als baby alleen werd gelaten herhaalt zich. Alleen begrijp je dat niet en het lijkt alsof nu voor het eerst je wereld instort, want die eerste keer heb je verdrongen. Voor de tweede keer besluit je: ‘Ik ben alleen’ of: ‘Dit is een klotewereld’, maar je denkt dat het voor de eerste keer is, en het is minstens even verpletterend als toen.
Maar toch wil je leven, en leven is voelbaar via je zintuigen. Dus richt je je wanhopig op die plekken waar je nog steeds iets waarneemt: je vingertoppen, je lippen, je tong en je geslachtsdelen. Als je met iemand vrijt stort je je met overgave op mond en geslachtsdelen, want daar heb je de meeste kans dat zowel jij als die ander iets voelen.
Aan de ene kant wijzen we onze seksuele organen af en raken we ze veel te weinig aan, waardoor ze hunkeren naar een liefdevolle, ontspannen, niet dwingende aanraking. Maar áls we ze dan aanraken, en helemaal als iemand anders ze aanraakt, gebeurt dat met zoveel honger, dwang, opwinding, anticipatie en spanning, dat ze als het ware overladen worden. Noch verwaarlozing, noch overstimulatie is goed voor het lichaam, en de numbness werkt nu twee kanten op: het beschermt het waardeloze gevoel van niet aangeraakt worden, en het beschermt het even waardeloze gevoel van niet op de juiste manier aangeraakt worden.
Deze fysieke numbness als reactie op zowel te weinig aanraking als overstimulatie zou je het gevoelspantser kunnen noemen. Je herkent het aan de afwezigheid van gevoel, van sensatie, van leven in je hele lichaam, en als je de liefde bedrijft met name in je genitaliën. Dat klinkt in eerste instantie vreemd, maar let eens op, de volgende keer dat je vrijt: wat voel je nu echt?
We hebben allemaal in meer of mindere mate een gevoelspantser. Het goede nieuws is dat de voortschrijdende numbness gestopt kan worden en dat je het tij kan keren naar een grotere gevoeligheid en ontvankelijkheid. Het is mogelijk om terug te keren tot die staat van vanzelfsprekend geluk, van openheid, van gevoeligheid, van onschuld, van gewoon natuurlijk zijn, waarmee je in de eerste plaats geboren werd. Hoe? Herstel het contact met je lichaam. Raak je lichaam meer aan, laat je meer aanraken, en leer om dit op de juiste manier te doen. Dat klinkt vrij eenvoudig in theorie. In de praktijk betekent het dat je een geheel nieuwe weg inslaat, waarbij je je in zekere zin ontworstelt aan het vernietigende effect dat de cultuur waarvan je deel uitmaakt op je heeft gehad tot nog toe. Het zal niet makkelijk zijn, maar het zal de meest betekenisvolle stap zijn die je tot nog toe in je leven hebt gezet.
De magie van de hersenen
Om deze stap te kunnen doen is het zinvol je lichaam beter te begrijpen, en met name de samenhang tussen seksuele energie en de ontwikkeling van je hersenen. De hersenen zijn magisch voor zowel de moderne wetenschap als voor de oude sjamanen. Niemand weet precies hoe ze werken, ze zijn complexer en intelligenter dan de meest geavanceerde computer en ze lijken voortdurend te veranderen.
Een vereenvoudigde weergave van de hersenen verdeelt haar in vier gebieden.
De hersenstam: De hersenstam wordt ook wel ‘de reptielhersenen’ genoemd – het is het oudste gedeelte van de hersenen, dat terug gaat tot de tijd waar de natuur zich ontwikkeld had tot het reptiel. Dit deel van de hersenen gaat over ‘de vijf V’s’: Voortplanten, Vechten, Vluchten, Verstarren, Voeden. Met andere woorden: dit deel van de hersenen gaat over overleven. Voor reptielen gaat het leven over niets anders dan eten en gegeten worden. ‘Eten’ is goed, ‘gegeten worden’ is slecht. Dat wat ze voorhanden hebben om hun overleven te waarborgen is de vijf V’s, en dat functioneert buitengewoon goed: nog steeds is er een wijde variëteit aan slangen, hagedissen en andere reptielen op aarde. De hersenstam is volledig ik-gericht, wat terugkomt in het gedrag van reptielen, die noch in staat zijn tot empathie, noch tot samenwerken. Reptielen zijn puur strategisch en zowel fysiek als emotioneel koud.
De kleine hersenen: Dit gedeelte van de hersenen ontstond toen zoogdieren zich ontwikkelden op aarde. Voor het eerst in de evolutie vormden dieren van dezelfde soort groepen, gingen ze samenwerken en ontstond er affectie tussen de verschillende individuen. Het leven werd een stuk complexer dan bij de reptielen en daarnaast ook speelser, intelligenter en aangenamer. Als wij mensen kijken naar de wereld van reptielen en de wereld van de zoogdieren voelen we ons ook het meest thuis bij de warme, sociale wereld van de zoogdieren, en minder bij de koude, kille wereld van de reptielen. De kleine hersenen zijn in principe Wij-gericht.
De grote hersenen: De grote hersenen zijn nog vrij nieuw in de evolutie – ze ontstonden toen de aap rechtop ging lopen en de communicatie tussen individuen vele malen complexer werd dan daarvoor. Het was in de tijd dat spraak en gezichtsuitdrukking middel van communicatie werd en waar een begin gemaakt werd met abstract denken: het benoemen van dingen in verleden en toekomst, het verbinden van die twee en het bedenken van plannen op grond daarvan.
De frontaalkwabben: Dit onderdeel van de grote hersenen is zo onbekend en ondoorgrondelijk dat we nog nauwelijks weten waar ze voor dienen. Ze refereren aan het vermogen van de mens om zich te verbinden met dat wat we het goddelijke noemen, het visonaire vermogen van de mens om zich dingen voor te stellen die niet met de zintuigen waargenomen kunnen worden, en om de werkelijkheid in haar volle omvang bewust te zijn.
Kortweg zou je de hersenen als verschillende lagen van bewustzijn kunnen indelen:
–         Hersenstam: reptiel – ik (de vijf V’s)
–         Kleine hersenen: zoogdier – wij als soort (emoties)
–         Grote hersenen: mens – wij als meerdere soorten (gedachten)
–         Frontaalkwabben: God – voorbij het ik (gewaarzijn)
In een natuurlijke samenleving ontwikkelt een mens in de eerste 28 jaar van zijn leven zowel de hersenstam: zijn vermogen om te overleven, als de kleine hersenen: zijn vermogen om te voelen, samen te werken en te genieten, als de grote hersenen: zijn vermogen om te denken en te communiceren, en de frontaalkwabben: zijn vermogen om de werkelijkheid als geheel te aanschouwen. Die ontwikkeling bereikt een zekere stabiliteit en kwaliteit rond het 28e levensjaar, maar stopt eigenlijk nooit.
In onze samenleving is deze ontwikkeling niet helemaal gelukt. Door het gebrek aan impulsen, de hoge mate van onveiligheid en de daaruit voortkomende spanning en verkramping krijgen de hersenen niet voldoende gelegenheid om zich op alle niveaus te ontwikkelen. Bij veel volwassenen functioneert alleen nog maar de hersenstam. Mogelijk verklaart dit het raadsel waarvoor de medische wetenschap staat: uit onderzoek blijkt dat we doorgaans minder dan tien procent van onze hersenen gebruiken.
Het feit dat in onze cultuur steeds meer mensen vanuit de hersenstam gaan leven en de rest van hun hersenen niet langer goed ontwikkelen is een devolutie: een omkering van de evolutie. Het heeft enorme gevolgen voor de samenleving. We gaan het leven steeds meer zien als een strijdtoneel, we vertrouwen andere mensen steeds minder en we constant gericht op overleven, op zelfbehoud. Daarnaast gedragen we ons steeds ik-gerichter – net als reptielen. We richten ons steeds meer op competitie en niet langer op samenwerking. We zijn steeds minder bereid om verantwoordelijkheid te nemen voor de zwakkeren in de samenleving en we vinden onze eigen behoeftes steeds belangrijker. In de jacht op alles wat ons diepgewortelde gevoel van angst en tekort moet compenseren worden we steeds gewetenlozer en zijn we steeds minder bereid om rekening te houden met anderen. Grappig in dit verband is de boodschap van David Icke, waarin hij ons waarschuwt dat de topbestuurders en machthebbers van deze wereld daadwerkelijk een mutatie zijn van mensen en reptielen, en dat deze wederom onder controle staan van een paar super-reptielen. Misschien heeft hij gelijk, maar het is ook mogelijk dat zijn geest zo beeldend is dat hij het gedrag van deze individuen vertaalt in het archetypische beeld van een reptiel.
De hechte band die we hebben met onze familie, onze partner, onze kinderen en de groep waar we deel van uitmaken, of dat nou ons werk, ras of onze religie is, valt uit elkaar en in plaats van dat we in staat zijn om goed te functioneren binnen groepen worden we steeds meer een gefragmenteerde groep individuen die elk voor zich een verbitterde strijd voert voor zijn eigen veiligheid en comfort. Geluk, liefde, vertrouwen en ontspanning zijn een soort van mythologische woorden geworden – ze verwijzen naar iets wat de meeste van ons alleen maar kennen van horen zeggen, uit boeken en uit films.
En ook als we seks hebben zijn we niet in staat om te ontspannen, de ander te vertrouwen of oprecht te geven en te ontvangen. Seks wordt steeds meer een kortstondige en eenzijdige actie van zelfbevrediging en levert zelden of nooit nog dat diepe gevoel van verbondenheid, juistheid of extase op waarvan we desalniettemin intuïtief weten dat het bestaat.
Daarom is het herstellen van het contact met het lichaam zo belangrijk. Ons lichaam heeft een enorm potentieel en herstellend vermogen, maar wij moeten het de kans geven dit potentieel aan te wenden, zodat het herstel ook daadwerkelijk plaatsvindt.

Hoofdstuk 5 – Geweld

We beginnen allemaal ons leven in onschuld. Een pasgeboren baby roept een diep gevoel van ontroering, vertedering en beschermingsdrang op. Tot een peuter een jaar of drie is behoudt het deze onschuld en natuurlijke onschendbaarheid binnen de groep, tot het moment dat de identificatie met het ‘ik’ een feit is. Vanaf dat moment doet de vrije wil haar intrede: het kind is slim genoeg geworden om keuzes te maken. Daarmee begint de ontwikkeling van het geweten, alsmede het ingewikkelde proces van leren wat stout en lief is, wat beloond wordt en wat gestraft wordt en wat de consequenties zijn van het zich steeds uitbreidende spectrum van mogelijkheden, keuzes, verleidingen en bedreigingen.

Het abstracte vraagstuk: ‘Wat is goed en wat is kwaad’ houdt de mens al eeuwen bezig. Een belangrijke motivatie om het antwoord hierop zo ingewikkeld mogelijk te maken is de wens om kwaad te doen en dat te rechtvaardigen. Grappig is dat we desondanks allemaal exact weten wat goed is en wat kwaad is – het is één van de best ontwikkelde eigenschappen van het continuüm. Ons lichaam heeft een uiterst fijngevoelige en directe intuïtie. Het weet onmiddellijk of iets goed of slecht is, of iemand te vertrouwen is of niet, of iets klopt of niet. Dat is ‘gut-feeling’: de intelligentie van het lichaam, zo verfijnd dat noch het intellect noch enig wet- of heilig boek daar aan kan tippen.
‘Goed’ zou je kunnen definiëren als: ‘Dat wat bijdraagt aan het behoud en het welzijn van mij en mijn groep.’ ‘Slecht’ zou je kunnen definiëren als: ‘Dat wat bijdraagt aan het aanrichten van schade aan mij en mijn groep.’ Als intelligent wezen worden we voortdurend voor de keus gesteld om ons goed of slecht te gedragen. Het is de manier waarop ons onderscheidingsvermogen wordt getraind en waaraan we ons bewustzijn slijpen. We komen overal verleiding tegen. We kennen allemaal het moment dat ons lichaam duidelijk aangeeft dat we op het punt staan iets verkeerd te doen, maar we het toch doen. ‘Tegen beter weten in handelen’ noemde Alexander Smit[1] dat. Zwetend, blozend of trillend stelen we een koekje, doen we mee met het pesten van een klasgenootje, liegen we tegen onze ouders, lichten we een vriend op of veinzen we sympathie tegenover de baas. Het is altijd onmiskenbaar en fysiek bijzonder onaangenaam om zoiets te doen, maar vaak staat er de bevrediging van iets anders tegenover, waardoor we bereid zijn het te doen. Nadien lijden we onder de schuld en de schaamte die het gevolg zijn van onze verkeerde keuze. Het laat ons niet los, het continuüm in ons zendt krachtige corrigerende signalen uit, soms zo dwingend dat we pas weer tot rust komen wanneer we bekend hebben of wanneer we de aangerichte schade hebben hersteld.
Naarmate we ouder worden en langzaam maar zeker het contact met ons fysieke lichaam verslapt wordt ook dit aangeboren gevoel van rechtvaardigheid steeds minder. In plaats daarvan ontwikkelen we een intellectueel rechtvaardigheidssysteem dat gebaseerd is op onze pogingen te navigeren in een onnatuurlijke samenleving waar tegenstrijdige regels, principes en waarden de norm zijn. Dit intellectuele rechtvaardigheidssysteem sluit niet altijd aan bij ons natuurlijke weten wat deugt en wat niet deugt.
Bij iedere religie bestaat het idee van een alwetende God, kracht of macht die het absolute onderscheid kent tussen goed en kwaad en op grond daarvan de mens beoordeelt, ondersteunt, inspireert of zelfs straft. Dit idee is direct verbonden met onze ‘kennendheid’ van het continuüm, die instinctieve wijsheid en natuurlijkheid waar we deel van uitmaken. Het continuüm ís God, in die zin dat niets de verfijning, de selectiviteit en de juistheid van het beoordelingsvermogen van het continuüm overtreft. De bijbel, de koran en veel andere boeken die een meer of minder geslaagde poging doen te beschrijven hoe je moet leven, zijn een resonantie van de stem van het continuüm. Deze stem is overstemd door beschaving, maar nog steeds aanwezig in ieder van ons.
Iedere samenleving heeft een meer of minder ingewikkeld systeem van regels en voorschriften. Bij goed functionerende groepen zijn de regels afgestemd op het continuüm en worden ze door iedereen ervaren als logisch en rechtvaardig. De regels volgen is goed, de regels niet volgen is slecht. Ons rechtssysteem is helaas mijlenver verwijderd van enige logica of rechtvaardigheid. Dit leidt soms tot lachwekkende situaties, zoals horden fietsers die voor een rood stoplicht wachten terwijl er geen verkeer is, of hilarische films als Beverly Hills Cop, waar het corrupte rechtssysteem op de hak genomen wordt. Maar vaker leidt het tot bijzonder schrijnende situaties waar onschuldige mensen veroordeeld worden en waar echte misdadigers vrij spel hebben. Ons huidige rechtssysteem roept bij ieder groepslid met nog een beetje gevoel in zijn lijf diepe schaamte en woede op. Onze regels zijn niet langer gebaseerd op het behoud en welzijn van de groep, maar dragen bij aan enorme schade aan vrijwel ieder individu van de groep alsmede de omgeving waarin ze leeft.
Binnen een groep waar de regels nog steeds gebaseerd zijn op de rechtvaardigheid van het continuüm vindt de correctie van het individu plaats zonder aarzeling, twijfel of advocaat. Ze is direct, scherp, rechtvaardig, duidelijk en waar nodig meedogenloos. Zo is het uitgesloten dat een sterkere een zwakkere in de groep systematisch beschadigt, omdat bij het eerste incident onmiddellijk ingegrepen zou worden. De hele groep zou zich verantwoordelijk voelen voor het gedrag van hun clangenoot en om die reden ingrijpen. De leiders van de groep, de mannen en vrouwen met de meeste wijsheid, kracht en levenservaring zou het individu in kwestie apart nemen en al naar gelang de ernst van zijn misdrijf op milde dan wel harde wijze corrigeren.
Wanneer dit individu opgegroeid is in een samenleving waar het vanzelfsprekende respect voor de groep en het individu, alsmede het waarborgen van het welbevinden daarvan, het fundament van de samenleving is, zal het niet zo moeilijk zijn deze persoon te corrigeren. Wanneer deze persoon echter opgegroeid is met een geboortetrauma, bij ouders die onwetend waren over wat hij nodig had en in een maatschappij die vanaf het begin het onmogelijke van hem eiste, zal het erg moeilijk zijn deze persoon te corrigeren, met name omdat hij niemand als zo dichtbij of zo betrouwbaar zal ervaren dat hij van hem of haar enige correctie zal aannemen.
Dit is de keerzijde van individualisme: het gebrek aan bereidheid en het onvermogen te luisteren naar je meerdere, autoriteit te aanvaarden, macht te erkennen en ervan te leren.

Geweld

Geweld heeft iets uitermate fascinerend. Wanneer op het schoolplein twee kinderen aan het vechten slaan vormt zich altijd een juichende kring eromheen die ze aanmoedigt. We voelen ons allemaal aangetrokken tot geweld, soms in passieve, soms in actieve zin. Het is adembenemend om twee mensen te zien vechten en nog adembenemender om hele groepen tegelijk te zien vechten. Lichamelijk geweld is zowel opwindend als angstaanjagend en om die reden zoeken we naar manieren om het geweld zo dicht mogelijk te kunnen benaderen met een zo klein mogelijk risico om zelf beschadigd te raken. Films lenen zich uitermate hiervoor. We smullen van oorlogsfilms, films met bloed, ontploffingen, afgerukte lichaamsdelen en hele volksstammen die elkaar te lijf gaan. Lord of the Ring, Kill Bill, Inglourious Basterds, het zijn films die een diepe behoefte in ons bevredigen. Quentin Tarantino is op dit moment de meester van het geweld op het witte doek.
Sport is ook een relatief veilige manier om geweld van dichtbij te kunnen ervaren zonder werkelijk gevaar te lopen. Duizenden mensen doorlopen op zondagmiddag het ritueel van het bijwonen van de strijd van hun favoriete club tegen de vijand en kunnen op die manier lucht geven aan hun agressie. Scheldpartijen en vechtpartijen tussen rivalen maken onderdeel uit van dit ritueel, maar omdat dit ingecalculeerd is en bewaakt wordt door bewapende politie is de strijd vaak niet meer dan een spel, genoeg om bevredigend te zijn, maar niet echt gevaarlijk.
We zijn ook gek op seksueel geweld. We smullen van berichten over verkrachters, pedofielen en andere perverselingen. Ieder incident wordt door de media breed uitgemeten, omdat het de kijkcijfers omhoog doet schieten. We raken niet uitgepraat over wat er nou precies gebeurd is en hoe slecht we die mensen wel niet vinden.
‘Hoeveel jaar had hij zijn dochter opgesloten in die kelder? Hoeveel kinderen had hij bij haar gemaakt? Vreselijk!’
Op TV kun je iedere dag kijken naar films, series, detectives en soaps waarbij seksueel geweld in al haar verschijningsvormen en tot in detail getoond wordt, inclusief foto’s van het gemartelde, verkrachtte en verminkte lijk.
Hoe kan dit? Waarom worden we zo aangetrokken tot geweld, terwijl we het tegelijkertijd afkeuren en vrezen?
Geweld is in haar meest pure vorm een uiting van kracht en macht. Voordat onze samenleving zichzelf zodanig organiseerde dat geweld onder de oppervlakte van beschaving verborgen werd, was openlijk geweld één van de meest effectieve manieren om de harmonie en veiligheid binnen de groep te handhaven. Bij apen en andere zoogdieren die in groepen leven is dat nog steeds heel zichtbaar. Wanneer een groepslid voor zijn beurt eet en om die reden meer voedsel tot zich neemt dan hem toekwam, kan hij rekenen op een grauw, een beet, een klap of een regelrechte aanval van één van zijn groepsgenoten om hem zijn plek te wijzen. Wanneer een mannetje een poging doet seks te hebben met een vrouwtje die hem niet toekomt, wordt hij onmiddellijk terechtgewezen door zijn meerdere. Wanneer één van de sterkeren zijn positie misbruikt uit eigenbelang wordt dit onmiddellijk beantwoordt met confrontatie, uitbanning of zelfs de dood.
Geweld is een kracht die in haar oorspronkelijke vorm bijdraagt aan de rechtvaardige handhaving van regels en het oplossen van conflicten. Geweld wordt daarom vaak verwelkomd met luidruchtige uitingen van instemming, vreugde, participatie en opwinding. Het geweld waarborgt de harmonie in de groep, de handhaving van de regels en daarmee het voortbestaan van de groep of de samenleving zelf, inclusief al haar leden.
Natuurlijk geweld gaat gepaard met rechtvaardigheid, moed, verantwoordelijkheid en de bereidheid van het individu risico te lopen om het voortbestaan van de groep te waarborgen. Deze moedige mannen en vrouwen, die met het vertoon van hun macht en kracht zich inzetten voor de groep en bereid zijn het risico te nemen de overtreders van de regels te confronteren zijn onze helden. Niet alleen omdat ze door dit machtsvertoon laten zien hoe sterk ze zijn, maar ook omdat ze door hun actie laten zien dat ze alert en betrokken zijn, dat ze onderscheidingsvermogen hebben en dat ze bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen voor de groep. Dit in tegenstelling tot de overtreder, die weliswaar ook een daad van agressie tentoonspreidt, maar die in tegenstelling tot onze held de groep daarmee juist in gevaar brengt.
Geweld verbonden met rechtvaardigheid is een mannelijke kracht van grote schoonheid, onze leiders waardig. Mannen en vrouwen die in staat zijn om op het juiste moment en in de juiste situatie gewelddadig op te treden wonnen zijn geboren leiders. Hoe ver zijn we in onze huidige samenleving afgedwaald van waarachtige macht en verantwoordelijkheid. Bij ons wordt macht verward met de vrijheid om zoveel schade aan te richten als je wilt zonder dat het consequenties heeft. Bij ons betekent macht dat je geen verantwoordelijkheid hoeft te nemen voor je daden, terwijl ware macht betekent dat je verantwoordelijkheid voor je medemens steeds groter wordt.
Het is het verlangen naar zinvol geweld dat maakt dat we ons aangetrokken voelen tot geweld in het algemeen. Dankzij geweld, toegepast op de juiste plaats en op het juiste moment voelen we ons veilig en weten we ons beschermd. Het spelen, stoeien en vechten van kinderen is een oefening in het leren hanteren van deze oerbehoefte. Het gaat pas fout wanneer natuurlijk geweld vervangen wordt door geweld dat andere belangen dient dan het algemene belang van de groep.
Nu ons intellect ons instinct voor het grootste gedeelte geclaimd heeft en we niet langer in staat zijn op grond van de signalen van ons lichaam te beoordelen wat zinvol en wat zinloos geweld is, maar op straffe van opsluiting en isolatie gedwongen worden ons te voegen tot een rechtssysteem dat gevaarlijk en beschadigend is omdat het mijlenver verwijderd is van enige natuurlijkheid, raken we steeds meer verward over het fenomeen geweld zelf. Jezus zei: ‘Als iemand je op de ene wang slaat, keer hem de andere toe’, maar gelukkig had hij wel de ballen om de handelaren uit de tempel te slaan. Zo toonde hij de bereidheid om wanneer het nodig was te vechten voor wat van echte waarde was en daarmee toonde hij zijn leiderschap. Gandhi bevrijdde India middels zijn geweldloze verzet, iets dat een heel volk inspireerde, maar je kunt je vraagtekens zetten bij de hoeveelheid mensen die sneuvelden door het gewelddadige verzet dat zijn geweldloze verzet opriep.
Geweld is eigen aan de mens. Het streven naar geweldloosheid is nobel, maar roept vaak nog meer geweld op. Net als seksuele energie laat geweld zich ook niet onderdrukken. De enige manier om met geweld om te gaan is haar een plek te geven.
Er zijn dus duidelijk twee soorten geweld: zinvol geweld dat het behoud en het welbevinden van de clan en al haar clanleden waarborgt en verbetert, en zinloos geweld dat zowel de clan als haar leden in gevaar brengt. Uitingen van gedoseerd en goed getimed geweld worden beloond binnen een groep die nog steeds volgens natuurlijke maatstaven leeft, terwijl uitingen van destructief en zinloos geweld door diezelfde groep worden bestraft. Om die reden staan wij nog steeds een beetje naïef tegenover geweld. Wanneer een individu met veel machtsvertoon en geweld zich een leidende positie binnen de groep toeëigent lijkt dat zoveel op wat wij op onbewust niveau nog steeds herkennen als een echte leider dat we haast als vanzelf in volgzame burgers veranderen.
‘Hij zal het wel verdiend hebben’, denken we, ‘anders had toch wel iemand ingegrepen.’
Het continuüm heeft geen antwoord op de valse macht die individuen tegenwoordig afdwingen door een oneigenlijk vertoon van kracht door middel van wapens en geld. Tegenwoordig creëeren we onze eigen vijanden: we leveren ze wapens en beginnen vervolgens een oorlog tegen ze, zodat we het recht verwerven hun rijkdommen te stelen. Van enige rechtvaardigheid is hier allang geen sprake meer, maar toch betalen we allemaal mee aan dit zinloze geweld.
De grens tussen zinvol en zinloos geweld is haarscherp – er is geen grijs gebied, net zo min als en een grijs gebied is tussen leven en dood, tussen zwanger en niet zwanger, tussen vooruit of achteruit. Ook al zijn er qua uitingsvorm veel overeenkomsten tussen zinvol en zinloos gedrag: schreeuwen, vechten, dreigen, slaan, bijten et cetera, het één rechtvaardigt op geen enkele manier het ander. Dat is waarom we genieten van politieseries, misdaadseries en detectives: het zinloze geweld wordt aangepakt door mannen en vrouwen die de intelligentie, het onderscheidingsvermogen en de moed hebben om de slechteriken aan te pakken.

Seksueel geweld

Geweld heeft ook seksueel gezien een aantrekkelijke dimensie, omdat het appelleert aan intelligente, mannelijke kracht en autoriteit die ons bescherming en leiding kan bieden als dat nodig is. In het spel van aantrekken en afstoten, verleiden en plagen bij geliefden speelt ook geweld een rol. De man demonstreert zijn doortastendheid, kracht en mannelijkheid door gedoseerde uitingen van initiatief en doortastendheid die de vrouw zowel uitdaagt als afwijst. Zo test ze of hij qua kracht haar aankan en of hij in staat is zijn gewelddadigheid te beheersen. Demonstreert hij dit naar behoren in de manier waarop hij op haar onvoorspelbare en uitdagende gedrag reageert neemt zijn aantrekkelijkheid toe. Wanneer hij echter te volgzaam of afwachtend is of juist té doortastend boet hij aan aantrekkelijkheid in en geeft ze zich niet over.
Het vieren van de verschillen en het respecteren van de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen is in veel culturen verloren gegaan. Ooit werd deze wereld bestuurd door wijze vrouwen: het matriarchaat, een naar verluidt vreedzame wereld die later overgenomen werd door mannen die het patriarchaat installeerden. Vanuit het patriarchaat werden vrouwen en vrouwelijke waarden een mindere positie toegekend en werd vrouwen hun macht en vrijheid ontnomen. Tussen 1300 en 1700 werden in Europa twintig miljoen vrouwen verbrand en vermoord als heks, waarbij ze beschuldigd werden van ‘omgang met de duivel’.
Seksueel misbruik van vrouwen was en is voor veel mannen een manier om hun macht over vrouwen af te dwingen. Dat dit een uiterst onnatuurlijke, verwrongen en destructieve vorm van macht en geweld is behoeft geen verder betoog. Het heeft geleid tot een collectief wantrouwen ten aanzien van de man dat zich ook in onze persoonlijke relaties manifesteert. Iedere vrouw draagt de collectieve pijn en woede in zich ten aanzien van het systematisch onderdrukken en kleineren van vrouwen in het algemeen, zelfs wanneer het haar persoonlijk niet is overkomen. Iedere man zal deze pijn en woede op een gegeven moment tegenkomen in zijn vrouw, zelfs wanneer hij de meest vredelievende en respectvolle man op aarde is.
We zijn allemaal uitdrukking van de cultuur en geschiedenis waar we deel van uitmaken. De confrontatie met collectieve patronen maakt onvermijdelijk deel uit van onze relaties. We kunnen bewustzijn op dit punt ontwikkelen en op die manier bijdragen aan het veranderen en verlichten van de pijn die hiermee gepaard gaat, waarbij we niet alleen onze samenleving een dienst bewijzen maar ook onszelf. Hoe we dat kunnen doen komt verderop in dit boek aan de orde.

[1] Alexander Smit, Advaita Vedanta leraar

Hoofdstuk 6 – Schuld

Als kind moest ik iedere zondagochtend mee naar de kerk. Mijn zusjes en ik moesten nette kleren aan, onze haren kammen en tijdens de mis twee uur lang stil zitten. Ik zat altijd naast mijn moeder, zodat ze me in de gaten kon houden. Het was niet alleen een kwelling, ik vond het fijn om zo lang naast mijn moeder te zitten en ik vond het wel gezellig, al die mensen bij elkaar. Als ik op de bank heen en weer schoof of te opvallend om me heen keek kreeg ik een por in mijn zij en een dreigende blik die zei: ‘Zit stil!’
De ochtendmis had vaste rituelen van zitten, knielen, staan, bidden en zingen. Ik vond alles best, behalve één ding: het moment dat iedereen in de kerk massaal opdreunde: ‘Door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld.’ Ik was acht jaar en ik voelde me niet schuldig. Ergens voelde ik al aan dat het affirmeren van dit soort schuldgevoelens me niet ten goede zou komen, al kon ik dat toen nog niet beredeneren. Maar ik besloot wel, in een opwelling van kinderlijke eigenzinnigheid en wijsheid, om niet mee te doen met die zelfafwijzing, en steeds wanneer dat zinnetje hield ik stijf mijn mond dicht.
 
Vanuit haar ooghoeken zag mijn moeder het wel, maar ze gaf me geen por in mijn zij of dwong me met haar blik om mee te doen. Ik denk dat ze het ergens met me eens was en in haar hart genoot van deze daad van zelfbehoud.
Schuldgevoelens zijn bijzonder onaangenaam. Net als al het andere in onze polaire werkelijkheid hebben ook schuldgevoelens twee kanten. Het goede van schuldgevoelens is hun functie wanneer je iets verkeerd gedaan hebt: ze confronteren je met de pijn en schade die je daarmee hebt aangericht, bij jezelf of anderen, en dwingen je op die manier om verantwoordelijkheid te nemen voor hetgeen je gedaan hebt. In die zin dragen schuldgevoelens bij om dichter bij de werkelijkheid te komen. Echte schuldgevoelens komen voort uit het meer of minder bewuste besef dat een bepaalde handeling niet in overeenstemming is met het continuüm. Het is de manier waarop het continuüm: je natuurlijkheid, je eigenheid zelf, je probeert te vertellen dat je verkeerd bezig bent. Dergelijke schuldgevoelens dragen bij aan zowel je eigen gezondheid, welbevinden, innerlijke balans en groei als dat van anderen. Om die reden zou je ze kunnen benoemen als gezonde en zinvolle schuldgevoelens.
Valse schuldgevoelens kunnen opkomen in relatie tot de meest bizarre aannames. Vaak hebben ze niets te maken met een natuurlijk besef van goed en slecht, maar zijn ze louter gebaseerd op hetgeen je geleerd is.
Mijn moeder groeide op een een Brabants katholiek gezin. Iedere ochtend ging de hele familie naar de kerk en eens in de week werd er gebiecht. Het probleem van mijn moeder was dat ze vaak niks kon bedenken om op te biechten, maar uit angst om niet geloofd te worden en door een misverstand in de hel terecht te komen bedacht ze een werkbaar plan. De ene week zei ze: ‘Vader, ik heb gezondigd. Ik heb ruzie gemaakt met mijn zusje.’ De week daarop zei ze: ‘Vader, ik heb gezondigd, want ik heb gelogen. Ik zei vorige week dat ik ruzie gemaakt had met mijn zusje, maar dat was niet zo.’ De week daarop zei ze: ‘Vader, ik heb gezondigd, ik heb toch ruzie gemaakt met mijn zusje.’ Zo navigeerde ze zich door de wekelijkse biecht heen en de priester, ook net wakker, gaf haar altijd dezelfde penitentie: ‘Bid tien weesgegroetjes mijn kind, en God zal je vergeven.’
Het is niet altijd even makkelijk om onderscheid te maken tussen echte en valse schuldgevoelens. Het herkennen van hun oorsprong is een sleutel daartoe. Je kunt er vanuit gaan dat het grootste gedeelte van je schuldgevoelens onterecht is, zeker als je een religieuze achtergrond hebt. Schuld is net als veel andere oorspronkelijk zinvolle eigenschappen van de mens verworden tot een manipulatiemiddel waarbij het individu niet aangezet wordt tot een meer natuurlijk en verantwoordelijk gedrag, maar tot het invoegen in een systeem dat noch de natuurlijkheid noch de vrijheid of het geluk van het individu danwel de groep dient, maar de rijkdom en macht van een select aantal anderen.
Het aanwijzen van een schuldige en het mede verantwoordelijkheid nemen voor het oplossen van de schade behoort niet alleen het individu maar ook de groep toe. De gezondheid en het welbevinden van een groep hangt af van het vermogen van de groep om schuld te beperken tot echte schuld, en adequaat te reageren op een individu die schuldig is aan het toebrengen van schade in welke vorm van ook. De regels en reacties op schuld binnen onze samenleving functioneren allang niet meer. Slachtoffers worden tot daders gebombardeerd en vice versa. De strafwetgeving is zo gecompliceerd gemaakt dat een adequate reactie op schuld doorgaans onmogelijk is. Er wordt niet of nauwelijks aandacht besteed aan de opvoeding van het individu dat zich ergens schuldig aan gemaakt heeft en de samenleving als geheel weigert om verantwoordelijkheid te nemen voor het individu. Mensen die gepakt zijn omdat ze iets onwettigs deden worden een zondebok, een zwart schaap, waar de rest van de gemeenschap zijn schaduw op projecteert. Het op die manier offeren van een groepslid is binnen een goed functionerende groep ondenkbaar.
Een samenleving zou nooit de verantwoordelijkheid af moeten schuiven voor de collectieve schuld aan het creëeren van een wereld waarin individuen neigen naar geweldpleging. Dit soort icoonvorming zou zinvol kunnen zijn wanneer het zowel het individu als de groep zou inspireren tot zelfonderzoek en gedragsverbetering, maar meestal is het tegenovergestelde het geval. Wanneer er weer iemand is gevonden om te veroordelen verglijdt de groep weer in zelfingenomen gezapigheid.
Wat is het verschil tussen echte schuld en valse schuld? Echte schuld is een gevoel dat ontstaat omdat je op de één of andere manier het continuüm, je aangeboren natuurlijkheid, geweld aandoet. Wanneer je daar bewust van wordt, dankzij jezelf of omdat je er door anderen op gewezen wordt, levert dat altijd schaamte op. Doorleefde schaamte helpt om de schuld te vereffenen in die zin dat het het natuurlijke verlangen om de schade die je gedaan hebt op te lossen versterkt. Dit draagt in hoge mate bij aan volwassenheid en het vermogen verantwoordelijkheid te dragen als individu.
Valse schuld is een aangeleerde reactie op aangeleerde normen en waarden. Gevoelsmatig lijkt het erg veel op echte schuld. Toch is het dit onderscheid dat nodig is om uiteindelijk af te rekenen met de onvrijheid en beperkingen van opgelegde, valse schuld.

Schuld en seks

Seks in haar natuurlijke vorm is onschuldig, plezierig, gezond en helend. Toch voelen we ons allemaal in meer of mindere mate schuldig en schaamtevol in relatie tot seks. Dit hangt samen met zowel echte als valse schuld. Wanneer seks beschadigend is voor jezelf of voor de ander ontstaat er een natuurlijke reactie van schaamte. Dit geldt niet alleen voor fysieke schade, maar ook voor emotionele en psychische schade. In onze cultuur is seks zo gecompliceerd en beladen dat niemand hieraan ontkomt. Daarnaast dragen we vrijwel allemaal de ballast van valse schaamte ten aanzien van onze natuurlijke seksuele gevoelens omdat deze in onze samenleving zo lang ontkend en veroordeeld zijn.
Een eerste stap om om te gaan met eventuele schuldgevoelens ten aanzien van seks is om deze bewust op te zoeken. Waar voel je je schuldig over? Welke schade heb je in je seksuele leven toegebracht? Welke schade heb je opgelopen? Wie zijn daar schuldig aan? Deze vragen kunnen soms diep verborgen gevoelens van schuld en schaamte aan het licht kan brengen. Dat is zeker niet aangenaam, maar het brengt wel een belangrijke dimensie van je seksleven in kaart. Wanneer je wat meer zicht heb hierop kun je vervolgens onderscheid gaan maken tussen hoeveel van deze schuldgevoelens echt ofwel terecht zijn en hoeveel ervan vals is.
In mijn optiek vraagt echte schuld altijd om actie. Wanneer je schuldig bent aan het toebrengen van schade aan anderen in relatie tot je seksleven is het uiterst belangrijk dat je orde op zaken stelt. Contact maken met de bijbehorende schaamte is hier een belangrijke stap – het is de prijs die je betaalt voor de schade die je hebt aangericht of nog steeds aanricht. Dit is een pijnlijk en moeilijk proces en het kan zinvol zijn hier een therapeut of coach bij te gebruiken. Op een gegeven moment ontstaat in dit proces de natuurlijke behoefte om de schade te herstellen en op die manier vrij te worden van de schuld die je draagt. Dit kun je doen door contact te maken met degeen die je beschadigd hebt en je excuus aan te bieden. Dit kan heel bevrijdend zijn.
In ‘The Mission’[1] speelt Robert de Niro de rol van Rodrigo Mendoza, een slavenhandelaar die in een moment van jaloezie zijn broer vermoordt. Vervolgens reageert hij op een hele primaire manier op de pijn en de spijt die hij voelt: hij zoekt en vindt een manier om zijn schuld te vereffenen. Hij verzamelt een grote hoeveelheid stenen en voegt zich bij een aantal missionarissen die een lange toch door de jungle maken, de stenen in een net achter zich aanslepend. Wanneer zijn reisgenoten zijn strijd zien en medelijden met hem krijgen willen ze hem helpen zijn last te dragen, een hulp die hij niet aanvaardt. ‘Gun me dit lijden’, bijt hij ze toe, ‘ik heb het nodig!’
Schuld voelt erg zwaar. Ze beneemt je de adem, waardoor alles wat je doet moeilijker wordt. Het aanvaarden en doorleven van schuld is dan ook één van de moeilijkste opgaves die er zijn. Dit is de reden dat wij als samenleving er collectief voor kiezen om schuld te ontkennen. Toch is het bewust worden, doorleven en vereffenen van schuld een grote stap naar herstel van je natuurlijkheid, volwassenheid en vrijheid.
Het dragen van echte schuld is weliswaar zwaar, maar niet voor niets. Het heeft een diep louterende werking en brengt je in contact met een niveau van menselijkheid, respect, nederigheid en waardigheid die je anders nooit gekend had.
Bij valse schuld ligt het allemaal heel anders. Om valse schuld los te laten hoef je alleen in te zien dat ze vals is. Dat moment van inzicht is letterlijk een moment van verlichting: in één klap word je vele kilo’s lichter. Het zelf ervaren van dergelijke momenten is één van de meest bevredigende en feestelijke momenten die je in je leven mee kunt maken, alsmede het mogen bijwonen van dergelijke momenten wanneer ze andere mensen overkomen. Het gevoel van vreugde dat zulke momenten kenmerkt komt overeen met het gevoel dat je krijgt wanneer jij of je geliefde na jaren uit de gevangenis vrijgelaten worden.
Het loslaten van echte schuld gaat veel dieper en is niet zo makkelijk als het loslaten van valse schuld. Het loslaten van echte schuld is niet alleen afhankelijk van inzicht, maar ook van de mate waarin je bereid bent verantwoordelijkheid te nemen voor je schuld en dat in actie om te zetten. Het loslaten van echte schuld is ook afhankelijk van de kracht van je beslissing om het beschadigende gedrag voorgoed te stoppen. Het is in zekere zin een vorm van zinvol lijden, een ‘goede pijn’.
Het vrij worden van schuld in relatie tot seks is een belangrijke stap in het proces van het bewust worden van je natuurlijke seksualiteit. Het is niet gemakkelijk, maar de vrijheid die het brengt maakt het beslist de moeite waard.

[1] ‘The Mission’, 1986. Regie: Roland Joffé
Hoofdstuk 7: Autoriteit en overgave

Mijn man en ik gingen op dansles. Onze relatie liep niet zo lekker en het leek ons een goed idee om weer eens wat leuks te doen samen. Meteen bij de eerste les ging het al mis. We deden de quickstep, mijn man deed zijn uiterste best, maar hij stond steeds op mijn tenen. ‘Volg het ritme!’, fluisterde ik lichtelijk geïrriteerd, en hij zei: ‘Dat doe ik!’ Andere paren zwierden stralend voorbij en ik wist maar één oplossing: ik verstevigde mijn greep en nam de leiding over. Dat zou goed gegaan zijn, ware het niet dat mijn man zich onmiddellijk verzette, midden op de dansvloer stopte en zei: ‘Wat doe je nu! De man moet leiden!’ Iedereen naar ons keek, en ik zei: ‘Doe dat dan!’ We probeerden het opnieuw, tot hij weer op mijn tenen stond. ‘Zie je nu wat er gebeurt als je niet volgt?’, zei mijn man. In een flits werd me duidelijk: dit was onze relatie in een notendop. Hij kon niet leiden en ik kon niet volgen, en we gaven elkaar er de schuld van. 

Ik was er toen nog van overtuigd dat ik gelijk had: dat het zijn gebrek aan leiding was die maakte dat ik niet kon volgen. Het maakte me zo woedend dat ik hem een schop tegen zijn schenen gaf en boos de dansvloer afliep. Hij maakte een verontschuldigend gebaar naar de rest van de groep: ‘Tja, vrouwen’, en liep gelaten achter me aan.
De meeste mensen verbinden autoriteit met macht en overgave met machteloosheid. Niets is minder waar. Mensen met autoriteit zijn volkomen afhankelijk van de toestemming van hun omgeving om hun autoriteit te doen gelden. Krijgen ze die toestemming niet, dan staan ze machteloos. Echte autoriteit kan niet afgedwongen worden met geweld of intimidatie, echte autoriteit kan alleen verdiend worden. Het is iets dat je ontvangt, niet iets dat je neemt. Autoriteit ontvang je als je je medemens bewezen hebt dat je goed bent in wat je doet en bereid en in staat bent verantwoordelijkheid te nemen voor je acties. Autoriteit is een grote eer en gaat gepaard met een diep gevoel van nederigheid en verantwoordelijkheid.
Overgave wil zeggen dat je toestemming geeft dat iets buiten jezelf over je beslist of invloed op je uitoefent. Overgave is een bewuste keus en getuigt van inzicht, zelfrespect, intelligentie en onderscheidingsvermogen. Overgave is gebaseerd op vertrouwen in de competentie van degeen aan wie je je overgeeft of in de heilzaamheid van hetgeen waaraan je je overgeeft. Overgave geeft een diep gevoel van verbinding, rust en harmonie. Overgave en autoriteit gaan hand in hand – zonder overgave geen autoriteit, en vice versa.
Valse overgave ontstaat wanneer er geen keus is. Op het moment dat je gedwongen wordt je over te geven, hoe subtiel ook, is er niet langer sprake van overgave maar van capitulatie. Overgave onder dreiging van wapens, geweld, de dood of het geloof is geen echte overgave. Machthebbers die hun positie hebben verworven door middel van oorlog bezitten geen echte macht of autoriteit en richten dan ook alleen maar schade aan.
Overgave vanuit verwarring of misleiding is wellicht nog schadelijker dan gedwongen overgave. Wanneer je als individu of groep je vertrouwen geeft aan iemand die je heeft weten te overtuigen dat hij of zij competent is en deze persoon blijkt later niet competent te zijn, kan dat erg pijnlijk zijn.
Shiva en Shakti
In het hindoeïsme worden autoriteit en overgave verpersoonlijkt door de goden Shiva en Shakti. Shiva is een man, een leider, een strijder voor rechtvaardigheid en vrijheid. Shakti is een vrouw, een schoonheid, zachtaardig en vergevinsgezind, vol liefde voor haar medemens. Shiva en Shakti houden zielsveel van elkaar. In de strijd van het leven zijn ze elkaars zingeving. Ze kunnen niet zonder elkaar, en door hun niet aflatende liefde en verlangen naar elkaar ontstaat, beweegt en ontwikkelt het universum.
Zowel mannen als vrouwen hebben het vermogen tot autoriteit en overgave, maar mannen zijn van nature beter in autoriteit en vrouwen zijn beter in overgave. De biologische equivalent hiervan is het feit dat een vrouw het zaad van een man ontvangt en daarmee toestemming geeft dat in haar lichaam nieuw leven ontstaat. Dat is in het beste geval een opperste daad van overgave. De daadkracht en doortastendheid van een man komt naar voren in zijn vermogen een vrouw te veroveren, zijn penis in de vagina te brengen en daar zijn zaad uit te stoten – een daad van focus, kracht en doelgerichtheid.
De essentie van ware autoriteit en overgave manifesteert zich in de liefdesdaad. De lichamelijke manifestatie van autoriteit is het vermogen van de man een vrouw te penetreren, terwijl de lichamelijke manifestatie van overgave het vermogen van de vrouw is een man toestemming daartoe te geven. Er is niets dat een man een dieper gevoel van bevrediging kan geven dan een vrouw die hem toestemming geeft diep in haar door te dringen. Daarnaast is er niets dat een vrouw een dieper gevoel van verbondenheid, bevrediging en waardigheid kan geven dan een man die diep in haar doordringt. Alle andere vormen van autoriteit en overgave zijn variaties op dit oeroude thema.
Het spreekt voor zich dat wanneer een man impotent is het voor hem onmogelijk is bij een vrouw binnen te dringen. Maar ook een man die met geweld bij een vrouw binnendringt wordt door haar niet toegelaten. Een vrouw kan een man fysiek toelaten maar hem toch niet binnen laten. Echte overgave is een kwestie van de ziel, geen fysieke kwestie. Wat nodig is voor een vrouw om een man echt te kunnen ontvangen is niet zijn erectie, maar zijn aanwezigheid, zijn bezieling, zijn volledige aandacht. Een man moet in staat zijn om zijn penis zodanig te bezielen dat een vrouw zijn aanwezigheid, zijn levenskracht, zijn liefde voelt wanneer hij bij haar binnenkomt. De tragiek van deze tijd is dat bij vrijwel alle mannen de numbness in de penis en in de rest van het lichaam zo groot is geworden dat het onmogelijk voor hem is aanwezig te zijn wanneer hij seks heeft. Zijn lichaam is aanwezig, maar zijn ziel, zijn bewustzijn, vertoeft elders.
Een vrouw zal dit bewust of onbewust waarnemen en reageren vanuit een diep, eeuwenoud continuüm-principe: ze zal zich voor hem afsluiten. Een vrouw die verbonden is met haar continuüm zal een niet bezielde penis nooit toelaten. Zelfs wanneer dat toch gebeurt, omdat ze geïntimideerd, verward of zelf afwezig is, zal ze zich niet aan hem overgeven. De man neemt dit waar, bewust of onbewust, en het drijft hem tot waanzin. Uit woede en wanhoop zal hij proberen haar te dwingen hem toe te laten door haar nog harder te nemen, door haar te dwingen, door haar te verkrachten, maar omdat hij zelf in die toestand allang niet meer weet wat hij wilt is hij zich nauwelijks bewust van het feit dat hij hiermee zijn doel voorbijschiet.
De afwijzing en vernedering die een man ervaart wanneer een vrouw hem niet toelaat kwetst hem tot in het diepst van zijn ziel. Hij weet dat zijn enige echte autoriteit hem hiermee ontnomen wordt. Onze maatschappij wordt gekenmerkt door het zoeken naar surrogaten en compensatie voor dit tragische verlies van zijn mannelijkheid. Maatschappelijk succes, politieke, sociale danwel financiële macht, oorlog voeren, alcoholisme – alle zoeken naar autoriteit, genot en afleiding, hoe subtiel of gewelddadig dan ook, is een poging om de pijn van de seksuele afwijzing van de vrouw te compenseren.
Het diepste verlangen van een vrouw is om zich over te geven aan het mannelijk principe van autoriteit, kracht en aanwezigheid. Dit is wat ze instinctief verwacht wanneer ze met een man naar bed gaat. Haar teleurstelling wanneer ze deze autoriteit, kracht en aanwezigheid vervolgens niet ontmoet in de penis van haar minnaar is zo groot dat ze er vanuit haar aangeleerde pijnvermijden alles zal doen om deze desillusie niet te hoeven voelen. Zelfs wanneer haar minnaar wél aanwezig is en zijn penis bezield is met kracht en aanwezigheid is het mogelijk dat ze niet in staat is om dit waar te nemen, omdat haar vagina te gevoelloos is geworden door gebrek aan liefdevolle aanraking toen ze klein was en een lange rij van onbevredigende seksuele ervaringen daarna.
Kali
Wanneer een vrouw zich niet kan overgeven verliest ze het contact met haar essentie. Haar gefrustreerde verlangen verandert in frustratie, haar sappen verzuren en ze verandert langzaam maar zeker in een heks, een feeks, een furie. Barry Long zegt het heel treffend:
‘Een man die de feeks in een vrouw nog nooit heeft ontmoet heeft nog nooit echt een vrouw ontmoet.’
De feeks, in het hindoeïsme vertegenwoordigd door Kali, is een archetype dat door de eeuwen heen is ontstaan toen mannen en vrouwen steeds verder van elkaar verwijderd raakten. Kali is de beschermster van Shakti. Ze wordt aangeroepen wanneer het geweld dat op aarde woedt de aarde zelf dreigt te vernietigen. Wanneer Kali ten tonele verschijnt wordt alles zwart. Kali is de personificatie van woede, haat en vernietigingsdrang. Kali’s tong is rood en gepunt, ze heeft een groot aantal armen waarmee ze de meest uiteenlopende wapens hanteert. Alleen haar schreeuw kan doden, alleen haar verschijning kan haar slachtoffers doen sterven van de schrik. Om haar middel draagt ze een riem van de afgehakte hoofden die ze op haar oorlogspad heeft veroverd. Mannenhoofden met de ogen wijd open van angst.
In de vrouwen in onze samenleving manifesteert Kali zich op verschillende manieren. Soms subtiel, soms verre van dat. Kali is makkelijk te herkennen wanneer een vrouw zich laat gaan in een uitbarsting van woede, geschreeuw en beschuldigingen. Moeilijker is het wanneer Kali haar vernietigende wraakzucht verbergt en de mannen in haar leven door subtiele doch zeer effectieve afwijzingen en opmerkingen vernedert, kleineert en belachelijk maken. Dit is het professionele martelen, waarbij een vrouw zo boos is dat ze niet langer tevreden is met een korte executie van de man, maar hem langzaam maar zeker castreert, het bloed uit hem zuigt en hem niet laat gaan, totdat er uiteindelijk niets meer van hem over is.
Zoveel vrouwen, zoveel manieren om wraak te nemen op het feit dat mannen hun natuurlijke autoriteit verloren zijn en deze op de meest uiteenlopende wijze proberen te compenseren. De ultieme wraak heb ik net al genoemd: laat een man niet toe, maar laat hem ook niet gaan. Uit pure wanhoop en frustratie zal hij de wereld vernietigen, inclusief jou en je kinderen. Dat dit een twijfelachtige overwinning is lijkt me duidelijk, maar veel vrouwen zijn inmiddels zo boos dat ze bereid zijn om zo ver te gaan.
Een man zal ook wraak nemen als hij keer op keer afgewezen wordt. Hij zal je proberen te vernederen en kleineren, zeggen dat je dom bent en dat bewijzen door zijn lichamelijke en financiële overwicht te gebruiken om je te dwingen je benen te spreiden en zijn kinderen te baren. Hij zal onverschilligheid voorwenden, het altijd druk hebben met anderen dingen en als hij wel tijd heeft naar andere vrouwen gaan, vooral als jij op hem wacht. Hij zal je in de war brengen met zijn logische argumenten en je uiteindelijk in die mate je eigenwaarde ontnemen dat je zelf gaat geloven dat je niets waard bent.
Wraak en vergelding leiden tot vernietiging, iets wat in onze tijd aan het licht komt, meer dan ons lief is. Naast onze relaties gaat al het andere kapot – de relatie tot onszelf, tot onze kinderen, tot de groep waartoe we behoren en tot de wereld zelf. In de compensatie- en vergeldingsrace waarin we alles doen om de pijn te vermijden en verantwoordelijkheid te ontlopen maken we alles kapot wat ons lief is. Het is het tijdperk van Kali: de tijd van vernietiging.
Wanneer Kali over de aarde raast en alles op haar weg verslindt in haar razernij lijkt het erop dat zij de vernietiger en de boosdoener is, de oorzaak van alle ellende. Maar dat is niet zo. Kali is te hulp geroepen om orde op zaken te stellen. Ze heeft echter de hulp van Shiva en Shakti nodig om te kalmeren en te stoppen met haar queeste van dood en verderf. Lukt dat Shiva en Shakti niet dan vergaat de wereld – dat is het risico van het te hulp roepen van Kali.
Er zijn twee manieren om een vrouw te kalmeren. De eerste manier is om als man in je kracht te gaan staan, dat wil zeggen: om Shiva op Kali af te sturen, want dat is de enige kracht die sterker is dan Kali. Shiva moet Kali bewust maken van waar ze mee bezig is, met het grootst mogelijke respect, en haar vragen om te stoppen. Hij mag haar onder geen beding opdragen om te stoppen, dat maakt haar alleen maar razender. Nee, de mannelijke kracht die sterker is dan Kali is de kracht van bewustzijn. In de mythe gaat Shiva onder haar liggen terwijl ze in razernij alles op haar weg vertrapt, en zegt dan: ‘Kijk, Kali. De wereld brandt, de demonen zijn verslagen.’ En wanneer Kali kijkt schrikt ze, omdat ze op het punt staat haar geliefde te vertrappen. Vervolgens ziet ze dat Shiva gelijk heeft en ontspant ze, waarmee aan de queeste een einde komt. Op dat moment ondergaat ze de gedaanteverwisseling die Shiva al eeuwen kent: ze wordt weer Shakti.
De tweede manier om een vrouw te kalmeren is om Shakti op Kali af te sturen. Wanneer Kali Shakti ziet, dat wil zeggen: wanneer je in je razernij en vernietigingszucht oog in oog komt te staan met je eigen onschuld, dan kun je niet anders dan stoppen met vechten, al heb je je bloederig zwaard geheven om toe te slaan. Shakti is hetgeen je al die tijd hebt proberen te beschermen, en wanneer ze daar zo staat, in al haar kwetsbaarheid en schoonheid, herinner je je weer waar het over ging. Tranen komen in je op, je agressie smelt weg en je voelt je alleen nog maar oneindig moe. ‘Zolang Shakti nog leeft is het goed’ denk je, en je valt in een diepe slaap. Een slaap van eeuwen, tot de volgende Kali Yuga.
Durga
Iedere vrouw ondergaat in de verschillende fases van haar leven verschillende gedaanteverwisselingen. Shiva blijft gewoon Shiva – standvastigheid is een kenmerk van de man, maar een vrouw is grillig, en behoort dat ook te zijn. De godinnen die zich kenbaar maken via de stemmingen en gedragingen van een vrouw zijn Shakti, Kali en Durga. Met Kali valt niet te leven, daar zal iedereen het mee eens zijn, vooral de mannen, maar met alle respect, Shakti is ergens ook maar een dom blondje. In deze wereld waar onschuld, schoonheid en onbevangenheid niet langer voldoen om als vrouw te overleven heb je Durga nodig. Durga is de vrouw die Kali in zich naar boven laat komen als dat nodig is: als ze zichzelf of haar kinderen moet beschermen of als ze moet vechten om haar doel te bereiken. Het is ook de vrouw die Shakti in zich naar boven laat komen als dat mogelijk is: als ze veilig is, als ze in een omgeving is die haar respecteert en ruimte geeft en als ze met een man is die haar oprecht liefheeft.
Een vrouw die zowel Shakti, Kali als Durga in zichzelf weet te vinden is een volwassen vrouw. Ze is soms speels en onschuldig als Shakti, vol overgave en bewondering, tevreden met zichzelf en het leven en omgeven met die onweerstaanbare gloed die gelukkige vrouwen hebben. Shakti is als water, beweeglijk en meegaand, helder en glinsterend, verkoelend en troostend. Soms is een vrouw Kali, sterk en onverbiddelijk, trouw aan haar principes en bereid te vechten voor het behoud van het vrouwelijke op deze planeet. Kali is als vuur, hartstochtelijk en intens, onvoorspelbaar en luid, gulzig en gevaarlijk. En soms is ze Durga: wijs en bewust van haar kwaliteiten, bereid te geven en bereid te ontvangen, in harmonie met zichzelf en de wereld. Durga is als de aarde zelf: stabiel en solide, robuust en zichzelf steeds vernieuwend, leven gevend en leven ontvangend.
Het is voor een man zowel onweerstaanbaar als bij tijd en wijle zeer bedreigend om met een vrouw om te gaan die deze krachten tot haar beschikking heeft. Deze vrouw zal hem voortdurend uitdagen, soms speels en soms woedend. Ze zal van hem vragen om in zijn kracht te gaan staan en haar wens om deze van hem te ontvangen te beantwoorden. Ze zal hem testen in hoeverre hij in staat is om leiding te nemen en te geven, in hoeverre hij in staat is om staande te blijven onder druk van de omstandigheden of haar grilligheden, en ze zal geen genoegen nemen met minder.
Toch is het deze vrouw die een man wil, in tegenstelling tot het domme blondje, het prototype van de naïeve vrouw die geen idee heeft van haar kracht en van wat er gaande is in de wereld. Zo’n vrouw is gemakkelijk te veroveren en laat zich gemakkelijk nemen, maar wanneer zij haar benen spreidt stelt het niet zoveel voor, ze spreidt louter haar benen omdat ze niet aanwezig is in haar lichaam.
Ook is het deze vrouw, de volwassen vrouw, die een man verkiest boven Kali. Kali is in deze tijd heel sterk – door de seksuele revolutie en de emancipatiegolf krijgen vrouwen eindelijk de ruimte om hun woede te luchten. Dat biedt een strijdtoneel zoals hierboven beschreven. Mannen zijn als de dood voor Kali – wanneer ze je eenmaal in haar web gevangen heeft verleid ze je en eet ze je na de daad op, terwijl je nog leeft, zonder enige wroeging.
Veel vrouwen identificeren zich in die mate met Kali dat ze onuitstaanbaar worden. Ze dwingen mannen om naar hun eindeloze tirades te luisteren en castreren hem met hun vileine gedrag en uitspraken, alsof de man nu gestraft moet worden voor zijn wandaden door de eeuwen heen. Voor een man is de grootste uitdaging van deze tijd zoveel kracht te genereren dat hij zelfs Kali kan kalmeren. De enige manier om dat te doen is precies dit: genereer kracht. De kracht van een man is zijn enige waarachtige autoriteit: zijn vermogen om een vrouw lief te hebben, zowel met zijn lichaam als met zijn ziel. Kali is zo’n beetje de minst aantrekkelijke uitgave van een vrouw en zeker niet om van te houden, maar als man is je opgave om haar van gedaante te doen veranderen. Dat betekent niet je je als man als deurmat moet opstellen, die rolwisseling levert niks op. Begripvolle en geduldige mannen hebben het echt verkeerd begrepen. Het betekent ook niet dat je moet proberen haar tot redelijkheid te brengen, dat is alleen maar olie op het vuur van Kali. Het betekent ook niet dat je haar met geweld tot zwijgen moet brengen – na voorgaand betoog lijkt me dat evident. Probeer het niet, want Kali is vele malen vernietigender dan jij.
De enige oplossing is dat je Shiva wordt. Dat wil zeggen: dat je contact maakt met de oprechte en waarachtige autoriteit in jezelf, dat je bereid bent om je valse autoriteit te onderzoeken en los te laten, dat je bereid bent om je hypocriete masker van zelfverzekerdheid los te laten en écht zelfverzekerd te worden, dat je bereid bent om de verslavingen en afleiding waarmee je het verlangen naar een echte vrouw onderdrukt te overwinnen, en dat je bereid bent om in jezelf te geloven. Het wil zeggen dat je niet langer met je laat sollen door vrouwen die zich toch niet echt met je willen verbinden, enerzijds omdat ze te dom zijn of anderzijds omdat ze alleen maar uit zijn op wraak of zelfbevrediging. Het wil zeggen dat je niet langer wegloopt wanneer het te heet onder je voeten wordt, maar dat je verantwoordelijkheid neemt voor je keuzes en bereid bent te verdrinken, te verbranden en begraven te worden in je vrouw. Als je dat kunt, dan ben je Shiva. Dan ben je een echte vrouw waardig.
Hoofdstuk 8 – Pijn

Sommige aspecten van de werkelijkheid, waaronder de manier waarop we met seks omgaan, kunnen uiterst pijnlijk zijn. Het is een zeer menselijke eigenschap om strategieën te ontwikkelen om met deze pijn om te kunnen gaan, zoals bijvoorbeeld numbness: zorgen dat je een ‘dikke huid’ ontwikkelt zodat je minder waarneemt en daardoor minder voelt. Daarnaast is er ontkennen: ‘I did not have sex with that woman’, verdraaien: ‘Sex with a cigar doesn’t count’, mooier maken dan het is: ‘It was only once’ en de verantwoordelijkheid afschuiven: ‘I couldn’t help it’.

In de loop van onze ontwikkeling als mens hebben we collectief verschillende zaken ten aanzien van seks ontkend met behulp van kerk, politiek en de wetenschap. Aanvankelijk was het het seksuele verlangen zelf, met name dat van de vrouw. Tegenwoordig is in het Westen niet langer het seksuele verlangen dat ontkend wordt, maar is het de verslaving aan seks en haar vele vervormingen en uitwassen.
Er is niets mis met ons verlangen naar seks en ons vermogen er plezier aan te beleven. Het enige wat er mis is is onze ontkenning van de natuurlijke eigenschappen van seks, van haar oorspronkelijke karakter, waardoor seksualiteit in allerlei verwrongen vormen naar buiten komt. Het is deze verwrongenheid, niet seks zelf, die een spoor van vernieling achter zich laat, terwijl niemand er verantwoordelijkheid voor wil nemen, omdat we allemaal veel te veel bezig zijn met het ontkennen van de pijn die deze verwrongenheid oplevert.
Numbness is een uiterst effectieve manier om pijn te vermijden, dat hebben we als baby al ontdekt, maar helaas vermindert het ook het vermogen om plezier, genot en intimiteit te ervaren. Dat is als het ware de prijs die je betaalt om de pijn niet te hoeven voelen. Numbness en ontkenning gaan hand in hand. Hoe meer je erin slaagt de pijn van de werkelijkheid niet te voelen op lichamelijk niveau, des te makkelijker wordt het om te zeggen dat het er niet is. Als volwassene zijn we heel bedreven geworden in het creëren van een conceptuele werkelijkheid die relatief pijnvrij is en die we voeden met onze gedachten, fantasiën en media. Maar de werkelijkheid laat zich niet zomaar ontkennen en dringt zich na verloop van tijd altijd weer op aan ons bewustzijn.
De op het oog paradoxale maar bij nader inzien natuurlijke reactie van het lichaam op ontkenning is dat het pijn gaat doen. Het lichaam, dat hypergevoelige instrument om de werkelijkheid waar te nemen, kan niet anders dan reageren op wat er werkelijk is. De spanning die het ontkennen van de werkelijkheid met zich meebrengt vertaalt zich in spanning in het lichaam, en dat doet pijn. Pijn is in principe een intelligent en zinvol signaal van het lichaam dat er iets mis is. Goede pijn is zinvolle pijn. De natuurlijke reactie op pijn is een alert en aandachtig onderzoeken van de oorzaak van de pijn en de situatie vervolgens zodanig veranderen dat als mogelijk de bron van de pijn verdwijnt. Wanneer je bijvoorbeeld in de zon ligt en je huid rood wordt en branderig aan gaat voelen, doe je er goed aan om uit de zon te gaan.
De verantwoordelijkheid voor het oplossen van onze pijn ligt in het begin van ons leven volledig in handen van onze verzorgers. Wanneer zij het goed doen is het niet nodig om te kiezen voor numbness en ontwikkelen we het vertrouwen dat het leven ons goed gezind is en er altijd een oplossing is voor onze problemen. De sensitiviteit van de huid en de andere zintuigen blijven intact en we nemen alle indrukken van het leven ten volle waar. In onze groei naar volwassenheid leren we steeds beter voor onszelf zorgen, en wanneer we rond de 28 zijn zijn we bereid en in staat om verantwoordelijkheid te nemen voor onszelf, wat ondermeer inhoudt dat we een goede manier vinden om om te gaan met pijn.
Bij veel volwassenen werkt het mechanisme van luisteren naar het lichaam en een oplossing zoeken wanneer er pijn is niet goed meer. Eén van de redenen is dat we de fase van afhankelijkheid niet hebben afgerond en we eigenlijk nog steeds vinden dat we er recht op hebben dat onze verzorgers een oplossing zoeken voor onze problemen. De medische wereld speelt in op deze vermeende afhankelijkheid door ons ervan te overtuigen dat we niet voor onszelf hoeven zorgen. Sterker nog: we kúnnen niet voor onszelf zorgen, zeggen ze. Laat de dokter het maar oplossen. Deze collectieve onvolwassenheid maakt ons passief en afwachtend. Letterlijk infantiel doen we wat de dokter zegt, en deze draagt vaak in de vorm van medicijnen bij aan een nog grotere numbness.
De beste manier om met pijn om te gaan is om haar te verwelkomen. Dit wil niet zeggen dat je niet uit de zon moet gaan als je verbrandt, dat je je hand niet moet terugtrekken wanneer deze tegen een hete kachel aankomt of dat je bij je partner moet blijven als hij je slaat. Masochisme is niet hetzelfde als de aanvaardende houding die je ten opzichte van onvermijdelijke pijn kunt aannemen. In spirituele kringen kom je soms vreemde vormen van masochisme tegen:
‘Ik voel me zo beroerd bij hem, het is vast goed voor mijn karma. Laat ik ’s nachts door onveilige straten gaan wandelen, dan groei ik sneller. Laat ik celibatair gaan leven, mezelf uithongeren, mezelf opsluiten in een grot, mezelf pijnigen, dan groei ik sneller.’
Zo werkt het dus niet. Het streven naar een pijnvrij leven en het vermijden van onnodige pijn is een gezonde, volwassen levenshouding die de kwaliteit van leven alleen maar verbetert. Echter, wanneer pijn onvermijdelijk is of het vermijden van de pijn zelf ten koste gaat van je welbevinden, geluk en sensitiviteit, dan is de beste optie om de pijn te verwelkomen.
De pijn die je zou kunnen verwelkomen is de pijn die ontstaat wanneer je toegeeft aan het verlangen om meer in contact met de werkelijkheid te treden. Dit hangt samen met het verlangen te voelen dat je leeft, het verlangen eerlijk te zijn, het verlangen vol in het leven te staan, inplaats ervan afgescheiden te zijn. Je strategiën om pijn te vermijden staan in zekere zin haaks op dit verlangen. Je numbness, je ontkenning en je aanpassingsvermogen hebben je je hele leven lang geholpen om te overleven, en het zal niet makkelijk zijn om deze stragegiën los te laten. Toch breekt er in ieders leven minimaal één keer een moment aan dat er van je gevraagd wordt om te kiezen:
‘Welke kant wil je dat je leven op gaat? Naar meer of minder numbness?’
De bonte mengeling van pijn vermijden, verlangen, numbness, verslaving, natuurlijkheid, strategie, conditionering, patronen en liefde maakt iedere seksuele ervaring uniek. Seks is voor iedereen behalve wellicht een bron van plezier ook verbonden met pijn. We hebben allemaal naast hopelijk goede seksuele ervaringen ook ervaringen van pijnlijke, beschadigende of destructieve seksualiteit. Helaas ontkomt niemand daaraan in deze tijd.
De meeste seksuele schade ontstaat door machtsmisbruik. Het misbruiken van de machtspositie van een ouder, een autoriteit of een fysiek, emotioneel of geestelijk sterker iemand is voor iedereen duidelijk. Financieel, cultureel of leeftijdsgebonden overwicht kan bij machtsmisbruik ook een rol spelen. Kindermisbruik, pedofilie en kinderporno wordt door iedereen herkend als bijzonder schadelijk en als groep nemen we hier collectief stelling tegen. Vrouwenhandel, vrouwen-onderdrukking en vrouwenmishandeling wordt ook herkend als verkeerd, in ieder geval in dit deel van Europa, ook al komt het ook hier op grote schaal voor.
Naast deze vormen van seksuele schade die overduidelijk zijn is er ook een meer verborgen vorm van seksuele schade. Het is de schade die ontstaat bij seks die als normaal aanvaardt of gepromoot wordt, maar desalniettemin een beschadigende werking heeft. Uitgangspunt hier is: Normaal is niet natuurlijk. Het heeft geen zin om een lijstje te maken met schadelijke seksuele gedragingen, die hebben we al genoeg. Het enige wat werkt in deze is onderscheidingsvermogen, zelfonderzoek, eerlijkheid, humor en het intense verlangen om jezelf en anderen geen schade te doen. De belangrijkste stap die je in je leven kunt zetten is in mijn optiek het prioriteren van dit verlangen boven alle andere verlangens.
‘Emotie’ betekent ‘in motion’: ‘in beweging’. Emoties kunnen een hulp bieden bij het meer in contact komen met jezelf, maar ze kunnen ook een manier zijn om verder weg te raken van jezelf. Emoties geven je net als adrenaline en seks even het gevoel dat je leeft. Voor veel mensen is dat de reden om emoties steeds opnieuw op te zoeken. Zowel stress, seks als emoties kunnen verslavend zijn. Waren emoties oorspronkelijk bedoeld als hulp om de harmonie in ons leven terug te vinden, nu zijn ze vaak doel op zich. We willen geen harmonie, we willen emotie! Daarom creëeren we drama in ons leven en laven we ons aan het  drama dat ons via de media ingegoten wordt. Zolang we onze dosis drama krijgen voelen we de numbness niet. Hoe groter onze numbness, des te meer we de stimulans van heftige of negatieve emoties nodig hebben om nog iets te voelen.
Niet iedereen is geïnteresseerd in meer inzicht in de werkelijkheid. Wanneer je kiest voor een leven waarin je inzicht in de werkelijkheid steeds groter wordt, kies je voor een leven waarin je je neiging om de werkelijkheid te ontkennen onderzoekt en aanpakt. Maar denk nog even terug aan de oorsprong van die neiging: die was omdat de werkelijkheid pijn deed. Die keus om de werkelijkheid te ontkennen heb je onbewust gemaakt, nog vóór je drie jaar oud was, ingegeven door de pijnlijke ervaringen die je toen meemaakte. Om het tij te keren en weer meer te gaan voelen zul je je automatische reactie op pijn moeten veranderen en deze weer meer gaan verwelkomen. Dat is op zijn zachtst gezegd onprettig en vereist moed, doorzettingsvermogen, geluk en meestal ook hulp van buitenaf. Het is goed om dit van tevoren bewust te zijn: de keuze om meer inzicht in de werkelijkheid te verwerven gaat gepaard met pijn. Iedere cursus, ieder boek of iedere leraar die iets anders beweert behoort tot de groep van mensen die allereerst uit zijn op pijn vermijden en niet in de eerste plaats op het ontwikkelen van bewustzijn. De hele semi spirituele markt van new age quick fixes valt hieronder.

Hoofdstuk 9  – Verslaving

Door het chronisch uitblijven van natuurlijke impulsen die we nodig hebben om te voelen dat we leven, door de eenzaamheid en nutteloosheid van ons dagelijks bestaan, neigen we soms naar onnatuurlijke impulsen om te voelen dat we leven. De kick van een drug is een korte en directe weg naar intensiteit, soms de enige die door de dikke laag van numbness heen dringt.

Verslaving is tegenwoordig zo ingeburgerd dat je verslaafd kunt zijn zonder dat iemand het merkt. Roken, drinken en eten zijn algemene verslavingen die dodelijk zijn, maar desalniettemin volstrekt normaal. Andere verslavingen worden door onze samenleving veroordeeld, met name de verslavingen die ervoor zorgen dat je niet langer je werk kunt doen, maar zolang je nog in staat bent om van 9 tot 17 te werken zal het de maatschappij een zorg zijn wat je verder met je leven doet.
Geluk
Wij mensen hebben een aangeboren verwachting van geluk. Wanneer dat geluk uitblijft verandert deze verwachting in verlangen. Iedereen wil gelukkig zijn, maar de afwezigheid van geluk is zo wijdverbreid dat het ZOEKEN naar geluk een normaler en bekender gegeven is dan het gelukkig ZIJN. Tegenslag, verlies en een zekere hoeveelheid pijn, honger of andere vormen van onbehagen doen niets af aan ons vermogen om gelukkig te zijn. Wanneer onze ontberingen echter geen kader hebben, wanneer ze niet opgevangen kunnen worden door het continuüm in ons, ontstaat er een leegte, een gevoel van zinloosheid en afgescheidenheid die we aanduiden als: ‘Ik ben ongelukkig.’
De zoektocht naar geluk geldt de zoektocht naar verbinding met het continuüm, met die spontane, vanzelfsprekende natuurlijkheid in onszelf. Vanaf onze knuffelbeer hebben we echter geleerd om onze natuurlijke behoeftes om te zetten in symbolen, en zo streven we naar symbolen van geluk inplaats van geluk zelf: geld, succes, luxe objecten, een rimpelloos gezicht, een partner. Deze symbolen geven meestal korte momenten of periodes van geluk, maar lossen het wezenlijke probleem niet op.
Het innerlijk gevoel van leegte dat ontstaat wanneer we het contact met het continuüm kwijt zijn, maakt ons heel gevoelig en ontvankelijk voor alles wat die leegte even opvult. Wanneer geluk exceptioneel is, wanneer het niet langer een vanzelfsprekendheid is, is ieder middel om tenminste even gelukkig te zijn kostbaar. De ietwat schrijnende paradox in deze is dat de meeste uiterlijke objecten die een kortstondig gevoel van geluk geven ten koste gaan van onze vitaliteit, gezondheid of veiligheid. We zoeken naar intensiteit en piekervaringen, maar omdat we zo ongevoelig zijn nemen we de intensiteit van het leven zelf niet langer waar. De numbness maakt dat we minder voelen, maar neemt het verlangen naar voelen niet weg. Die combinatie van numbness enerzijds en verlangen naar geluk anderzijds is een vruchtbare bodem voor verslaving.
Alle substanties waaraan we verslaafd kunnen raken geven ons een kortstondige ervaring van het continuüm: een ervaring van geluk, zingeving, eenheid, intensiteit, plezier, verbondenheid, inzicht, heelheid, extase, rust, vrede, goddelijkheid, liefde, vrijheid, wijsheid en rust – zolang de substantie werkt. Wanneer de werking van de drugs voorbij is keren we weer terug naar de leegte die we zo vrezen. Die leegte ondraaglijk. Wat maakt het uit als het ontsnappen eraan gevaarlijk is, risicovol of niet echt? Wanneer bepaalde stoffen of activiteiten je een ontsnapping bieden uit een werkelijkheid waarin je je verder levenloos en ongelukkig voelt is de keus vanzelfsprekend en eigenlijk onvermijdelijk. Wat heb je te verliezen?
Gezien het feit dat we in een samenleving leven die zo georganiseerd is dat we geen van allen de kans krijgen om in contact met het continuüm op te groeien ontstaat er binnen die samenleving een collectieve hang naar verslaving. We zijn allemaal verslaafd. De meesten van ons slagen erin om de verslaving zodanig te doseren dat we er niet snel dood aan gaan, maar langzaam.
Een aantal verslavingen herkennen we allemaal als zodanig: heroïne, cocaïne, amfetamine en andere harddrugs hebben zo’n impact dat we mensen die hieraan verslaafd zijn junks noemen. Andere verslavingen zijn veel algemener, maar worden danwel ontkend of niet herkend als verslaving. Alcoholisme is een wijdverbreide verslaving die maar half erkend wordt omdat er zo goed aan verdiend wordt. Alleen die mensen bij wie de symptomen zo duidelijk zijn dat ze niet langer kunnen functioneren in de maatschappij worden alcoholisten genoemd, terwijl dit maar het topje van de ijsberg is. Veel oorlogen zouden voorkomen kunnen worden wanneer soldaten verboden zou worden om te drinken, en veel kinderen zouden niet geboren worden als hun ouders op het moment dat ze gemaakt werden niet dronken waren.
Suiker is een andere collectieve verslaving die in stand gehouden wordt door de voedingsindustrie. Eten is een verslaving die steeds groteskere vormen aan gaat nemen. Eten is net als seks een natuurlijke behoefte, maar wanneer natuurlijk eten en natuurlijke seks letterlijk niet meer geproefd, gevoeld en genoten worden, wordt de neiging tot overdrijven steeds groter.
Daarnaast zijn we met zijn allen verslaafd aan emoties. De intensiteit die emoties bieden geven ons even het gevoel dat we leven. Harmonie, stilte en vrede ervaren we als saai, omdat we als er niets gebeurt en we onszelf niet afleiden dat innerlijk gevoel van leegte aan de oppervlakte dreigt te komen. Daarom creëeren we herrie, drama en turbulentie in ons leven – alles beter dan de dodelijke verveling van harmonie! Vaak besteden we de emoties ook uit en genieten we van de intensiteit van andermans emoties op TV, het witte doek, Youtube en games. We reageren ook op andermans emoties, fake emoties en emoties van animaties, dus steeds vaker geven we enerzijds toe aan onze lethargie en voeden we anderzijds onze behoefte aan intensiteit via de media die we in huis hebben.
Een wellicht onverwachte maar begrijpelijke verslaving is de verslaving aan adrenaline. Vanaf onze babytijd zijn we al gewend aan stress. Zoals gezegd is stress direct verbonden met angst en paniek, en veroorzaakt het een overlevingsreactie in de nieren die door middel van adrenaline energie vrijmaakt. Die energie geeft een enorme boost, omdat je lichaam voorbereid is op vechten of rennen voor je leven. Die boost voelt lekker, en dat is de reden dat wij als samenleving collectief verslaafd zijn geraakt aan adrenaline.
De keerzijde van angst is dat het je doet realiseren hoe graag je wilt leven. Door onze verregaande numbness hebben we steeds heftiger kicks nodig om te voelen dat we leven. Adrenaline zorgt daarvoor, en daarom zoeken we het gevaar op. Koffie, drukte, overwerken, risico’s nemen in het verkeer of in je relatie, gevaarlijke sporten en ‘probleem-denken’ garanderen een voortdurende stroom van adrenaline.
Eten is net als aangeraakt worden een basisbehoefte. Omdat we ons collectief verwijderd hebben van het continuüm zijn we het contact met onze basisbehoeftes kwijt, zo ook het contact met voedsel. Het gevolg daarvan is dat we enerzijds niet langer het onderscheidingsvermogen hebben om te voelen, weten, proeven welk eten goed voor ons is en welk eten niet, en we anderzijds verslaafd zijn geraakt aan eten. De polariteit numbness-verslaving komt bij iedere onderdrukte behoefte altijd terug.
Verslaving aan seks
Hoe verhoudt seksualiteit zich tot onze neiging tot verslaving? Ons lichaam heeft krachtige instincten en impulsen die gericht zijn op de voortplanting. De hormonale prikkels die daarmee gepaard gaan ervaren we als prettig en opwindend. Seksualiteit bepaalt een groot deel van ons gedrag – een gedrag dat voor een groot deel onbewust is en in zekere zin al eeuwenlang hetzelfde wanneer je het dunne laagje beschaving even buiten beschouwing laat.
Momenteel is er iets vreemds aan de hand: sinds een jaar of veertig explodeert de wereldbevolking. We planten ons sneller en veelvuldiger voor dan ooit eerder in de ontwikkeling van de mensheid. In 100 jaar is het aantal mensen verviervoudigd van 1,5 tot 6 miljard en lijdt 1 miljard mensen honger. Het lijkt erop dat onze voortplantingsdrang volkomen op hol is geslagen. Hoe kan dat?
In principe is voortplantingsdrang ondergeschikt aan verschillende voorwaarden. Deze voorwaarden zijn:
  1. De omgeving moet veilig zijn.
  2. Er moet voldoende te eten zijn.
  3. De groep en de partner moeten zodanig te vertrouwen zijn dat ze de vrouw met het toekomstige kind zullen beschermen en helpen het kind te voeden en op te voeden.
Dus: de juiste omgeving, de juiste situatie en de juiste partner. Deze voorwaarden golden altijd en gelden nu nog steeds. Wanneer je denkt aan Nederland zit dat wel goed, denk je misschien. Maar hoe relatief is de term ‘veiligheid’ als je 99 % van de mensen die je overdag ziet niet kent; als je je deur, fiets en auto op slot moet doen en als geweld op straat heel gewoon is. En hoeveel mensen in Nederland voeden hun kinderen alleen op? Eén op de drie huwelijken strandt. Vaak betekent dat voor de kinderen dat ze één van de ouders, meestal de vader, minder zien of zelfs helemaal kwijtraken. En hoeveel mensen kunnen de verantwoordelijkheid voor hun kinderen niet aan? Hoeveel mensen kunnen niet rekenen op de steun van hun familie of vrienden? Recent onderzoek wijst uit dat één op de zes meisjes in haar jeugd seksueel misbruikt wordt door een familielid, en dit cijfer is één op de vier wanneer je ook seksueel misbruik van iemand buiten de familie meerekent. Dus hoe zit het eigenlijk met die voorwaarden?
Ergens in onze ontwikkeling zijn wij mensen verslaafd geraakt aan de opwinding, extase en bevrediging van die instinctieve voortplantingsdrang. We hebben deze gevoelens losgekoppeld van hun functie en doel, namelijk: kinderen maken, en we zoeken ze op, keer op keer, om steeds opnieuw toegang te krijgen tot die gevoelens van opwinding, extase en bevrediging. Wanneer en hoe het precies gebeurd is is moeilijk te zeggen, maar mogelijk heeft het iets te maken met het feit dat wij mensen ons de laatste 100 jaar in sneltreinvaart hebben losgemaakt van de natuur. Ook wat betreft ons natuurlijke seksuele gedrag en het rekening houden met de natuurlijke voorwaarden die gelden bij voortplanting lijkt het erop dat we ons hiervan hebben losgemaakt.
Ik denk dat de verslaving aan seksuele prikkels één van de meest wijdverbreide en tegelijkertijd meest ontkende verslavingen van deze tijd is. Ze is onlosmakelijk verbonden met alle facetten uit onze samenleving. Als je om je heen kijkt herken je het wellicht in de fixatie op billen, borsten, grote penissen, gewillige vrouwen, rode lippen, macht en de botsingen tussen alfa-mannetjes overal in de reclame en media. Voor zowel mannen als vrouwen is masturberen, orgasme, ejaculeren, porno, one night stands, abortus, wisselende partners en de seksgefikseerde media vrij normaal. Waarschijnlijk maak je er zelf geen deel van uit, maar prostitutie, seksueel misbruik, aanranding en verkrachting is ook heel normaal. Je leest het dagelijks in de krant, ziet het dagelijks op TV en leeft mee bij iedere film die je erover ziet.
Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen enerzijds de stem van je natuurlijke zelf en anderzijds de stem van je verslaving. Het is moeilijk om je los te maken uit een verslaving, zeker als je die verslaving deelt met vrijwel iedereen om je heen. Maar wellicht is het toch de moeite waard. De liefde bedrijven vanuit vrijheid is van een hele andere orde dan de liefde bedrijven vanuit verslaving aan opwinding, orgasme of emotie.
Toen ik voor het eerst geconfronteerd werd met de stelling ‘seksuele verslaving’ vond ik het vergezocht en zeker niet op mij van toepassing, hoogstens op mannen als Bill Clinton. Het duurde een aantal jaren van weerstand, verzet en ontkenning voor ik het ook in mezelf herkende. Dit herkennen van je eigen verslavingen is essentieel wanneer je de behoefte hebt je er vrij van te maken. Vandaar hieronder een aantal vrij directe omschrijvingen.
Waarschijnlijk is de meest primaire seksuele verslaving de verslaving aan orgasme. Het is de reden dat masturberen zo normaal is geworden. Masturberen biedt een relatief veilige uitweg voor seksuele spanning, iets wat te verkiezen is boven bijvoorbeeld verkrachting. Masturberen heeft echter ook een schaduwzijde: veelvuldig ejaculeren bij mannen veroorzaakt een verlies van vitaliteit en levenskracht, en daarnaast draagt het bij zowel mannen als vrouwen bij tot een verdergaande numbness en ongevoeligheid van je lichaam, met name de geslachtsdelen. Wanneer je dan uiteindelijk met iemand naar bed gaat voel je niets, omdat je penis of vagina vrijwel gevoelloos geworden is, of je komt juist te snel klaar, omdat dat is waar je in getraind bent. Ook beperkt het streven naar een orgasme de vrijheid, onvoorspelbaarheid en creativiteit van het bedrijven van de liefde enorm.
Porno is net als masturberen een relatief veilige uitlaatklep voor seksuele spanning en verslavingspatronen. Het nadeel van porno is dat het onwillekeurig je hersenen programmeert. Porno is nooit een toonbeeld van subtiliteit, elegantie of schoonheid. Porno gaat voorbij aan de hartsverbinding tussen twee mensen, maar komt meteen ter zake: er wordt geneukt. De seksuele handelingen zijn hard, snel en louter gericht op klaarkomen. Als dit is wat je wilt werkt porno goed, maar net als bij masturberen vergroot het je numbness en zal het moeilijker voor je worden aanwezig te blijven wanneer je zelf seks hebt. Beelden van wat je gezien hebt zullen omhoog komen wanneer je seks hebt en zullen je seksuele gedrag beïnvloeden. Meestal word je daar niet subtieler van in je toenadering.
Prostitutie is ook een gevolg van de collectieve verslaving aan seks. Prostitutie was altijd een ‘mannending’, maar als onderdeel van de trieste inhaalslag van vrouwen wordt mannelijke prostitutie tegenwoordig ook gepromoot. Bij het vrouwentijdschrift ‘Linda’ kun je als welkomstcadeau voor nieuwe abonnees kiezen tussen een vibrator of een bezoekje van een gigolo. Prostitutie biedt een uitkomst als seksuele spanning een uitlaatklep zoekt en masturberen, porno, een relatie of een one night stand om de één of andere reden geen mogelijkheid vormt of geen bevrediging schenkt. Prostitutie is in zekere zin een heilig beroep, in die zin dat het nog grotere schade voorkomt. In milieus waar prostitutie uitgesloten is omdat het zondig of niet gepast is is het percentage verkrachtingen, geweldplegingen en kindermisbruik vele malen hoger dan in milieus waar prostitutie aanvaard wordt. We hebben dat pas nog gezien toen de vele seksuele schandalen binnen de katholieke kerk aan het licht kwamen.
Prostituees betalen hier echter een hoge prijs voor: zij geven mannen toestemming hun opgekropte seksuele spanning en agressie in hun lichaam te ontladen. Maar doen niet veel echtgenotes hetzelfde? Hoeveel echtgenotes laten zich niet gebruiken door hun man omdat ze niet durven weigeren, omdat hun man ze onderhoudt of omdat ze er iets mee gedaan krijgen?
Kijk eerst naar jezelf voordat je prostituees veroordeelt, en wees dankbaar voor de taak die ze binnen onze samenleving op zich nemen. Dankzij prostituees worden veel kinderen en vrouwen behoed voor geweld en misbruik, en daar verdienen ze respect en ontzag voor. Zonder hen zou deze samenleving allang aan seksueel geweld ten onder zijn gegaan.
Waar in mijn optiek prostitutie onaanvaardbaar wordt is wanneer het vrouwen, mannen of kinderen betreft die geen keus hebben. Je kunt je afvragen wanneer het wel of niet een vrije keus is, maar in veel gevallen is het overduidelijk géén keus. Wanneer prostituees slachtoffer zijn van mensen die ze uitbuiten voor eigen gewin is het de taak van de samenleving deze uitbuiters te zoeken en aan te pakken.
Kortom: Verslavingen zijn in onze cultuur een algemeen aanvaardde manier om de numbness te omzeilen, de pijn te verzachten en de leegte te vermijden. Het heeft geen zin om dit feit te veroordelen bij jezelf of anderen, maar wanneer je verlangen naar werkelijk contact groter is, is het vrij worden van je verslavingen een belangrijke stap. Het als zodanig herkennen van verslavingspatronen in je seksleven is essentieel als het gaat om het herontdekken van je natuurlijke seksualiteit en het vergroten van je gevoeligheid, integriteit, subtiliteit en uiteindelijk ook je plezier in seks.

Hoofdstuk 10 – Verveling

Ik ga samen met mijn vriendin en haar man naar de sauna. Haar man is een boom van een vent. Hij werkt in een garage en speelt al zijn hele leven rugby. Hij heeft brede schouders, enorme bovenarmen, massieve bovenbenen, een platte neus en bloemkool-oortjes. De neus is drie keer gebroken tijdens het rugbyen, en die oren heeft hij gekregen van de ontelbare klappen die hij er op heeft gehad. Hij zit er niet mee.
 ‘Rugby is de mooiste sport die er bestaat’, zegt hij. ‘Die paar klappen horen erbij, daar word je hard van.’
Mijn vriendin is 1 meter 80 en stevig gebouwd, maar naast hem ziet ze er breekbaar uit.
Het is rustig, we hebben de hele sauna voor ons alleen. Ik lig met gesloten ogen op de bank en doezel weg in de aangename hitte, tot ik opschrik van een hard geluid. Iris slaat haar man! Ik zie hoe ze hem met de vlakke hand een paar harde klappen op zijn schouder geeft, vervolgens op zijn arm slaat, en dan met een vuist een paar stompen op zijn been geeft.
‘Wat doe je?’, zeg ik verbaasd. ‘Waarom sla je hem?’
Iris en haar man lachen om mijn geschrokken gezicht.
‘Ik sla hem niet hoor’, zegt ze, ‘ik aai hem. Als ik het zachter doe voelt hij niets.’
Er zijn twee manieren waarop verveling kan ontstaan: door een gebrek aan impulsen, of door het onvermogen die impulsen waar te nemen. Wanneer we geboren worden zijn we voorbereid op een constante stroom van impulsen. We verwachten een plek te krijgen op het lichaam van onze moeder, zodat we voortdurend huidcontact hebben. We verwachten haar borst in onze buurt, zodat we de sensationele ervaring van het drinken kunnen ervaren als we daar behoefte aan hebben. We verwachten haar aanraking, haar steeds terugkerende aandacht en de sensatie van het meebewegen op haar lichaam, terwijl zij haar dagelijkse bezigheden uitvoert. We verwachten een kaleidoscopische variatie aan kleuren, geluiden, geuren, temperatuurverschillen, aanrakingen en bewegingen, met als veilig baken de aanwezigheid van onze moeder. Wanneer we kunnen kruipen en vervolgens lopen breidt onze wereld, dat mateloos opwindende avontuur, zich steeds uit.
In onze wereld moeten we vaak al vanaf het vroegste begin dealen met een chronisch gebrek aan impulsen. Inplaats gedragen door onze moeder brengen we het grootste gedeelte van de dag liggend in een wiegje door. Er is bewegingloosheid, stilte, onveranderlijkheid, niets. Het uitblijven van de impulsen die we verwachten, die we nodig hebben, verandert onze werkelijkheid in een nachtmerrie. Deze eerste ervaringen van verveling leveren intense gevoelens van frustratie, angst en paniek op, en de enige overlevingsstrategie die we vanuit onze instincten tot onze beschikking hebben is terugtrekking.
De al eerder genoemde numbness komt voort uit een instinctieve poging om de eenzaamheid en verveling niet te voelen. De vreugde wanneer we wél onder de mensen zijn, wanneer we aangeraakt en gezoend worden, wanneer er tegen ons gepraat wordt, wanneer we in een draagzak of desnoods in een kinderwagen naar buiten gaan en ritmisch gewiegd worden, is immens, maar wanneer dit incidenteel is, is het niet genoeg.
 
‘De baby heeft rust nodig’ is de overtuiging waarmee volwassenen hun kinderen onbewust veroordelen tot een onnodige en zinloze marteling. Zo stil en geruisloos mogelijk sluipen ze langs de babykamer, want wanneer hij ook maar één geluid hoort begint hij te huilen. Het misverstand berust op het interpreteren van het huilen. De baby huilt niet omdat hij rust nodig heeft, maar omdat hij hunkert naar impulsen! Het geluid dat hij hoort roept het directe en heftige verlangen op erbij te zijn. Daarom gaat hij huilen. Het is zijn manier om te zeggen: ‘Haal me hier alsjeblieft uit!’ Een felgekleurd mobiel met bewegende Disney-figuurtjes boven zijn hoofd of een muziekdoosje met mechanische melodietjes leiden hem weliswaar even af, maar zijn een armzalig substituut voor waar hij werkelijk behoefte aan heeft.
Naarmate we ouder worden staan ons meer beproevingen te wachten. Het lijkt alsof we getraind worden om verveling zodanig te hanteren dat we er vroeg of laat niet meer op reageren. Op school leren we wachten en nog eens wachten, leren we dat we onze mond moeten houden als de juffrouw praat, dat we onze vinger moeten opsteken als we iets willen vragen en dat we op moeten letten, ook wanneer we niet geboeid zijn. Een gebrek aan gehoorzaamheid wordt gestraft met nog meer verveling: nablijven, niet naar buiten in het speelkwartier, strafregels schrijven of, zoals vroeger gebruikelijk was, in de hoek staan. De volwassen equivalent hiervan is de gevangenis: een herhaling van de babykamer, onze grootste en diepste angst.
Uit angst om gestraft te worden met nog meer verveling leren we omgaan met verveling. We wachten af, zitten het uit, volgen de regels met een soort gelatenheid die voor iedere objectieve buitenstaander duidelijk aangeeft dat we geen plezier hebben, en door de jaren heen ontwikkelen we het vermogen om verveling een plek te geven in ons bestaan. Echter: we wennen er nooit aan.
Numbness is een overlevingsstrategie die heel goed werkt wanneer de pijn van de werkelijkheid te groot is om te dragen. Het is alsof we een dikke huid ontwikkelen, waardoor we minder sensitief worden. Het voordeel daarvan is dat we minder lijden, maar de prijs die we betalen is onze sensitiviteit. We voelen minder pijn, minder eenzaamheid, minder verveling en minder angst, maar we voelen ook minder vreugde, minder genot, minder plezier en minder opwinding. Onder de laag van numbness blijft de hunkering bestaan. Het verlangen naar impulsen, naar intensiteit, naar het ervaren van het hele zintuiglijke spectrum van het leven, blijft ons hele leven bij ons.
Tot op zekere hoogte kunnen we omgaan met de verveling die het dagelijks leven ons oplegt. Na een jaar of vijftien gedwongen schoolgang raken we zelfs gehecht aan het ritme, de voorspelbaarheid en de veiligheid die het volgen van routines oplevert. Het is normaal geworden om vijf dagen per week min of meer hetzelfde te doen. De meesten van ons zijn op een leeftijd van 18 jaar getemd. Het natuurlijke verzet tegen een bestaan dat geestdodend, emotioneel onbevredigend en fysiek frustrerend is is geslonken tot een vaag gevoel van onvrede, waarvan de oorzaak niet langer bewust is. We maken zonder veel verzet de overgang van school naar werk, een ander instituut, waar we weer minimaal vijf dagen per week min of meer hetzelfde doen.
Maar het verlangen naar leven laat zich niet verloochenen. Wanneer we niet op de één of andere manier tegemoet komen aan onze behoefte aan intensiteit, avontuur en verandering, kwijnen we langzaam weg. We worden depressief, raken burnout of krijgen psychische of lichamelijke klachten. We proberen allemaal te ontsnappen aan de dodelijke saaiheid van het dagelijks leven door momenten te zoeken waarop we er even uit kunnen, al is het maar koffie halen bij de kantine of buiten roken. Onze levenshonger maakt dat we onder alle omstandigheden blijven zoeken naar afleiding. Op het werk zijn dat de momenten dat je even weg mag, dat je een praatje maakt met een collega of dat je een paar minuten je eigen ding doet op internet. Bijna alle mensen leven op als er andere mensen in de buurt zijn, dus wanneer je op het werk omgeven bent door andere mensen, al zijn het volslagen vreemden, is het al draaglijker. In je vrije tijd zoek je afleiding voor de sluipende verveling door TV te kijken, te gaan sporten, tijd met je vrienden door te brengen, te eten, te drinken of seks te hebben, en eens per jaar mag je 26 dagen op vakantie.
We zijn allemaal bereid om grote risico’s te nemen in onze hunkering te ontsnappen aan de chronische verveling, en verslaving is daar één van. Verveling is de belangrijkste oorzaak van welke verslaving dan ook. Het is de angst voor de leegte die we proberen op te vullen met onze verslaving. Er zit echter een schaduwkant aan het gegeven dat verslavingen helpen tegen verveling: verslavingen hebben een escalerend karakter. Dat wil zeggen: je hebt steeds meer nodig om hetzelfde effect te bereiken. De eerste paar keer dat je alcohol dronk werd je van twee biertjes euforisch, maar twintig jaar later roept geen enkele hoeveelheid alcohol datzelfde gevoel van euforie nog op.
 
De Vijf V’s
Kortom: Je wordt geboren met een hypergevoelig lichaam en met een enorme nieuwsgierigheid. Door het uitblijven van de impulsen die je nodig hebt en door het opdringen van impulsen die onprettig zijn ontwikkel je langzaam maar zeker een dikke huid: je wordt numb. Door die numbness ervaar je nog minder, waardoor het leven langzaam maar zeker steeds saaier wordt. Om de verveling te verdrijven ga je op zoek naar impulsen. Alleen ben je nu niet langer hypergevoelig, maar ben je vrij numb, waardoor je krachtiger impulsen dan voorheen nodig hebt om nog iets te voelen. Die krachtiger impulsen zijn meestal een uitvergrote vorm van één of meerdere van de Vijf V’s.
Wat zijn de Vijf V’s? Het zijn de vijf functies van de hersenstam ofwel de reptielhersenen, evolutionair gezien het oudste gedeelte van ons brein. De vijf V’s behelzen de basale behoeftes en gedragingen waar we op terug vallen om te overleven. Deze zijn: voeding, vechten, verstarren, vluchten en voortplanten. Dit zijn oerfuncties die nauw verbonden zijn met het continuüm en die een grote invloed hebben op ons gedrag en welbevinden.
Wat gebeurt er met De Vijf V’s in relatie tot onze behoefte de verveling te verdrijven en ondanks de numbness toch iets te voelen? Ze veranderen in verslaving.
Voeding: Je gaat meer eten en zoekt heftiger smaaksensaties dan je vanuit je natuurlijke behoeftes nodig hebt. De laatste tientallen jaren is onze suikerconsumptie enorm toegenomen, omdat de intens zoete smaak van suiker ons direct bevredigt, meer dan het zoet van bijvoorbeeld een appel. De toevoegingen van smaak-, geur- en kleurstoffen komt tegemoet aan die behoefte aan intense eet-ervaringen, maar heeft tegelijkertijd het effect dat je smaakpapillen afstompen. Gewend geraakt aan de intense smaak van synthetische toevoegingen wordt het steeds moeilijker om niet-bewerkt eten te waarderen. Ook neigen we steeds meer naar vet, rijk en machtig eten, naar chips, vlees, patat, taart, shoarma, omdat het volle gevoel dat dat ons geeft ons meer bevredigt dan voedsel dat wellicht gezonder voor ons is, maar ons minder of minder snel een vol gevoel geeft. Eetverslaving is een enorm probleem in onze samenleving. Het uit zich in allerlei ziektes en massaal overgewicht, maar omdat het één van de gemakkelijkste en meest aanvaarde manieren is om gevoelens van verveling en leegte te verdrijven is het ook één van de moeilijkste verslavingen om aan te pakken. Als je eet leef je, en als er niets anders is wat je het gevoel geeft dat je leeft, dan eet je meer, als het moet tot de dood erop volgt. Veel mensen eten zich letterlijk dood en sterven op relatief jonge leeftijd aan de gevolgen van hun ongezonde eetgewoontes.
Vechten: We vechten voor ons leven, en wanneer we in gevecht zijn geeft dat een intens gevoel van in leven zijn. In principe is vechten onnodig wanneer we niet in gevaar zijn en niemand ons leven bedreigt, maar wanneer we moeten kiezen tussen vechten of verveling kiezen veel mensen voor vechten. De bevrediging die vechten geeft lijkt in onze maatschappij min of meer gestroomlijnd. We verbieden onze kinderen te vechten en straffen ze wanneer ze een vriendje op het hoofd timmeren, we blazen stoom af in de sportschool of gaan op kungfu of karate. In gezelschap gedragen we ons over het algemeen netjes, we zeggen ‘sorry’ als we in het voorbijgaan of in de bus iemand per ongeluk aanraken, en we winden ons op over mensen die hun woede niet onder controle hebben en zomaar met iemand in gevecht gaan. Tegelijkertijd hebben we een defensie-apparaat waar we onze jongeren met trots heen sturen en woeden in de hele wereld oorlogen, zodat we ons niet hoeven te vervelen. Het grootste gedeelte van de computerspellen bestaat uit oorlogs- of andere gevechtsspellen waar je kunt vechten, schieten en moorden, en op TV laven we ons aan het vechten van andere mensen, legers en volken. ‘The Fight Club’[1] is een fantastische film over het onmiskenbare feit dat vechten een euforische dimensie heeft.
Ik zit op fitness. Mijn fitness-school is naast het voetbalstadion. Op zondagmiddag wacht ik meestal met sporten tot de voetbalwedstrijd afgelopen is, anders moet ik me door groepen supporters, gewapende politie en ME te paard heen manouevreren. Deze zondag ben ik echter te vroeg. Het is een uur na de wedstrijd, maar de voetbalsupporters weigeren te vertrekken. Ik zie een gele muur van de ME te paard. Het regent, en ze dragen allemaal potsierlijk gele regenpakken en mutsen. Aan de ene kant staan bussen met voetbalsupporters uit Rotterdam, aan de andere kant staan honderden thuis-supporters. De bussen kunnen niet vertrekken, men vreest voor aanvallen van de thuis-supporters, want Feyenoord heeft gewonnen. Ik moet door de supporters heen, een massieve groep van grimmig uitziende mannen, ogen gericht op de bussen in de verte. Ik stap van mijn fiets af en loop voorzichtig door de menigte heen. De dreigende sfeer is haast tastbaar, het ruikt naar bloed. Wanneer ik er bijna doorheen ben word ik gespot door twee mannen, flesje bier in de hand, openhangende jassen, nat haar, die me de weg versperren. ‘Wat moet dat, kankerhoer?’, roept één van hen, maar ze gaan wel opzij. ‘Sorry’, zeg ik, en loop door. De ander roept me na: ‘Wel een beetje uitkijken hè, teringwijf!’ Mijn hart klopt in mijn keel, niet van angst, maar van woede. Wanneer ik uit de menigte ben en mijn fiets bij de fitness-school op slot zet spuug ik op de grond in een gebaar van minachting. Ik hoop dat ze het zien.
 
Ik ben net op tijd voor de Body Combat les. De Body Pump is net voorbij, daar komen altijd veel mannen, maar bij de Body Combat zijn meestal alleen vrouwen. Misschien omdat de instructrice een wat feministisch type is, of omdat we bij Body Combat geen gewichten gebruiken. We gaan van start op keiharde muziek en volgen de instructrice in haar ritmische kicks en punches. Mijn God, wat kan die vrouw hard schoppen. ‘Kijk boos’, roept ze, wat me niet echt lukt. ‘Je bent in gevecht! Het hoofd van je tegenstander druk je tegen de grond! Je rechterhand op zijn keel! In je linkerhand een baksteen. Til je linkerarm op! Open je borst, en sla! En sla! En sla! Op het ritme van de housemuziek slaan we het denkbeeldige gezicht van onze denkbeeldige tegenstander tot pap. Onwillekeurig denk ik aan die twee idioten van net, en half beschaamd realiseer ik me hoe lekker het is me voor te stellen dat het één van hen is die ik tegen de grond sla.
Verstarren: Verstarren is wellicht de meest ondoorgrondelijke V van alle vijf. We hebben het als oer-instinct meegekregen uit de tijd dat we nog het risico liepen om aangevallen te worden door wilde dieren die bliksemsnel reageerden op beweging, maar een onbeweeglijke prooi niet konden zien. ‘Ik verstijfde van angst’ is een overblijfsel van dat mechanisme.
‘Inglourious basterds’[2] begint met een bloedstollende scène waar een Duitse nazi-officier een glas melk drinkt in de keuken van een zwijgzame boer. De officier houdt een tergende monoloog houdt over de Germaanse superioriteit. ‘Joden zijn net ratten’, zegt hij, ‘ze verstoppen zich in de donkerste hoeken van de samenleving.’ Ondertussen beweegt de camera omlaag en toont een Joodse familie die als verstijfd onder de keukenvloer in elkaar gedoken zit, handen voor de mond, de ogen wijdopengesperd van angst. In het gesprek blijkt dat de officier weet dat de Joden er zitten en een sadistisch genoegen schept in het rekken van de tijd. Terwijl hij blijft praten tegen de verslagen boer gebaart hij door het raam naar de twee soldaten die buiten staan. Deze komen naar binnen, de officier wijst naar de keukenvloer en knikt. De soldaten beginnen te schieten, de planken van de keukenvloer versplinteren en de Joodse familie wordt afgeslacht. ‘Als ratten in de val’, grijnst de officier naar de boer. Deze zit op zijn beurt als verstard in zijn stoel. Zijn drie dochters staan buiten te wachten, en hij weet niet wat de represailles zijn van de nazi nu duidelijk is dat hij Joden hielp onderduiken.
In onze moderne samenleving verstarren we vaker dan we denken. Het zijn de momenten in het leven dat we niet weten wat we moeten doen, geen uitweg zien, niet weten wat er van ons verwacht wordt, niet weten wat we willen, en om die reden verkrampen. Oorspronkelijk was het verstarrings-mechanisme een kwestie van leven of dood. Wanneer het lukte om onbeweeglijk en daardoor onzichtbaar te blijven redden we daarmee ons leven. Wanneer we per ongeluk een beweging maakten, hoestten of niesten konden we daarmee ons leven verliezen. Om die reden is verstarren gekoppeld aan een heel intens verlangen naar leven. De opluchting wanneer het gevaar voorbij is is euforisch. Desalniettemin zoeken we niet zo vaak de verstarring op in ons leven, niet zo vaak als dat we ons overgeven aan eten of vechten. Het kan echter wel verklaren waarom we zo gek zijn op thrillers, detectives en horrorfilms. Stephen King is een meester in het oproepen van verstarring en de daaropvolgende opluchting.
Verstarren wordt een levenswijze wanneer je niet langer in staat bent om uit de rigide patronen van je leven te stappen en iedere dag volgens hetzelfde stramien verloopt. We kennen allemaal de neurotische huisvrouw die op vrijdag het huis poetst terwijl het nog schoon is, de collega met smetvrees of de wat zielige kennis die al dertig jaar in het magazijn van V & D werkt en nog nooit te laat is gekomen, maar ook zelf hebben we dit soort gewoontes: gestolde, verstarde levensregels die we gebruiken om onze angst voor de zinloosheid, de verveling en de nutteloosheid van ons bestaan tegen te gaan. Zo zal ik zelf nooit nalaten om het sprei op mijn bed glad te trekken nadat ik ’s ochtends opgestaan ben.
Vluchten: ‘Dat is vluchtgedrag’ zeggen we wanneer iemand zegt: ‘Ik wil gewoon weg hier, op reis, een nieuw leven beginnen in een warm land, alles achter me laten, een nieuwe start maken.’  Vluchten wordt geassocieerd met zwakte, maar toch is het één van die oer-functies die je in contact brengt met de liefde voor het leven. Je vlucht weg van het gevaar, in de richting van een leven met meer overlevingskansen, meer mogelijkheden en wellicht meer vrijheid. Als volk vluchtten we in het verleden voor honger, dorst, ziekte, wilde dieren en vijandige stammen, en dat maakte dat we overleefden. Dat ligt ten grondslag aan het verlangen te vluchten wanneer we ons beklemd voelen, of wanneer we niet gelukkig zijn. Vluchten biedt een even intense ervaring als de ervaring van verstarren, vechten of eten. Zo vluchten we voor verveling, voor verantwoordelijkheid, voor verplichtingen en voor de gevolgen van onze daden. Voor sommige mensen is vluchten een manier van leven geworden – het idee van blijven jaagt ze zoveel angst aan dat ze voortdurend in beweging moeten blijven, voortdurend op zoek zijn naar een nieuwe partner, nieuw werk, een nieuw huis, nieuwe mogelijkheden, omdat ze tot op het bot ontevreden zijn met hun leven.
Vluchten is ook verbonden met snelheid. Hoe sneller we kunnen rennen, rijden of vliegen, des te groter is onze kans te ontsnappen wanneer er gevaar dreigt. Dat verklaart wellicht onze liefde voor snelle auto’s, al is het een vrij bizar plaatje om al die auto’s in de file te zien staan tijdens de avondspits.
Voortplanten: Seks is één van de meeste intense ervaringen die we in ons leven kunnen hebben. De aantrekking, opwinding en passie, de aanraking, de nabijheid van een ander mens, het oogcontact, de zintuiglijke overdaad aan indrukken, het huidcontact, de geur, de smaak, de warmte, de versnelde ademhaling, de natheid, het gekreun, de heftige reacties van het lichaam en het orgasme zijn voor een mens dat lijdt onder een chronisch gebrek aan impulsen het summum van afleiding. Sinds Bill vreemdging met Monica en een excuus nodig had is de term ‘seksverslaving’ bedacht, maar de meeste mensen ervaren zichzelf absoluut niet verslaafd, ook niet wanneer ze voortdurend aan seks denken, veelvuldig masturberen en klaarkomen en ernaar streven zo veel en zo vaak mogelijk seks te hebben. De grens tussen een natuurlijk verlangen naar seks en een obsessief verlangen naar seks is niet altijd even makkelijk te trekken, net zomin dat het moeilijk is om onderscheid te maken tussen echte honger en lekkere trek.
In mijn optiek zijn eten, vechten en voortplanten de meest gebruikte en meest aanvaarde strategiën om te ontkomen aan verveling. Eten en seks zijn in deze geen reactie op gevaar – we eten en planten ons voort, ook als er geen gevaar dreigt. Vluchten, vechten en verstarren zijn reacties op gevaar, en in die zin prefereren we wellicht eten en seks boven vechten, vluchten en verstarren in onze eindeloze zoektocht naar afleiding.
Ons leven speelt zich voor een groot gedeelte af tussen twee uitersten: de behoefte aan veiligheid enerzijds en de dwingende, obsessieve, constante gerichtheid op afleiding anderzijds. De behoefte aan veiligheid maakt dat we bereid zijn een zekere mate van verveling te verdragen en de numbness zelfs tot op zekere hoogte omhelzen, maar de behoefte aan leven maakt ons opstandig en bereid risico’s te nemen om te ontsnappen uit het keurslijf van verveling, voorspelbaarheid en routine.
Ieder van ons geeft daar op geheel eigen wijze een invulling aan, maar over het algemeen voelen we ons meer aangetrokken tot de held die op avontuur gaat, grote risico’s neemt om zijn geliefde voor zich te winnen, zijn leven op het spel zet om het monster te verslaan en zich in uiterst onveilige situaties begeeft om zijn doel te bereiken dan de persoon die ervoor kiest om thuis te blijven en de volgende dag toch maar weer gewoon naar kantoor te gaan. Tegelijkertijd besteden we de rol van de held liever uit aan anderen dan dat we hem zelf op ons nemen. Het bekijken van andermans heldendaden op het witte doek: James Bond, Indiana Jones of Lara Croft die de wereld redden, of het zijn van de held in cyberspace, is voor velen van ons bevredigend genoeg. We sterven eerder aan de popcorn dan aan de enorme risico’s die we in het leven genomen hebben.
Het escalerende karakter van verslavingen en de neiging de Vijf V’s uit te vergroten ter afleiding veroorzaken vroeg of laat een impasse. Alle verslavingen hebben tot gevolg dat de numbness langzaam maar zeker groter wordt. Daarnaast kosten verslavingen energie. De energie voor de intensiteit van de ervaring komt ergens vandaan, en wel uit je lichaam. Hoe minder energie in je lichaam aanwezig is, des te minder voel je. Iedereen kent de kater na een nacht van doorzakken. Wanneer het hele leven echter een kwestie is van het nastreven van pieken door middel van koffie, eten, conflicten, alcohol, stress, piekeren, slaapgebrek, verdovende middelen, stimulerende middelen, pijnstillers, drugs en seks ontstaat er langzaam maar zeker geen tijdelijke kater, maar een voortdurende staat van katerigheid.
De negatieve spiraal die ontstaat door het vermijden van verveling ziet er ongeveer zo uit:
1.      Je mist de impulsen die je nodig hebt om te voelen dat je leeft, waardoor je je gaat vervelen.
2.      Om dit niet te voelen trek je je deels terug uit je lichaam: je wordt numb.
3.      De numbness versterkt het gemis, waardoor je je nog meer gaat vervelen.
4.      Om dit gemis niet te voelen ga je op zoek naar afleiding: heftige impulsen die je het gevoel geven dat je leeft.
5.      Deze heftige impulsen onttrekken energie aan je lichaam en stompen je zintuigen af, waardoor je nog number wordt.
Zo herhaalt de cyclus zich. De verveling wordt niet minder, maar meer. Dat zie je ook terug in de samenleving: ondanks de overdaad aan impulsen, afleiding, eten, drinken, entertainment en vermaak gaan mensen zich toch steeds meer vervelen.
Afhankelijk van je karakter kies je voor een leven dat bepaald wordt door een fixatie op één of meerdere van de Vijf V’s. Ook al leidt dit soms tot grillig gedrag en lost het de verveling niet op, het is wel een creatieve tijdelijke oplossing. Toch is er ook een andere manier. Je kunt opnieuw leren voelen. Wanneer je manieren vindt om de lichamelijke en emotionele numbness te verminderen en andere keuzes maakt wat betreft de manier waarop je je dagelijks leven invult, kun je langzaam maar zeker je natuurlijke gevoeligheid weer ontwikkelen, zonder dat je daarvoor afhankelijk bent van welke verslaving dan ook.
De keus voor een leven waarin je gevoeligheid toeneemt inplaats van afneemt is voor iedereen toegankelijk, maar is niet vanzelfsprekend. Het is in de meest letterlijke zin van het woord een keren van het tij.

[1] ‘The Fight Club’, 1999, met Brad Pitt en Edward Norton. Regie: David Fincher
[2] ‘Inglourious Basterds’, 2009. Regie: Quentin Tarantino.
Hoofdstuk 11 – De kinderwens valkuil

Een vruchtbare vrouw verlangt naar zaad. Dit oerverlangen is onderdeel van het continuüm en draagt bij aan het voortbestaan van de soort. Een vruchtbare vrouw is onweerstaanbaar voor een man. Uitgerust met allerlei lichamelijke kenmerken en gedragingen die haar beschikbaarheid kenbaar maken prikkelt ze een man. Haar lippen zwellen op en worden roder, haar borsten zwellen op en worden zichtbaarder, haar ogen worden vochtig, haar pupillen worden groter, haar bewegingen worden trager, ze beweegt meer met haar heupen, ze laat haar benen zien, ze lacht veel, ze raakt meer aan en en haar hele lichaamstaal, subtiel doch onmiskenbaar, laat zien dat ze zin heeft in seks. De bron van dit alles is de baarmoeder, De Heilige Graal, het machtigste orgaan van de vrouw. Haar oeroude verlangen naar bevruchting, naar opgevuld worden, naar het voortbrengen van nieuw leven is op fysiek niveau het diepste en meest overheersende verlangen dat een vrouw kan hebben.

De meeste vrouwtjesdieren ovuleren alleen als de omstandigheden zich daarvoor lenen, dat wil zeggen: als er een geschikt mannetje voorhanden is, als de omgeving veilig is, als er ruimte is voor nieuwe kroost, als er genoeg te eten is, als het de juiste tijd van het jaar is en als de globale situatie in balans is. Wanneer alleen bepaalde vrouwtjes binnen de groep de functie hebben om te baren dan stopt de ovulatie bij de andere vrouwtjes automatisch. Wij mensen zijn de enige diersoort waar vrouwen over het algemeen iedere maand ovuleren. In vergelijking tot welke ander diersoort dan ook, behalve dolfijnen en Bonobo-apen, zijn wij mensen seksueel het meest actief. In tijd van oorlog, ondervoeding of langdurige blootstelling aan stress stopt doorgaans de ovulatie, maar onder de huidige omstandigheden is het normaal voor een vrouw om iedere maand te ovuleren, en om dus iedere maand geconfronteerd te worden met het verlangen van de baarmoeder om bevrucht te worden.
In hoeverre dit natuurlijk is is de vraag. Mogelijk komt dit hyper-voortplantingsgedrag voort uit het feit dat onze samenleving zo gefixeerd is op seks dat we onder druk van de niet aflatende seksuele prikkels reageren met een soort overproductie van rijpe eitjes. Sommige dieren ovuleren alleen wanneer ze seks hebben – misschien hebben wij tegenwoordig zo vaak en zo veel seks dat het lichaam voortdurend geprikkeld wordt om een eitje beschikbaar te stellen.
Los van de vraag wat natuurlijk is en wat niet blijft het fysieke oerverlangen van de vrouw naar het voortbrengen van nieuw leven een kracht om rekening mee te houden. Wanneer dit verlangen niet langer beperkt wordt tot de momenten dat het inderdaad passend is om een kind te maken, maar zich ook kenbaar maakt wanneer dat niet het geval is, kan het zich op verrassende en soms schokkende wijze laten gelden.
Wij mensen hebben nog niet zo lang geleden ontdekt dat bepaalde instincten losgekoppeld kunnen worden van hun oorspronkelijke functie. Net als dat het orgasme, oorspronkelijk bedoeld om kinderen te maken, genot te verschaffen en een band te scheppen tussen man en vrouw, inmiddels een haast op zichzelf staand fenomeen is geworden en gebruikt wordt als verveling-verdrijver, stress-ontlader, afleiding en surrogaat voor echte intimiteit en intensiteit, zo hebben we ook het oerverlangen van de vrouw losgekoppeld van haar oorspronkelijke functie en manifesteert ze zich op momenten en in situaties die in wezen niets te maken hebben met een authentieke, natuurlijke kinderwens.

De Rode Draak

Taoïsten zijn vol ontzag als het gaat om de immense kracht van de baarmoeder en spreken hierbij van ‘het verslaan van de Rode Draak’. Het verslaan van de Rode Draak verwijst naar het proces waarin een vrouw leert om haar verlangen naar het voortbrengen van nieuw leven te beheren en om te zetten tot een creatief en vervullend leven. Daarnaast verwijst het naar de taak van de man om in staat te zijn de Rode Draak te ontmoeten zonder onderuit te gaan.
Het maken van kinderen is één van de manieren om het creatieve vermogen van de baarmoeder vorm te geven. De seksualiteit van de baarmoeder hoeft niet persé op lichamelijk niveau vormgegeven te worden, maar kan ook op andere niveaus creatief zijn. In de oude clans van weleer maakten vrouwen een bewuste keus voor het moederschap of voor andere manieren om hun leven zinvol in te vullen. De seksuele energie die vrouwen die geen moeder werden overhielden werd gebruikt om andere dingen te doen, andere taken te vervullen. Vrouwelijke sjamanen waren meestal kinderloos, en ook vrouwen die een leidende functie hadden binnen de clan hadden geen kinderen. Op geen enkele manier waren deze vrouwen ongelukkig of hadden ze het gevoel hun bestemming mis te lopen. Doordrongen van het feit dat creativiteit op vele niveaus kan plaatsvinden waren ze even vervuld van de kunst, wijsheid, ervaring en schoonheid die ze voortbrachten dan de vervulling die andere vrouwen ervaarden via hun kinderen.
Het bewuste dan wel onbewuste ontzag dat zowel mannen als vrouwen hebben voor wat in China de Rode Draak wordt genoemd: de kracht van de baarmoeder, geldt het besef dat deze in ongetemde toestand bijzonder gevaarlijk kan zijn. De Rode Draak is de plek waar Kali tevoorschijn kan komen – een allesvernietigende kracht die als een vuurspugende draak alles vernietigt wat op haar pad komt. Een geïrriteerde baarmoeder die niet bevrucht wordt en ook de kans niet krijgt op een andere manier haar creativiteit te uiten breekt vroeg of laat uit in een explosieve ontlading van onderdrukte creativiteit, die op dat punt vaak niet langer creatief is, maar destructief.
Niets is zo gevaarlijk als een vrouw met onvervuld verlangen. Toen na een eeuwenlang gevecht het patriarchaat een feit was en vrouwen het recht opgaven om zich op eigen wijze te ontwikkelen en vorm te geven aan hun scheppingsdrang werd langzaam maar zeker de Rode Draak ongedurig. Tegen beter weten in probeerden nieuwe religies en culturen de scheppingsdrang van vrouwen in te perken door deze gewoonweg te verbieden en in te dammen. Vrouwen werd wijsgemaakt dat hun enige taak in het leven was om te trouwen, hun man te dienen, kinderen te krijgen en deze te verzorgen, waarbij volledig voorbijgegaan werd aan de eigenheid, bestemming, intelligentie en keuzevrijheid van vrouwen. Hoe deze bizarre situatie tot stand is gekomen is voor mij een raadsel, maar nog steeds heeft deze diepgaande, desastreuze misvatting het grootste deel van de mensheid in haar greep.
Tegenwoordig geloven nog steeds veel mensen, mannen en vrouwen, dat het baren van kinderen de diepste vervulling is voor een vrouw. Vrouwen gaan soms heel ver in hun liefde voor, of eigenlijk uitlevering aan hun zogenaamde prins op het witte paard en het idealiseren van het moederschap. De Rode Draak is ondertussen witheet van woede, omdat voor haar het baren van kinderen heel vaak níet de ultieme vervulling is. De Rode Draak is veel te slim, veel te eigenzinnig, veel te intelligent en veel te krachtig om genoegen te nemen met een dergelijke versimpeling van haar oorspronkelijke behoefte aan vervulling. De Rode Draak zint op wraak.
Wanneer een vrouw zichzelf terugvindt met een peuter en een baby op een flat in een nieuwbouwwijk terwijl haar man de hele dag weg is, wanneer haar seksleven onbevredigend is, wanneer ze te geïsoleerd is om veel tijd door te brengen met leeftijdsgenoten, wanneer van haar verwacht wordt dat ze dag in dag uit al haar creativiteit, levenslust, inspiratie, verlangen en honger naar kennis, avontuur, groei, verandering, uitdaging, intimiteit en contact in haar kinderen stopt, worden zowel zij als haar kinderen langzaam maar zeker gek. Ja, ze houdt van haar kinderen, ja, ze is zorgzaam en toegewijd, maar niet ALLEEN MAAR. Het is een belediging voor de Rode Draak om zo’n dom en fantasieloos leven te leiden, en vroeg of laat zal haar creatiebehoefte zich manifesteren op onvoorspelbare, oncontroleerbare wijze, met name rond de menstruatie, wanneer de baarmoeder een poging doet de frustratie eruit te gooien.
Rond de menstruatie is de baarmoeder aan het woord. Een paar dagen lukt het niet om de illusie van een interessant leven in stand te houden. Een bekende manier om de overtollige energie en spanning kwijt te raken is emotie. De emotionaliteit van vrouwen wordt vaak zelfs door vrouwen niet meer serieus genomen, terwijl mannen er al helemaal niet mee kunnen omgaan, maar in wezen spreken vrouwen met name wanneer ze emotioneel zijn de waarheid.
Vanaf de zestiger jaren is de keuzevrijheid van vrouwen wat betreft hetgeen ze met hun leven willen in ieder geval in een groot deel van Europa en Amerika veel groter geworden. Met name het feit dat vrouwen niet langer economisch afhankelijk zijn van mannen heeft een vrijheid geschapen die voor een enorme omwenteling in onze samenleving heeft gezorgd. Tegenwoordig hoef je niet persé te trouwen en kinderen te baren om je een echte vrouw te voelen, en veel vrouwen kiezen er dan ook voor om iets anders te gaan doen. Echter: het innerlijk gevoel van leegte is daarmee niet altijd verdwenen. Na zoveel eeuwen gehersenspoeld te zijn wat betreft de betekenis van het vrouw zijn blijkt het moeilijk om de weg terug te vinden naar onze oorsprong. Economische en religieuze vrijheid blijken niet genoeg te zijn om het contact te herstellen met de diepste verlangens en behoeftes in ons, met de essentie van ons vrouwzijn. We proberen het wel, maar veel van die pogingen komen voort uit ons intellect, uit woede, uit rebellie, uit verwarring en soms uit de misvatting dat we gelukkig zullen zijn als we dezelfde doelen gaan nastreven als lange tijd voorbehouden was aan mannen. Dus gaan we ook roken, pakken dragen, hard werken, whisky drinken, naar de kroeg, mannen versieren, masturberen.. maar het innerlijk gevoel van leegte blijft.
Die innerlijke leegte kan alleen maar opgevuld worden door het herstellen van het contact met het continuüm, maar wanneer dat niet lukt gaan we op zoek naar alternatieven – alles wat dat innerlijke gevoel van leegte oplost, al is het maar voor even. Wanneer tot het bewustzijn doorgedrongen is dat kinderen het niet oplossen kunnen allerlei andere zaken tijdelijk danwel langer die leegte opvullen. Shoppen en eten zijn vrij gebruikelijke manieren om de leegte op te vullen, iets waar miljoenen aan verdiend wordt. Maar uiteindelijk is zelfs een Louis Vuitton tas ook maar een lege ruimte die erom vraagt gevuld te worden, en biedt eten: het vullen van een andere holte dan de baarmoeder: de maag, ook maar tijdelijke verzadiging. De echte honger geldt de honger naar het continuüm, de verbinding met je eigen natuurlijkheid, het vermogen je lichaam te voelen, de signalen van je ziel te kunnen waarnemen en de boodschappen van je geest te kunnen opvangen.
Wanneer een vrouw niet in contact is met haar baarmoeder en zich gevoelsmatig heeft afgesloten voor haar verlangens en signalen is de Rode Draak als het ware zonder leiding. Zonder leiding, zeker als ze gefrustreerd is omdat haar creatieve impulsen niet gehoord worden, kan de Rode Draak veranderen in een ongeleid projectiel. In plaats van dat haar oerverlangen naar creëren een plaats krijgt in het leven van de vrouw gaat de Rode Draak onafhankelijk opereren.
Iemand die uitgehongerd is zal alles naar binnen schrokken wat hij op zijn pad tegenkomt en niet in staat zijn om selectief of kieskeurig te zijn. Hetzelfde kan gebeuren met de baarmoeder. Het gefrustreerde, onderdrukte en onbeheerde verlangen naar creativiteit en vervulling manifesteert zich in dat geval op de meest primitieve wijze: door een kinderwens die met niets anders rekening houdt dan de kinderwens zelf.
Hoe groter het gevoel van innerlijke leegte bij een vrouw, des te gevaarlijker de baarmoeder kan worden. Het is een beetje te vergelijken met een hond: zolang een hond goed verzorgd wordt, te eten krijgt en mag spelen en hollen wanneer hij daar behoefte aan heeft kan een hond hond zijn, is hij betrouwbaar, loyaal en vriendelijk. Maar een hond die honger lijdt, dag in dag uit aan de ketting ligt en nooit aandacht krijgt verandert langzaam maar zeker in een vals en gevaarlijk beest. Het is nog steeds een hond, maar zijn natuurlijkheid wordt zo onder druk gezet dat hij niet langer in staat is om meer te zijn dan zijn meest primitieve reactie: oerdrift. Ook mensen veranderen in monsters die elkaar verraden en doden voor een korst brood als je ze hun menselijkheid maar lang genoeg ontneemt.

Hysterica

Een baarmoeder wier kracht en creatieve impulsen langdurig worden onderdrukt wordt op een gegeven moment hysterisch. ‘Hystera’ betekent ‘baarmoeder’ in het Grieks. Rond de Middeleeuwen kregen met name welgestelde vrouwen van tijd tot tijd hysterische aanvallen waarbij ze hun verstand kwijtraakten, gingen gillen en niet langer op hun benen konden blijven staan.
Als ze eenmaal zwanger is gaat het wel over’, werd er gezegd, en dat was meestal ook zo. Wanneer een vrouw echter niet snel genoeg zwanger werd ging de dokter over tot het inbrengen van een fallusvormig voorwerp in haar lichaam waarmee hij haar professioneel bevredigde. Dat hielp meestal bijzonder goed, zolang de behandeling regelmatig herhaald werd. De eerste vibrator werd uitgevonden door een dokter die erg veel werk had aan zijn hysterische patiënten. Hij creëerde een vibrator die op stoom werkte, zodat hij iets anders kon doen. Het was een enorme machine die immens lawaai maakte, maar hij werkte prima. Een orgasme bracht de hysterische vrouw tot rust, in ieder geval voor even. Dit was voordat de grip van de katholieke kerk zo beknellend werd dat ook dit taboe werd.
Momenteel komt hysterie onder vrijwel alle vrouwen voor, maar ze manifesteert zich niet langer in korte, heftige aanvallen. Nee, ze is eerder chronisch geworden. Deze chronische hysterie kan zich op fysiek niveau uiten in heftige pijnen, krampen, bloedingen, vleesbomen en andere klachten van de baarmoeder. Op emotioneel niveau kan ze leiden ze tot buitensporige emoties die meestal geprojecteerd worden op de partner, de relatie of het seksleven, maar ook tot een diep lijden aan het onvervuld verlangen zelf. Het peilloze gevoel van leegte, de razende vernietigingsdrang, de hartverscheurende honger naar iets onbenoembaars, iets onbestemds – het is iets wat mannen niet in die mate kennen.
Met name als vrouwen ouder worden en de baarmoeder hoe langer hoe meer verstoord raakt kan de hysterie zich vertalen in een volkomen onrealistische kinderwens. Uitgehongerd en wanhopig klampt de baarmoeder zich vast aan het laatste restje hoop op nog een beetje geluk en vervulling in dit leven, en afgesneden, verwaarloosd, ondervoed en geïsoleerd als ze is kan ze dit alleen maar vertalen als:
‘Ik moet een kind. Nu. Maakt niet uit van wie.’
 
De baarmoeder verandert dan in een zwart gat. Ze is in die toestand heel krachtig als het gaat om het verleiden van mannen en het letterlijk naar binnen zuigen van zaad, maar ze is verder volkomen blind. Mannen voelen zich zowel aangetrokken als bedreigd door dit type vrouwen – haar zuigkracht is zo groot dat ze vrijwel geen weerstand kunnen bieden als ze eenmaal in haar energieveld terechtkomen, maar ze voelen ook dat ze door haar manipulatieve, dwingende kracht hun vrije wil kwijtraken en in zekere zin gebruikt worden voor doeleinden die hem als persoon volkomen negeren. Een man met een beetje zelfrespect zal zich niet door zo’n vrouw laten verleiden, maar omdat veel mannen kampen met een vergelijkbaar gevoel van doelloosheid als vrouwen, raken ze toch vaak betoverd door haar magie.
Dit alles kan zich op een volkomen onbewust niveau afspelen, maar zich desalniettemin met een enorme kracht manifesteren.
‘De biologische klok tikt’, zeggen mensen dan, maar het is niet de biologische klok, het is de hysterische baarmoeder die tikt. De échte biologische klok tikt wanneer een vrouw tussen de 18 en 28 is, met een piek rond haar 23e, maar alleen als aan alle voorwaarden voldaan is. In geen enkele natuurlijke samenleving worden vrouwen boven de 28 uitgekozen om het voortbestaan van de soort te waarborgen, omdat het dit niet doet! Het gezondheidsrisico bij zwangerschap van oudere vrouwen is zoveel keer groter dan bij vrouwen die de natuurlijke leeftijd hebben voor het krijgen van kinderen, dat het vanuit het continuüm bezien nergens op slaat. Wanneer het toch gebeurt weet je dat de hysterische baarmoeder actief is, en niet de biologische klok. Daarnaast hebben vrouwen boven de veertig hele andere functies te vervullen, waaronder het raadgeven van jonge mensen die hun seksuele leven net beginnen. Wanneer vrouwen van in de veertig zich als pubers gaan gedragen laten ze ook de echte pubergeneratie in de steek, terwijl geen enkele generatie zo hunkert naar de kennis en ervaring van volwassen mannen en vrouwen als juist onze generatie jongens en meisjes.De fantoom-kinderwens
Het is bijzonder triest wanneer een vrouw zich zo leeg voelt van binnen dat ze nog maar één oplossing weet: een kind. De kinderen die vanuit dit innerlijk gevoel van leegte geboren worden zijn niet gewenst vanuit een natuurlijke, biologische kinderwens, maar zijn gewenst vanuit een intellectuele, wanhopige fantoom-kinderwens. De vrouw in kwestie kan zo wanhopig zijn dat ze zelfs zonder partner een kind wil en iedere man in haar bed probeert te trekken, in een poging zwanger te worden. Het sekstoerisme naar Afrika, Turkije en Griekenland bestaat voor een groot deel uit vrouwen van in de veertig die daar louter heen gaan om zich te laten bevruchten. De medische wetenschap is natuurlijk weer haantje de voorste als het gaat om het uitbuiten van dit wanhopige verlangen naar vervulling en verkoopt ingevroren sperma, eicellen, hormonen, IVF-behandelingen en nog veel meer, onder het mom dat ze de natuur een handje helpen. Wanneer je kijkt naar de ellende die mensen doormaken, mensen die hun fantoomwens in handen van zulke dokters hebben gelegd, weet je dat het tegenovergestelde waar is.
Wanneer het een vrouw met en fantoom-kinderwens gelukt is zwanger te raken en een kind te baren zijn haar verwachtingen hooggespannen. Dit kind moet haar innerlijke leegte opvullen. Die bevrediging blijft natuurlijk uit, of ebt weg na drie maanden slecht slapen, waardoor ze op den duur, bewust of onbewust, het kind gaat haten, zeker als blijkt dat ze door haar leeftijd de veerkracht en vitaliteit niet meer heeft om dit kind op te voeden. In plaats van vervuld en tevreden is ze doodmoe en eenzaam, maar nu het kind er eenmaal is kan ze hem niet meer weg doen. De relatie met de vader loopt stuk omdat ze hem alleen als zaaddonor wilde en verder nergens over nadacht, waardoor ze niet bij elkaar passen en niets aan elkaar hebben, laat staan dat ze samen het kind een goede basis kunnen geven. Het vangnet van familie ontbreekt, de grootouders zijn dood of te oud om een actieve functie te vervullen in het leven van de kleinkinderen, en zo groeit het kind op in een onwezenlijke wereld waarin hij zich vanaf het begin niet op zijn plek voelt, omdat hij haarscherp aanvoelt dat er iets niet klopt.
Kinderen die geboren worden uit een zwart gat beginnen hun leven zelf als zwart gat, en ook al zal het continuüm ook hen in haar armen sluiten en volop kansen geven, juist voor deze kinderen zal het bijzonder moeilijk zijn om de verbinding met het continuüm te herstellen.
Wanneer je als vrouw – en ook als man – het diepe verlangen naar een kind ervaart is het verstandig om dat in eerste instantie te wantrouwen. Dit wantrouwen is op zijn plek wanneer je deel uitmaakt van een samenleving die niet langer een natuurlijke selectie maakt wanneer het aankomt op het krijgen van kinderen, maar die in zekere zin lukraak kinderen produceert zonder de gevolgen te overzien. De wereldbevolking is de afgelopen tweehonderd jaar verzesvoudigd, terwijl duidelijk is dat we absoluut niet in staat zijn om voor onze kinderen te zorgen. We zijn allemaal het resultaat van een explosieve en ongecontroleerde groei van de wereldbevolking die niet langer gekoppeld is aan de natuurlijke flow van het continuüm, maar aan iets dat te groot, te gecompliceerd en te bedreigend is om het echt te snappen. We zien allemaal dat het te snel gaat, dat de aarde kreunt onder het gewicht van zes miljard mensen, maar het lijkt wel alsof we niet meer in staat zijn om te stoppen, alsof we niet meer weten waar de remmen zitten.
Wanneer je niet honderd procent zeker weet dat je kinderwens klopt, dat wil zeggen: als je ook maar enige twijfel hebt over de vraag of je kinderwens een natuurlijke, kloppende, juiste, realistische wens is op alle niveaus, doe het dan niet. Bewijs jezelf een dienst, maar met name ook het kind. De hierboven genoemde richtlijnen kunnen een doeltreffende realiteitscheck zijn. Wanneer je ‘per ongeluk’ zwanger bent geraakt kun je er zeker van zijn dat het vanuit een onbewuste fantoom-kinderwens was.Wanneer je denkt dat je er werkelijk klaar voor bent om een kind op de wereld te zetten, neem dan desondanks de tijd om erover na te denken. Onderzoek het, ga met mensen praten, denk erover na, lees erover, schrijf erover, omarm de twijfel, duik er helemaal in, en sta jezelf toe te ontdekken wat je werkelijk wilt in het leven. Is het echt een kind, of is het in wezen iets dat veel belangrijker is, zoals bijvoorbeeld een waarachtige levensvervulling?

Hoofdstuk 12 – Religie

“Er was eens een jonge man die hevig verlangde naar de waarheid, dus hij besloot om op pelgrimstocht te gaan. Na een lange tocht door de bergen kwam hij aan bij een klooster. Hij klopte op de poort. De abt deed open, zag de ernst op zijn gezicht en liet hem binnen.

De jonge man bekeerde zich tot monnik en betrok het klooster. Zijn ijver, geduld en precisie werden alom gewaardeerd, en hij kreeg de eervolle taak de oude werken over te schrijven (het was nog voor de boekdrukkunst).  Zo zat de jonge monnik vele jaren in de bibliotheek, en zijn penseelkunsten werden bekend tot ver buiten het klooster. Van heinde en ver kwamen monniken naar het klooster om zijn prachtige werk te kopen.
Op een mooie dag kwam de abt naar de bibliotheek waar onze monnik, inmiddels niet zo jong meer, met overgave zijn monnikenwerk zat te doen. ‘Je bent een grote aanwinst voor ons klooster’, sprak de abt lovend. De monnik zag zijn kans schoon en vroeg:
‘Mag ik U iets vragen, eerwaarde abt?’
‘Maar natuurlijk, mijn zoon’, zei de abt, ‘wat zit je dwars?’
‘Wel…’, zei de monnik, ‘wat ik me nu al jaren afvraag: waar zijn de originele werken van deze teksten?’
‘O, die liggen veilig opgeslagen in de kelders van ons klooster’, zei de abt. ‘Vanwaar deze nieuwsgierigheid?’
De monnik aarzelde, hij wilde de abt niet boos maken.
‘Wel…’, zei hij, ‘ik ben nu met de 47e overschrijving bezig… hoe weten we zeker dat onze huidige teksten overeenkomen met het origineel?’
Er viel een akelige stilte.
‘Bedoel je dat er fouten gemaakt kunnen zijn?’, vroeg de abt streng.
De monnik zweeg.
‘Mijn zoon, maak je geen zorgen’, sprak de abt ferm. ‘Dat is uitgesloten.’
De volgende dag was de abt nergens te bekennen. Tegen de middag begon met zich zorgen te maken. Waar was de abt? Bij onze monnik rees een stil vermoeden. Stilletjes verdween hij en daalde de trappen af naar de kelders van het klooster. Hij was nog nooit eerder hier geweest, en vol eerbied liep hij door de gewijde ruimtes. Plotseling hoorde hij een bonkend geluid dat langzaam sterker werd. Hij volgde het geluid tot hij in de verst weggelegen kelder kwam, en daar vond hij de abt, die met zijn hoofd tegen de stenen muur aan het slaan was. Hevig geschrokken snelde de monnik op de bloedende abt af, trok hem weg van de muur en zette hem op een stoel. Op tafel lag een geopend boek, het perkament geel van ouderdom. 
‘Maar eerwaarde, wat is er aan de hand?’, vroeg de monnik. 
‘Je had gelijk, mijn zoon’, huilde de abt. 
‘Er staat ‘celebrate’, en niet ‘celibate’.
Het beeld dat we hebben van God is direct verbonden met het continuüm. God ís het continuüm. Ons godbeeld bewaart onze herinnering aan de kloppendheid die we instinctief herkennen als de oorsprong van het leven. In relatie tot God verhouden we ons tot iets dat groter is dan onszelf, tot iets dat de waarheid spreekt, rechtvaardig en liefdevol is, voor ons zorgt. Zelfs de toorn van God, zijn woede als we iets verkeerd doen, zou je kunnen verbinden met de heftige reactie van het continuüm als we ons van haar afscheiden en keuzes maken die tegennatuurlijk zijn.
Alle religies komen voort uit oude sjamanistische tradities waar God en de natuur één en hetzelfde waren. Je ziet dit nog steeds terug in de verering van de elementen, het onvoorwaardelijke vertrouwen in de natuur, de liefde voor het woud en de dieren, de overgave aan de natuurkrachten, het diepe respect en ontzag voor Moeder Aarde, waar de weinige oervolkeren die onze aarde nog rijk is uiting aan geven.
Het intellect heeft de neiging om alles te polariseren. Zo staan inmiddels religie en wetenschap lijnrecht tegenover elkaar. Religie zegt dat God de mens schiep en de wetenschap zegt dat we van de apen afstammen. Religie zegt dat we na onze dood naar de hemel gaan en wetenschap zegt dat we opgegeten worden door de wurmen. Religie zegt dat het leven zin heeft en wetenschap zegt dat het leven puur toeval is. Dit levert gezellige discussies op, maar het benadert niet het werkelijke probleem: de neiging van het intellect om te polariseren. Het intellect bestaat louter uit gedachten en houdt zichzelf in leven door de activiteit van denken. Dat is de enige reden dat het kwesties verzint die meer gedachten produceren. Echter: iedere filosofische kwestie is terug te brengen tot de eenvoud die de natuurlijkheid van de mens zo kenmerkt.
We zijn geschapen door God en we stammen af van de apen. Na ons leven evolueren we verder en ons lichaam wordt opgegeten door de wormen of de vlammen, al naar gelang jij of de gewoonten van je land of cultuur verkiezen. Het leven heeft zin en toeval bestaat. Het is allemaal waar. De enige werkelijke vergissing die we als mens ooit gemaakt hebben is om ons bewustzijn intellectueel af te scheiden van het continuüm en ons vervolgens af te vragen wie God is.

Zonde

Bij veel religies wordt ons wijsgemaakt dat we zondig geboren zijn en dat seks vies is. Deze twee leugens hebben door de eeuwen heen zoveel lijden opgeleverd dat het met stip de twee hoofdzonden zijn van deze religies.
Bij dit soort verwarde, psychotische religies geldt ook de eenheid van God en de natuur niet meer. De natuur, is vergevingsgezind, gul en rechtvaardig. De natuur kent geen schuld, kent geen straf en weet niet wat slecht betekent. Ons huidige godsbeeld daarentegen is niet vergevingsgezind, maar wraakzuchtig en sadistisch. Onze goden geven onmogelijke en tegennatuurlijke opdrachten, zoals: vermoord je eigen kind, of wees bereid vele levens in eenzaamheid door te brengen, of honger jezelf uit in de woestijn. Onze God vergeeft niet, is niet gul en zijn rechtvaardigheid is gebaseerd op straf en boete. Onze God is voortgekomen uit afgescheidenheid, niet uit verbinding. Onze God is ontstaan uit de pijn die ontstond toen we voor het eerst keuzes gingen maken die niet langer verbonden waren met het continuüm.
Nog geen vijf jaar geleden werd duidelijk dat binnen de katholieke kerk het misbruik van kinderen door priesters wijdverbreid is, terwijl de kerk tot op de dag van vandaag vooral haar best doet de publiciteit en aanpak van dit seksuele geweld te verdoezelen. Nog steeds vindt de kerk haar image van goddelijk instituut belangrijker dan de bescherming van onze kinderen, terwijl het image allang achterhaald is door de praktijken van hun priesters.[1]
De grootse misser van hedendaagse religie is de uitvinding van ‘zonde’ en het koppelen van die vermeende ‘zonde’ aan het lichaam en met name aan seksualiteit. De één na grootste misser is de uitvinding van het celibaat. Een priester of monnik die op jonge leeftijd de eed van het celibaat aflegt doet dat vanuit het oprechte verlangen dichter bij God te komen. Het verlangen om dichter bij God te komen is een verlangen dat eigen is aan de mens die afgescheiden is van het continuüm. Het maakt niet uit hoe je het noemt: God, Allah, Tao, bevrijding, verlichting, ziel, eenheid, heelheid, liefde, geluk, genezing – het gaat om dat onbenoembare, dat ene, dat waarvan iedereen weet dat het bestaat maar wat ons ontglipt zo gauw we het proberen te benoemen, te pakken of te vangen in religie, methodes of regels.
Het celibaat werd binnen de katholieke kerk in de vierde eeuw na Christus ingesteld. Tot dan toe hadden priesters gewoon een vrouw en kinderen, wat betekende dat zijn rijkdommen na overlijden naar de oudste zoon gingen. Nadat het celibaat van kracht werd erfde de kerk de rijkdommen van de priesters, en dat was de bedoeling.
Ook in andere religies en spirituele stromingen zoals het boeddhisme en het taoïsme zie je dat het celibaat soms aangeraden wordt wanneer een man of vrouw met spirituele ambities om hulp vraagt. Wanneer het een levende religie betreft, dat wil zeggen: een spiritueel pad dat niet hypocriet is zoals de katholieke kerk, maar zich oprecht bezig houdt met bewustzijn en ontwikkeling, krijgt de novice altijd duidelijke instructies over hoe om te gaan met zijn of haar seksuele energie. Bij het taoïsme bestonden die instructies uit diepgaande kennis over de werking van seksuele energie in het lichaam, alsmede directe en heldere oefeningen waarmee de novice zijn seksuele energie in banen kon leiden en kon gebruiken voor zijn ontwikkeling. Deze instructies worden in de huidige taoïstische scholen nog steeds toegepast.
Het celibaat is alleen maar zinvol wanneer de novice hoe hij zijn seksuele energie kan beheren en transformeren. Wanneer hij dat niet weet zal hij proberen zijn seksuele energie te onderdrukken, iets wat onmogelijk is. Na vijf of vijftien jaar zal het er op de één of andere manier uit komen. Omdat er dan meestal geen gewillige vrouw voorhanden is wordt meestal een kind het slachtoffer – in het sociale isolement waarin de priester verkeert is dit meestal de makkelijkste optie, ook omdat hij zijn seksualiteit nooit heeft ontwikkeld. Dit is de reden van het wijdverbreide schandaal binnen de katholieke kerk.
Wat ís seksuele volwassenheid? Hoe ziet het eruit? Conform de voorgaande uiteenzetting zou je seksuele volwassenheid kunnen omschrijven als: ‘De natuurlijke manifestatie van seksuele energie bij een man of vrouw boven de 28 die de kans heeft gehad zijn seksualiteit volledig tot rijping te laten komen.’ Maar dan weet je nog niets. Je zou ook kunnen zeggen: ‘Seks waarbij noch verslaving, noch onderdrukking, noch beschadiging een rol spelen.’ Zijn wij, vrije mannen en vrouwen in de 21e eeuw, bevrijd van het juk van de kerk en de sociale controle van de buren, bevrijd van de vrouwenonderdrukking dankzij de emancipatie en het feminisme, bevrijd van het gevaar van ongewenste zwangerschappen door de pil en het condoom, bevrijd van het morele dogma en schuldgevoel dat ons eeuwen achtervolgd heeft, bevrijd van de financiële danwel sociale noodzaak te trouwen, bevrijd van het morele dogma dat je maar één partner mag hebben, bevrijd van de onwetendheid over seks dankzij internet en wetenschappelijk onderzoek, seksueel volwassen?
Nee. Dat zijn we niet. We zijn allemaal een unieke mengeling van natuurlijke en onnatuurlijke seksuele gedragingen en overtuigingen, van schuldgevoel en revolutionaire gevoelens, van conditionering en de weerstand daartegen, van verslaving en behoefte, van verlegenheid en arrogantie, van frustratie en plezier, van onvolwassen, puberaal seksueel gedrag tot af en toe volwassen seksueel gedrag, soms tot onze eigen verrassing.
De Inquisitie
De katholieke kerk heeft eeuwenlang haar dubieuze scepter gezwaaid over Europa, zowel politiek, sociaal, economisch als religieus. De macht van de kerk was zo groot dat de misdaden die uit naam van het geloof gepleegd werden door het volk gelaten werden aanvaard. Eén van die misdaden vond plaats over een periode van pakweg 400 jaar, van ca. 1400 tot 1800: de inquisitie. Begin 1800, in Spanje pas in 1834, werd de inquisitie in Europa opgeheven. In die vierhonderd jaar werden rond de 20 miljoen vrouwen en mannen gedood.
De inquisitie was zo grootschalig dat het de samenleving voor altijd veranderde. Twintig miljoen mensen, met name vrouwen, werden beschuldigd van ketterij, hekserij en seks met de duivel en werden gemarteld, verdronken en levend verbrand. De vrouwelijke waarden in de samenleving raakten zo gewond dat het patriarchaat zich kon vestigen om te blijven. Nog steeds leven de beelden van wat toen gebeurde voort in ons onbewuste, en komt ze via sprookjes en dromen tot leven. De toverkol met haar kromme neus met een harige wrat erop, haar kromme vingers met vieze, lange, puntige nagels, haar krakerige stem en bloedstollende lach, de kraai op haar schouder, de bezemsteel, de zwarte kat, haar zwarte cape en haar pan op het vuur, hangend aan een haak, waarin ze salamanderogen, vleermuizenbloed en ravenpoten doet en waaruit een gifgroene walm opstijgt, maar ook de engelachtige vrouw met lang blond haar en een witte jurk, voor wie de bloemen buigen, waar de vogeltjes voor zingen, de vlinders op haar vinger gaan zitten, de hertjes zich laten strelen. De vrouw die in een kring met de kinderen danst en op wie iedere man verliefd wordt, maar die door de wrede buitenwereld onterecht veroordeeld wordt. Zelfs in onze dromen zijn we verdeeld over wat we nou eigenlijk vinden van die heksen en strijden ons natuurlijke vertrouwen in deze wijze vrouwen met de geïndoctrineerde beelden waarmee de kerk ons vergiftigd heeft.
De inquisitie was geen strijd tussen mannen en vrouwen, maar een strijd tussen mannelijke en vrouwelijke waarden. Niet alle vrouwen werden verbrand, alleen maar een bepaald soort vrouwen, en niet alle mannen ontkwamen aan de brandstapel. De mannelijke magiërs, sjamanen, genezers, tovenaars en zonderlingen liepen evenveel gevaar als de vrouwen. Ook vrouwen deden mee aan de heksenjacht en verraadden de vrouw die ze kort tevoren nog geholpen had met hun bevalling, die de koorts van hun kinderen had verlicht en die advies had gegeven over hun problemen.
Het was geen strijd tussen mannen en vrouwen, het was een strijd om de macht. De kerk wilde de macht en kon daar geen mannen en vrouwen bij gebruikten die niet bang waren voor God. Ze konden geen wijze mensen gebruiken die vertrouwen hadden in de goedheid, de kracht en de heilzame werking van de natuur en om die reden geen behoefte hadden aan de indoctrinatie van een kerk die de natuur zelf afwezen en veroordeelden. Het waren dit soort mensen: natuurgenezers en magiërs, die de kerk wilde uitroeien, zodat ze haar macht kon vergroten. De wreedheid van de inquisitie bestond uit het afwijzen, veroordelen en onderdrukken van onze natuurlijkheid zélf door middel van angst en intimidatie. Een groot deel van de mensheid werd gegrepen door die angst en liet zich om die reden overhalen om hun vertrouwen in de natuur op te zeggen.
Macht voedt zich met angst. Wanneer een leider zijn macht en overwicht gebruikt om de mensen die hij zou moeten beschermen zoveel angst aan te jagen dat ze vrezen voor het leven van zichzelf en hun kinderen, kunnen deze haast niet anders dan vanuit hun aangeboren overlevingsdrang alles te doen om te overleven. Wat had je zelf gedaan als je had moeten kiezen tussen het opofferen van je kinderen of het verraden van onderduikers, of als je had moeten kiezen tussen het zelf verbrand worden of het verraden van je vroedvrouw?
De keus tussen het opgeven van onze menselijke waarden om te overleven is een kiezen tussen twee kwaden, maar veel mensen zullen voor het laatste kiezen. Wat moreel juist zou zijn blijft een mooi concept zolang je zelf niet in de ogen van het monster hebt gekeken. De meeste helden en heldinnen die hun joodse buren en zonderlinge dorpsbewoners niet verraden hebben zullen we nooit kennen.
Vanuit het perspectief van de kerk was de inquisitie geslaagd. Haar macht was sterker dan ooit tevoren en de meeste natuurgenezers waren dood. In plaats van om raad te vragen aan de wijze mannen en vrouwen die kennis hadden van de geheimen en geneeskracht van de natuur gingen mensen nu noodgedwongen naar de kerk, deels uit angst, deels omdat ze geïndoctrineerd waren en de leugens geloofden die ze opgedrongen hadden gekregen, en deels omdat ze geen ander houvast hadden.
Dit gebeurde ongeveer tweehonderd jaar geleden. Een opmerkelijk gegeven is dat de wereldbevolking sinds die tijd is verzesvoudigd tot meer dan zes miljard. Dat is nog nooit eerder in de geschiedenis van de mens voorgekomen. Is er een verband? Is het mogelijk dat het definitieve afscheid van een samenleving  die leefde volgens de natuurlijke richtlijnen van het continuüm zo’n explosieve, irrationele en onverantwoordelijke bevolkingsgroei heeft veroorzaakt? Wanneer je de paus in Rome hoort verkondigen dat condooms tegen de wil van God zijn is in ieder geval duidelijk dat de katholieke kerk zijn beste tijd heeft gehad.

[1] ‘Deliver us from evil’, Oscar-genomineerde documentaire uit 2007, geregisseerd door Amy Berg, over priester Oliver O’Grady, één van de daders.
Hoofdstuk 13 – God
Wij mensen zijn gepassioneerde wezens. Devotie zit ons in het bloed. Het komt voort uit de blijdschap en dankbaarheid ten aanzien van het leven zelf en de behoefte om daar uiting aan te geven. Door de eeuwen heen zijn rondom deze expressieve behoefte allerlei rituelen en symbolen ontstaan. De vroegste uitingen van devotie golden altijd de natuur zelf. In rituelen en feesten werden de seizoenen en oogsten gevierd, werd het wonder van geboorte en dood geëerd en waren de natuurkrachten zelf het object van devotie. De eerste menselijke verering golden de vier windrichtingen, die later verbonden werden aan de vier elementen: water, vuur, lucht en water.
Naarmate de mensheid zich ontwikkelde en onze intelligentie toenam ontwikkelde ook onze kennis van de natuur. Afhankelijk van het klimaat en de omstandigheden ontstonden in verschillende uithoeken van de wereld verschillende uitingen van devotie. Binnen de groep werden bepaalde leden aangewezen om die taak op zich te nemen: de eerste sjamanen. In het Westen ontstonden verschillende stromingen die we ons tegenwoordig herinneren als hekserij, omdat de inquisitie op brute wijze afgerekend heeft met de natuurlijke dankbaarheids- en genezingsrituelen die van oudsher diepgeworteld waren in onze cultuur.
Deze oude sjamanistische rituelen vormen het begin van dat wat we tegenwoordig religie noemen. Het taoïsme, het hindoeïsme, het boeddhisme, het jodendom, zelfs het christendom, komen hieruit voort. Bij veel volkeren in Afrika is het sjamanisme nog springlevend. In dat wat nu Amerika heet heeft de Europese invasie een bloedig einde gemaakt aan de sjamanistische samenlevingen die daar leefden. Nu, bijna 600 jaar later, blijkt dat de tradities van de Azteken, Tolteken, Maya’s en vele andere samenlevingen uit die tijd een kennis, respect en vreugde bezaten die Europa degradeerde tot een barbaars, primitief en oorlogszuchtige samenleving. Hetzelfde gebeurde in China. Onder druk van het communisme werd het taoïsme verboden en werden de natuurgenezers, magiërs en tovenaars vermoord of verdreven.
Aanvankelijk was onze devotie louter gericht op het uiten van onze vreugde en dankbaarheid ten aanzien van het leven zelf, maar op zeker moment in de geschiedenis werd daar een dimensie aan toegevoegd: angst. Mogelijk hing dit samen met onze voortschrijdende intelligentie, waardoor we niet alleen blij waren dat we leefden, maar ook bang werden om dood te gaan.
De natuur is behalve een leven gevende weldoenster ook een meedogenloze moordenares. Door droogte, overstromingen, bosbranden, stormen en andere natuurverschijnselen sterven soms duizenden mensen tegelijk. Daardoor ontstond op zeker moment de behoefte om de natuur op de één of andere manier te temmen en te controleren. Zo ontstond een dubbele houding ten aanzien van de natuur. Enerzijds waren we ervan doordrongen dat we voortkwamen uit de natuur en er onlosmakelijk deel van uitmaakten, anderzijds wilden we niet doodgaan en probeerden we daar een oplossing voor te vinden. Onze rituelen weerspiegelden zowel de vreugde als de angst.
Langzaam maar zeker ontstonden abstracte symbolen en rituele handelingen waarmee we poogden de natuur te bezweren. Van het rechtstreekse vereren van de natuur in de vorm van de elementen ontstonden de goden. De eerste religies waren een bonte mengeling van zowel de vreugde om te leven als de angst voor de dood, verpersoonlijkt door uiteenlopende goden die tot op de dag van vandaag hun archetypische kracht nog niet verloren hebben.
Naarmate onze angst voor de natuur toenam werden onze rituelen steeds ingewikkelder en ontstond een steeds grotere rigiditeit. Voorheen was devotie onze natuurlijke staat, iets wat je bij kinderen nog steeds ziet, en werden de spontane uitingen daarvan door iedereen verwelkomd. De vreugde ten aanzien van het leven leek in te boeten, terwijl de angst voor de dood steeds groter werd. Devotie was niet langer iets vanzelfsprekends, maar werd voorbehouden aan sjamanen en later priesters. Onze rituelen werden in plaats van een bron van vreugde een verplichting en een obsessie. De vorm werd steeds belangrijker en de bezieling werd steeds minder.
Tegenwoordig zijn de meeste religies niet meer dan een slap aftreksel van wat ze ooit waren. De lege, nietszeggende rituelen worden uitgevoerd zonder dat men nog langer bewust is van hun oorspronkelijke functie. De meeste religies zijn gecorrumpeerd in die zin dat ze macht en winst vergaren door de angst van mensen te manipuleren en valse hoop op bescherming en eeuwig leven te bieden. Was religie ooit een manier om contact te maken met devotie, dankbaarheid en vreugde, nu is het vaak het tegenovergestelde: een bron van lijden en een gestructureerde, afgedwongen ontkenning van precies die natuurkrachten waar we ooit zo blij mee waren.
Toch weerspiegelen tot op de dag van vandaag nog veel religies hun oorspronkelijke verbinding met de natuur en het leven zelf. Veel symbolen en rituelen verwijzen nog steeds naar de elementen en natuurkrachten. Het kruis van het christendom staat voor de vier windrichtingen, waarbij het feit dat ze Jezus erop vastspijkerden illustreert hoe de mens tweeduizend jaar geleden al in conflict was met de natuur en haar elementaire krachten. De vijf elementen uit het taoïsme: lucht, water, hout, vuur en aarde, voegt aan de vier windrichtingen een vijfde dimensie toe: het midden. Hetzelfde zie je bij de ayurveda, de eeuwenoude Indiase geneeskunde die nog diepgeworteld is in de kennis van de natuur en zich verenigt met de oudste spirituele stromingen in India. Ook zij voegen een vijfde element toe: ether.
Zelfs de moderne wetenschap met haar dwingende logica en bewijsvoering kan ons diepe verlangen naar devotie niet wegnemen. Hoe intellectueler we worden, des te groter ons verlangen wordt naar de ervaring van devotie. De laatste dertig jaar ontstond als reactie op de steeds grotere kaalheid in ons bestaan een opleving van het sjamanisme dat een paar honderd jaar geleden op globale schaal met wortel en al leek te zijn uitgeroeid. Momenteel verkeren we in een uiterst spannende tijd waarin oude sjamanistische tradities hun geheimen prijsgeven, waarin oude geschriften en formules vertaald worden en voor een tientje bij de boekhandel liggen. De Kama Sutra, ontelbare andere vedische geschriften, de Tao Te Ching, de I Ching, de Tolteekse kennis, oude boeddhistische geschriften, Tibetaanse teksten die nog uit de Bön-traditie komen, alles is toegankelijk voor iedereen die goed zoekt.
Dit is een bijzonder prettige bijkomstigheid van Kali Yuga. Wanneer de nood het hoogst is is de redding nabij. Wijze mannen en vrouwen uit alle tradities zijn beschikbaar voor iedereen die antwoorden zoekt en een manier zoekt om om te gaan met de huidige crisis die zich momenteel op alle niveaus manifesteert. Moest je vroeger vele jaren of zelfs vele levens de stoep vegen voordat je toegang kreeg tot de tempel, nu mag je zelfs met je schoenen aan naar binnen. Moest je vroeger allerlei beproevingen ondergaan om onderricht te krijgen van de meester, de goeroe of de priester, tegenwoordig komen ze naar jou toe en bieden ze hun kennis gratis aan.
Zo weten we tegenwoordig allemaal wel wat van tantra, boeddhisme en Zen. We hebben allemaal wel wat gelezen van de Dalai Lama en weten hoe hij giechelt. In de auto of slaapkamer hebben we een dreamcatcher hangen, we kopen kruidenthee bij de supermarkt en doen yoga, Qigong of aikido. Psychedelische middelen zijn volop beschikbaar en geven ons een glimp van wat er nog meer is. We zijn in de fase dat we de klok hebben horen luiden, maar nog niet weten waar de klepel hangt. Het is fantastisch dat we ons in luttele tientallen jaren hebben weten los te maken van het juk van religieuze, maatschappelijke en economische beperkingen, maar enige voorzichtigheid ten aanzien van onze nieuw verworven vrijheid is op zijn plaats. In het land van new age, alternatieve geneeswijzen, bewustzijnsverruimende cursussen, sjamanistische scholen en tantrische weekenden is het prettig vertoeven, maar absoluut niet zeker of je echt de antwoorden en richtlijnen krijgt die je zoekt.
Ik
Al onze pogingen om door middel van sjamanistische rituelen, religie, spiritualiteit, wetenschap, atheïsme, anarchisme of new age grip te krijgen op de werkelijkheid gelden uiteindelijk hetzelfde thema: wijzelf.
Wij vinden onszelf heel belangrijk. Zoals een kind denkt dat alles om haar draait, zo denken wij dat het universum om ons draait. Het huidige inzicht dat wij een stipje zijn in een onvoorstelbare grote Melkweg en die Melkweg een stipje is een onvoorstelbaar grote oceaan van melkwegen doet hier niets aan af. Zelfs een wetenschapper of goeroe die verkondigt dat wij in de uitgestrektheid van het universum of in het licht van de eeuwigheid er niet toe doen vindt het belangrijk dat te verkondigen. Dit gevoel van belangrijkheid hoort bij ons, het is een menselijke eigenschap die wellicht vanuit een bepaald perspectief bizar of aandoenlijk is, maar ons ook tot mens maakt en ons aanzet tot grootse dingen.
Dit gefixeerd zijn op onszelf, dit natuurlijke narcisme, komt op vele manieren terug in de verschillende vormen van religie. De Griekse, Romeinse, Scandinavische en Egyptische goden, alsmede de rijkelijk vertegenwoordigde goden uit het hindoeïsme en taoïsme zien er vrijwel allemaal uit als mensen. Deze bonte stoet van goden vertegenwoordigen verschillende aspecten van het mens zijn. In het Christendom hebben we weliswaar maar één God, maar deze heeft zo’n last van stemmingswisselingen dat we ook op hem een heel spectrum van menselijke eigenschappen kunnen projecteren. In het boeddhisme gelooft men niet in een God, maar wordt Boeddha zelf tot een icoon verheven, en zo hebben we daar ook voldaan aan onze behoefte om via de overgave met een soort verheven versie van onszelf in contact te komen.
In veel religies worden goden vereerd die ooit mensen waren, zoals Jezus, Boeddha en Lao Tzu. Deze mensengoden gelden als object voor onze devotie en zijn in die zin behulpzaam bij het contact maken met onze vreugde, dankbaarheid en blijdschap ten aanzien van het feit dat we leven, maar omdat ze zo exceptioneel zijn dat we ze soms tweeduizend jaar na hun dood nog vereren, dragen ze ook bij aan ons gevoel van afgescheidenheid en zelfverloochening. Verlichting, bevrijding, wijsheid, geluk, eenheid, compassie, macht, rechtvaardigheid, alle eigenschappen die we op deze allang overleden mensen projecteren bevestigen ons in de overtuiging dat wij daar niet verkeren en dus geen toegang hebben tot die staat van zijn of die vermogens, kwaliteiten en eigenschappen die zij wel hadden en wij niet.Het blijft een misverstand dat geluk exceptioneel en uitzonderlijk is. Geluk is onze natuurlijke staat, maar een dode goeroe is daar nou niet bepaald het levende voorbeeld van. Daarom bieden veel spirituele scholen levende meesters. In het hindoeïsme worden mensen geboren die de levende incarnatie vertegenwoordigen van goden die al duizenden jaren bestaan. De mate waarin deze mensen aanbeden worden is voor ons westerlingen nauwelijks voorstelbaar. In het boeddhisme worden geen goden aanbeden, maar daar incarneren de belangrijke leraren, de lama’s, en op die manier bieden zij ook een regelrechte ingang tot het goddelijke, lees: natuurlijke.
De edele delen
Eén van de oudste symbolen uit het hindoeïsme is de Shivalingam. ‘Lingam’ is sanskriet voor ‘penis’, en de Shivalingam is dan ook ‘de penis van Shiva’. Shiva is de God die pure mannelijke kracht vertegenwoordigt, zowel de scheppende kracht als de vernietigende kracht. De Shivalingam is een driedimensionaal symbool, je vindt hem overal in India in de vorm van beelden, soms zo klein dat ze in de palm van je hand passen en soms zo groot dat je erop kunt klimmen: de penis van Shiva is een rechtopstaand, fallusvormig object die rust in de vagina van Shakti, een welgevormde schaal in de vorm van een yoni: een vagina. Ook zie je dat Shivalingams in de natuur vereerd worden: grotten waarin fallusvormige stenen gevonden zijn worden pelgrimsplaatsen waar Shiva en Shakti als de verpersoonlijking van het puur mannelijke en het puur vrouwelijke vereerd en aangeroepen wordt.
Het woord ‘Shivalingam’ wordt ook wel gebruikt voor de ronde dan wel fallus gevormde stenen die in het tantrisch boeddhisme gebruikt werden. In meditatieve toestand werden deze voorverwarmde stenen ritueel ingebracht als de metaforische ‘penis van Shiva’ om heling en bewustzijn in de vagina te bewerkstelligen. Deze traditie deelt het tantrisch boeddhisme met het taoïsme, waarbij met name jade eieren gebruikt worden, die echter niet de naam dragen van Shiva’s penis.
De vereniging van penis en vagina als goddelijk symbool van eenheid wordt ook getoond in de zespuntige ster zoals we die met name uit het Jodendom kennen. De omlaag wijzende driehoek symboliseert het vrouwelijke principe, haar verbondenheid met de aarde en haar ontvankelijkheid voor de hemel, en de omhoog wijzende driehoek symboliseert het mannelijk principe dat afdaalt uit de hemel vanuit het verlangen tot het vrouwelijke, het aardse, het ontvankelijke door te dringen. Met een beetje fantasie kun je in de naar beneden wijzende driehoek de venusheuvel van de vrouw herkennen, en in de naar boven wijzende driehoek de geërecteerde penis van de man. In de vereniging van die twee ontstaat de zespuntige ster: uit de vereniging van hemel en aarde, het mannelijke en het vrouwelijke, ontstaat het menselijke, het creatieve, of nieuw leven.
Exact hetzelfde symbool wordt binnen de tantrische yoga gebruikt ter aanduiding van het hart-chakra, ‘Anahata’, dat liefde, compassie en devotie vertegenwoordigt. Het hart-chakra heeft een fysieke locatie in het menselijk lichaam, en wel in het midden van de borstkas, wat ook in het taoïsme aangeduid wordt als ‘de zetel der compassie’ of ‘de thuisplaats van de ziel’.
Deze verwijzing naar de goddelijkheid van de penis en de vagina in verbinding met het hart verwijst direct naar de oorsprong van onze religies: het vieren van het mens zijn en het toegewijd zijn aan het leven. Misschien verklaart het feit dat de Shivalingam één van de belangrijkste symbolen is uit het hindoeïsme de uitbundigheid van deze religie. Nergens ter wereld wordt zo goed feestgevierd als tijdens de hindoeïstische feesten en bruiloften. Geen enkele religie is zo creatief, kleurrijk, verscheiden en menselijk in haar uitingsvormen als het hindoeïsme. De soberheid van het boeddhisme is door de Indiërs nooit echt omarmd. Inplaats daarvan werd Boeddha gewoon als één van de goden erbij genomen. Het is heel normaal om in een hindoeïstische tempel beelden tegen te komen van Ganesha, Shiva, Boeddha en Jezus, zonder de eenkennigheid die we bijvoorbeeld bij katholieken of moslims tegenkomen. ‘Hoe meer zielen, hoe meer vreugde’, zo redeneert de hindoe, en omdat hun goden ook regelmatig van gedaante verwisselen is devotie aan alle mogelijke gedaantes van God de beste optie.
Het lijkt erop dat wij mensen een soort intelligentie bezitten die maakt dat we middels symbolen contact kunnen maken met de werkelijkheid. Via beelden, goden, mythes en rituelen krijgen we toegang tot een staat van zijn die we zonder die hulpmiddelen wellicht niet bereikt zouden hebben. Het gevaar hierin bestaat uiteraard in de mogelijkheid dat we de symbolen verwarren met hetgeen ze vertegenwoordigen. Daarom is in bepaalde religies het aanbidden van beelden verboden en gaat men in het communisme zo ver dat zelfs bidden verboden wordt. De Vedanta is een spirituele stroming die zichzelf ‘de directe weg’ noemt, en ook wel ‘de radicale weg’. Alle symbolen, objecten, rituelen en verhalen worden daar ontmaskerd als abstraheringen, afleidingen van de geest. Vedanta-goeroes als Ramana Maharisha en Nisargadatta bleven hun leerlingen confronteren met hun projecties die ze niet zagen als een hulpmiddel maar als een obstakel tussen de mens en zijn oorsprong. Ook in Europa heeft de Vedanta tegenwoordig veel goeroes en aanhangers.Philip Renard heeft een prachtig boek geschreven over de geschiedenis en de inhoud van de Vedanta, of de Advaya, zoals hij het noemt.[1] Het heet ‘Non-dualisme’ en verwijst direct naar de staat van zijn die voorbij het dualisme gaat, dus ook voorbij het duale aspect van de man-vrouw relatie. Dat kan verwarring opleveren, als zou dualiteit iets verkeerds zijn, iets waardoor je je kans mist om contact te maken met je ware zelf. Los van de intentie van de goeroe kan deze verwarring tot een hoop misverstanden leiden, waaronder de misvatting dat universele of allesomvattende liefde op een hoger plan staat dan persoonlijke liefde.
Bij een te grote identificatie met het persoonlijke aspect van de liefde kan het zijn dat de relatie en de partner zo belangrijk wordt dat je haast niet meer kunt ademhalen. De projectie van alles waar je ooit naar verlangd hebt op je partner kan een enorme druk leggen op zowel je partner als je relatie, en de angst om hem of haar kwijt te raken kan zo groot zijn dat je je in allerlei bochten gaat wringen om de relatie maar in stand te houden, ook wanneer de relatie allang niet meer beantwoordt aan je verlangens naar intimiteit, aanraking, liefde, geluk, waarheid en vrijheid. Dat is in zekere zin een omdraaiing van wat de bedoeling is en kan immens lijden veroorzaken.
Bij een te grote identificatie met het ónpersoonlijke aspect van de liefde kan er onverschilligheid en soms zelfs schaamte ontstaan ten opzichte van de relatie tussen jou en je partner.
‘Ik moet van iedereen houden zegt de goeroe’, denk je misschien, ‘en hier ben ik, en ik hou alleen van haar.’  Dat is schaamte.
Onverschilligheid ontstaat wanneer je in de veronderstelling verkeert dat de relatie tussen jou en je partner niets betekent omdat echte spiritualiteit gaat over het geen onderscheid maken tussen je partner en de hond van de buren, omdat we allemaal één zijn. Dergelijke onzinnige spirituele concepten dragen nergens aan bij, behalve aan het in stand houden van je angst voor intimiteit en overgave. Zo kun je toegeven aan je neiging weg te lopen, afstand te houden en vreemd te gaan onder het mom van onpersoonlijke liefde.
‘Ik zie de schoonheid in iedereen’, kun je dan zeggen. Dat klinkt spiritueel, maar in werkelijkheid ben je in dat geval gewoon een lafaard.
Vedanta en tantra lijken wellicht tegenovergestelde wegen te vertegenwoordigen, maar ze komen op hetzelfde neer: het zijn wegen naar de eenheidsbeleving, het versmelten met het continuüm, het je weer opnieuw gedragen weten door de eeuwenoude stroom van wijsheid en levenservaring die door ons heen stroomt. Vedanta doet dit door van tevoren iedere projectie te onderscheppen en zich met geen enkele afgod, zelfs niet de goeroe zelf, in te laten. Tantra doet dit door juist het menselijk vermogen tot het creëren van symbolen die het ideaal, het goddelijke of de liefde zelf vertegenwoordigen te omarmen en te vereren totdat het hulpmiddel, het symbool, vanzelf niet meer nodig is.
De Shivalingam, de Davidster en Anahata geven aan dat de lichamelijke liefde tussen man en vrouw een bijzonder hulpmiddel kan zijn voor het herstellen van het contact met onze oorsprong. Vanuit het verlangen naar verbinding, vrijheid, waarheid, liefde, verbondenheid en geluk zoeken we naar een manier om onze hunkering te stillen, en wanneer we verliefd worden beantwoordt dit op de één of andere manier op een onvergelijkbare manier ons diepste verlangen. De schoonheid hiervan is dat de man of vrouw op wie we verliefd zijn een hulpmiddel, een poort of een sleutel kan zijn om het verloren contact met onze oorsprong te herstellen. Het gevaar hiervan is echter dat de partner zelf tot afgod gemaakt wordt en deze projectie juist het obstakel wordt dat echte vrijheid, echt geluk en echte liefde in de weg staat.
De liefde tussen man en vrouw kan één van de krachtigste religieuze en sjamanistische hulpmiddelen zijn die we tot onze beschikking hebben. Wanneer je de magie ervan werkelijk omarmt ontken je haar enorme invloed op lichaam en welzijn niet, maar ben je ook in staat om in de richting te kijken waarnaar ze wijst: die van totale vrijheid. Je eert en dient je partner en je relatie, maar je bent ook in staat om de relativiteit ervan te zien. Je lijdt wanneer je je partner kwijtraakt, maar je weet tegelijkertijd ook dat je daarmee niet echt verloren bent. Je geeft je met hart aan ziel aan de relatie, zonder je ziel te verkopen. Deze dynamiek, de dans van toewijding enerzijds en vrijheid anderzijds, is in mijn optiek echte liefde.

[1] Philip Renard, ‘Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg’. 2005. ISBN: 9021543583
Hoofdstuk 14 – De drie dimensies van seks

De lichamelijke dimensie
Het menselijk lichaam, onlosmakelijk verbonden met het continuüm, is bijzonder selectief wanneer het gaat om seks. Bewust van de belangrijke evolutionaire functie van seks, namelijk het voortbestaan van de soort, neemt het lichaam seks niet licht op. Wij zijn instinctief uitgerust met allerlei vermogens om met grote zorg een seksuele partner uit te kiezen. We letten zonder er wellicht bij stil te staan op uiterlijke kenmerken die aangeven dat de potentiële partner gezond en vruchtbaar is, bijvoorbeeld de kleur en glans van huid en haar, de manier van lopen en kijken, de geur en de omvang van heupen en borsten.
Behalve het selecteren van een geschikte seksuele partner op grond van bovengenoemde criteria zijn we instinctmatig ook erg secuur wat betreft de timing van seks. De timing moet kloppen wat betreft veiligheid: wanneer je bedreigd wordt door gevaar heb je doorgaans geen seks. Het continuüm calculeert het risico wat betreft het overleven van de jongen in nog voordat ze gemaakt worden. Als het risico te groot is wordt geen energie verspild aan de voortplanting, maar wordt deze energie daar ingezet waar ze meer nodig is, bijvoorbeeld bij het beschermen van de groep, voedsel zoeken, vechten of vluchten.
Overigens kan onder extreme omstandigheden het tegenovergestelde plaatsvinden. Wanneer een groep of soort als geheel dreigt te verdwijnen gaat deze soms over tot het produceren van zoveel mogelijk kinderen, in de hoop dat tenminste een paar de crisis overleven. Dit kan een oorzaak zijn van de huidige overbevolking in Afrika en de rest van de wereld.
Wanneer aan alle voorwaarden zijn voldaan geeft het lichaam zich over aan seks. De fase van hofmakerij en verleiding wordt gekenmerkt door speelsheid, humor en plezier. De belofte van het aankomende genot van seks is plezierig en opwindend en zorgt voor gevoelens van verliefdheid, aantrekking en genot. Wanneer het uiteindelijk tot de daad op zich komt is deze aangenaam, prettig en diep bevredigend voor beide partners.
De lichamelijke dimensie van seks gaat over verantwoordelijkheid, voortplanting en genot. Deze dimensie delen we met alle zoogdieren, al zijn de criteria per diersoort verschillend, afhankelijk van hun habitat en levensgewoontes.
Wanneer het lichaam het contact met het continuüm kwijtraakt onder invloed van een onnatuurlijke omgeving functioneert ons natuurlijke vermogen selectie en timing niet langer. Wij leven in een tijd en omgeving waarin dit het geval is. De meesten van ons zijn niet langer in staat om de signalen en intelligentie van het lichaam bewust waar te nemen.
Seksuele energie laat zich niet onderdrukken – ook zonder lichaamsbewustzijn gaat het lichaam gewoon door met wat het al eeuwen doet. Maar wanneer we geen toestemming krijgt onze seksuele impulsen en verlangens op een natuurlijke manier te volgen ontstaat er seksuele spanning, die er vroeg of laat toch uit moet.
Bij veel mensen wordt de lichamelijke dimensie van seks gekenmerkt door frustratie en een gebrek aan onderscheidingsvermogen. Omdat de spanning zo groot is en het contact met de intelligentie van het lichaam zo weinig is wordt de keus van de juiste partner en het wachten op de juiste timing verstoort. Daarom is de fase van hofmakerij minder speels en plezierig, omdat het continuüm daarin voortdurend signalen probeert te geven die de op handen zijnde vergissing moet voorkomen. De partners twijfelen, vertrouwen elkaar niet en vooral de vrouw blijft de man maar testen en uitdagen, omdat ze ergens aanvoelt dat het niet de juiste partner is of dat het niet de juiste tijd is.
Wanneer het vervolgens tot de daad komt is deze veel minder aangenaam en bevredigend dan we verwachten. Door de numbness in ons lichaam voelen we minder en zijn we niet in staat ons over te geven aan de natuurlijke sensualiteit van het lichaam. Om dat te compenseren versterken we de impulsen die we onszelf en elkaar geven – de seks wordt harder en soms ook wreder, om toch maar iets te voelen. Het gebrek aan echt contact lossen we op door de seks dan maar puur lichamelijk te maken – vergelijkbaar met een goede sportsessie, een lekkere massage of een goede maaltijd. Dit is alleen bevredigend op fysiek niveau, maar het laat ons op ziels- en geestelijk niveau in de kou staan.

De bezielde dimensie 

Seks bevredigt niet alleen op lichamelijk niveau, maar ook op zielsniveau. Daar ervaren we de behoefte aan een verbinding met de partner die verder gaat dan het genot en de kinderen die een lichamelijke verbinding oplevert. Wanneer we spreken van de ziel spreken we van liefde. De ziel is veel genuanceerder en complexer dan het lichaam. Je kunt je fysiek aangetrokken voelen tot iemand maar tegelijkertijd weten dat je nooit van die persoon zou kunnen houden. Je kunt lichamelijk prima seks hebben met iemand, maar toch het gevoel blijven houden dat je iets mist. Wat je mist is de zielsverbinding.
Wanneer de ziel betrokken wordt bij seks krijgt deze een persoonlijke, unieke dimensie. De ontmoeting die dan plaatsvindt is de ontmoeting tussen twee zielen, twee mensen met elk hun eigen verhaal en achtergrond. Trouw, loyaliteit en het delen van elkaars geheimen, gevoelens en dromen horen bij deze dimensie. Bij seks waarbij de ziel betrokken is de overgave niet alleen fysiek maar wordt ze een metafoor voor de overgave aan het leven zelf.
De ziel ervaart het leven via de betekenis die ze aan indrukken geeft. De wereld van archetypes en sprookjes, metaforen en mythe is het domein van de ziel. Seks op dit niveau levert een groot scala aan gevoelens en ervaringen op die gepaard gaan met een grote kwetsbaarheid en openheid van de partners ten opzichte van elkaar. De verbinding gaat voorbij aan de wens zich al dan niet voort te planten maar geldt de verbinding zelf, de wens om via de ander meer te ervaren van de werkelijkheid zelf.
Wanneer twee mensen zich op zielsniveau met elkaar verbinden nemen ze, bewust danwel onbewust, verantwoordelijkheid voor elkaar. In bepaalde tradities wordt dit genoemd: ‘Je neemt elkaars karma over.’ De verbinding gaat veel dieper dan een puur lichamelijke verbinding en kan niet zomaar verbroken worden.
Wanneer de ziel zich geheel of gedeeltelijk teruggetrokken heeft uit het lichaam komt dit duidelijk naar voren wanneer je een zielsverbinding aangaat. Je angst je over te geven aan de verbinding met een ander mens komt onder druk te staan. Het verlangen is er wel, maar het vermogen om het daadwerkelijk aan te gaan is in meer of mindere mate beschadigd.
Om te beginnen moet er iemand thuis zijn. Dat wil zeggen: je kunt je niet seksueel verbinden met een ziel die zich teruggetrokken heeft uit het lichaam. Daarnaast moet er ruimte zijn voor wederzijds vertrouwen. Dat geldt ook voor de lichamelijke dimensie, maar het lichaam is veel pragmatischer en praktischer dan de ziel. De pijn van de ziel gaat veel dieper dan de pijn van het lichaam. Het lichaam is verankerd in het hier en nu, terwijl de ziel de hoedster is van de pijn uit het verleden en deze verbindt met wat ze in het hier en nu meemaakt. Overdracht, projectie, romantisering en idealisering zijn allemaal aspecten van de ziel.
In onze verwarde samenleving is het mogelijk dat twee mensen die lichamelijk niet bij elkaar passen seks hebben. Wanneer dat gebeurt kan daar een kind uit voortkomen omdat het continuüm geen rekening gehouden heeft met de mogelijkheid dat twee mensen die fysiek niet bij elkaar passen zich gaan voortplanten. Dit is zeker niet bevorderlijk voor het voortbestaan van de soort, omdat het leidt tot overbevolking en verwaarlozing, zelfs beschadiging van de eigen kroost.
Wanneer twee mensen fysiek goed bij elkaar passen en een verbinding aangaan betekent dat niet dat ze op zielsniveau goed bij elkaar passen. We zeggen dan: ‘We hebben goede seks, maar we houden niet van elkaar.’ Toch is verlangen om van elkaar te houden bij een mens minstens even groot dan het verlangen naar goede seks, en daarom is de seks eigenlijk ook onbevredigend. Ook het continuüm houdt van een zielsverbinding: wanneer twee mensen van elkaar houden is de kans groter dat ze bij elkaar blijven in de spreekwoordelijke voor- en tegenspoed, en dat biedt meer kans op het overleven van de uit de verbinding voortkomende kroost.
In het ideale geval gaan twee mensen een verbinding aan wanneer ze zowel in fysiek opzicht als op zielsniveau bij elkaar passen.

De geestelijke dimensie

De geestelijke dimensie van seks wordt vaak over het hoofd gezien in onze cultuur, omdat het bijna niet gepraktiseerd wordt. Wanneer het wel gebeurt, vaak onder invloed van drugs, is dat voor de meeste mensen zo’n angstaanjagende en onbegrijpelijke gebeurtenis dat ze het zo snel mogelijk weer vergeten.
Tegelijkertijd wordt dit aspect door de spirituele groeibeweging juist overgewaardeerd en verkocht als het hoogste doel van seks. Bij veel cursussen die spirituele seks verkopen heeft men de klok horen luiden, maar geen idee waar de klepel hangt. Seks wordt gepresenteerd als een manier om in contact te komen met de kosmische, goddelijke wijsheid van het universum zelf – en dat is nog waar ook. Eén van de gevaren van deze beweging is dat het voor de zoveelste keer de persoonlijke en lichamelijke dimensie van seks tot een onbelangrijke bijkomstigheid maakt, terwijl deze dimensie van seks VOORWAARDE zijn voor welke spirituele seksuele ervaring dan ook. Daarnaast is de geestelijke danwel spirituele seksuele ervaring resultaat van een leven lang toewijding en discipline, en niet iets wat je tijdens een weekend of jaartraining kunt bereiken. Veel zogeheten spirituele seks is niets anders dan cover up pornografie.
Het is waar dat seksuele energie een hulpmiddel kan zijn om gezond te worden, je ziel te helen en in contact te komen met een wijsheid die je verstand te boven gaat. Dit is waar de verbinding tussen seks en religie, God en verlichting over gaat. Vaak is het echter niet uit wijsheid maar uit gemakzucht, pijnvermijden, numbness, verveling, verslaving en domheid dat we de geestelijke dimensie van seks zo belangrijk maken. We hopen dat we door het bereiken van de geestelijke dimensie van seks kunnen ontsnappen aan de pijn van ons verloren gegane contact met het continuüm. Kortom: we zoeken naar een shortcut.
Er is geen shortcut. De weg van tantra, kundalini yoga, tantrisch boeddhisme, het hindoeïsme en het taoïsme gaan allemaal allereerst via het lichaam en vervolgens via de ziel. Het eren van het lichaam als tempel van de ziel en het herstellen van haar verbinding met het continuüm vormt de basis van alle oude, traditionele seksuele trainingen. Vervolgens wordt de verbinding tussen man en vrouw geëerd, dat wil zeggen: de dimensie van de ziel. Deze verbinding wordt gezien als een oefening om te leren manouevreren in de energetische werkelijkheid, dat wil zeggen: om te leren omgaan met de intensiteit van het leven zelf. Een seksuele verbinding met een ander mens is één van de moeilijkste opgaves in een mensenleven. Wanneer je zowel in staat bent om voor je lichaam, je kinderen, je partner en je relatie te zorgen ben je klaar voor de volgende stap: de geestelijke dimensie.
De geestelijke dimensie van seks is ingebed in, komt voort uit en wordt gedragen door de ziele- en lichamelijke dimensie van seks. Er is NOOIT een andere volgorde. Eerst het lichaam, dan de ziel, en dan pas de geest.
De geestelijke dimensie van de mens gaat over wijsheid, kennis en inzicht. De geest verlangt en streeft hiernaar door zo objectief mogelijk een mentaal beeld te construeren van de werkelijkheid. Om dit te doen heeft hij energie nodig. Veel energie. Een manier om die energie te verkrijgen is seks. Zowel binnen het taoïsme, hindoeïsme als boeddhisme zijn oefeningen bekend die bedoeld zijn om seksuele energie naar de hersenen te brengen, het domein van de geest, maar ook doodgewone recht toe recht aan seks heeft het vermogen om grote hoeveelheden seksuele energie naar de hersenen te brengen.
Wanneer je erin slaagt om seksuele energie naar je hersenen te brengen en je bent tegelijkertijd in contact met het continuüm, wat wil zeggen dat je ziel volledig aanwezig is in je lichaam en het voor het bewustzijn mogelijk is bewust te zijn van wat er gebeurt, is het mogelijk dat je vermogen om helder te denken, kennis in je op te nemen, je inzichten uit te breiden en te verdiepen, antwoorden te vinden op vragen en de samenhang tussen tot dan toe ongrijpbare details groeit.
Wanneer je dit met een partner doet – en soms gebeurt dit zonder dat je het beoogd hebt – kan het zomaar gebeuren dat je toegang krijgt tot zijn kennis en vice versa. Je kent en begrijpt die persoon net zo goed als je jezelf kent, soms zelfs beter als hij zichzelf kent. Door deze uitbreiding van de werkelijkheid verdiep je ook je begrip van de werkelijkheid enorm.
De geestelijke dimensie van seks is iets volkomen anders dan de conceptuele dimensie van seks. Omdat veel mensen niet in contact zijn met hun lichaam kunnen ze daar niet op vertrouwen wanneer ze seks hebben. Als alternatief wenden ze zich dan tot wat ze weten over seks en incorporeren dat in hun gedrag. Seks wordt dan een soort toneelstukje waarin de betrokkene zijn of haar best doet om zijn rol zo goed mogelijk te spelen.
Wanneer je op de één of andere reden met zo iemand in bed belandt, terwijl je zelf wel in meer of mindere mate in contact bent met je lichaam en je gevoelens, is de seks op zijn best hilarisch en op zijn slechts afschuwelijk. Hilarisch kan het zijn wanneer je voelt dat je partner bewegingen maakt die verzonnen zijn of wanneer hij zich stijf en onhandig gedraagt, maar geen idee heeft hoe dat overkomt.
Afschuwelijk wordt het wanneer deze persoon, afgesneden van de natuurlijke behoeftes van lichaam en ziel, zijn geestelijke vermogens, ook afgesneden van het continuüm, gebruikt om uiting te geven aan zijn onderdrukte impulsen, frustratie, spanning en emoties. Zo iemand kan gewelddadig, gemeen, wreed en destructief worden terwijl hij seks heeft, omdat seks een katalysator is voor de onderdrukte energie, maar vanuit zijn afgesneden dus valse geest zal hij dit ontkennen en zelfs goedpraten.
Concepten en ideeën die los staan van het continuüm kunnen alle mogelijke vormen kunnen aannemen. Op zijn best zijn deze wat dommig en aandoenlijk, op zijn slechtst zijn ze doordrongen van perversiteit en gekte. Hoe ver gezocht dit wellicht ook klinkt, het is helaas iets wat in onze samenleving veel voorkomt.
Vrijheid
Onze menselijkheid bestaat uit het vermogen zowel het dierlijke en het goddelijke te kunnen ervaren. Vrijheid wil zeggen dat we noch streven naar het dierlijke, noch naar het goddelijke, maar streven naar menselijkheid. Menselijkheid wil zeggen dat je je aanpast aan de regels en gewoonten van je gastheer, in dit geval het lichaam, en dat je de ervaringen die het lichaam opdoet op zielsniveau opneemt en verteert. De aanvaarding dat het continuüm niet te controleren is door het intellect, en dat daarmee alle oordeel over de bewegingen van het continuüm komen te vervallen is de grootst mogelijke vrijheid die wij mensen kunnen bereiken.
Behalve dat dit klinkt als een goede filosofische stelling is het ook nog eens onmiddellijk toepasbaar. Het betekent namelijk dat je bij deze kunt ophouden met het vechten tegen het continuüm in je en kunt ontspannen in de juistheid van haar bewegingen en impulsen. Je lichaam is niet slecht, seks is niet slecht, verlangen is niet slecht. Het is wat het is.
Hoofdstuk 15 – De conceptuele werkelijkheid

De werkelijkheid is veel vluchtiger en veelomvattender dan we doorgaans aannemen. ‘Alles is illusie’, zeiden de oude meesters al. De moderne wetenschap neemt een vlucht waarbij oude natuurwetten zoals de zwaartekracht of de wetten der materie zo relatief en veranderlijk blijken te zijn dat ze niet langer als wetten gezien kunnen worden.[1]
De belangrijkste functie van de hersenen is niet het opdoen maar het blokkeren van het grootste percentage indrukken die we gedurende de dag binnen krijgen. Als de miljoenen impulsen van buitenaf allemaal bewust ervaren zouden worden zou het onmogelijk zijn een samenhangende werkelijkheid te ervaren.
Het selectieproces van de hersenen is met name gericht op het handhaven van het werkelijkheidsbeeld dat we in de loop van ons leven hebben samengesteld. Dit werkelijkheidsbeeld is niet dé werkelijkheid, het is maar een klein onderdeel ervan. Het biedt houvast, een anker om ons in de uitgestrektheid van de werkelijkheid te handhaven en veilig te voelen.
Dit werkelijkheidsbeeld is niet statisch, maar voortdurend in beweging. Enerzijds streven we naar het in stand houden van ons werkelijkheidsbeeld, anderzijds streven we naar het uitbreiden en veranderen van dit werkelijkheidsbeeld, opdat onze ervaring van de werkelijkheid zo groot en breed mogelijk kan zijn.
Het verlangen naar het in stand houden van ons werkelijkheidsbeeld is te herkennen aan de passie waarmee we onze meningen en opvattingen verdedigen. Hoe groter de angst om uit het beperkte kader van ons werkelijkheidsbeeld te stappen, des te groter worden onze rigiditeit, koppigheid, onverzettelijkheid en fanatisme. ‘Zo ben ik nou eenmaal’, zeggen we dan, of: ‘Zo is het nou eenmaal’. Mensen die een ander werkelijkheidsbeeld vertegenwoordigen proberen we op een zo groot mogelijke afstand te houden omdat we ze als bedreigend ervaren. Zo ontstaan groepen die samen hun beeld van de werkelijkheid in stand proberen te houden door het beeld als zodanig als enige juiste interpretatie van de werkelijkheid uit te roepen en moslims, joden, hippies, homo’s of zigeuners te veroordelen, het land uit te zetten of desnoods te vermoorden. De grootste fanatiekelingen hebben de meeste angst.
Het verlangen naar het oprekken van de grenzen van de werkelijkheid, een tegengestelde beweging aan bovengenoemd verlangen, kenmerkt zich door onze aangeboren nieuwsgierigheid en leergierigheid. Dit is hoe kinderen hun hersenen ontwikkelen: door hun niet aflatende nieuwsgierigheid en honger naar kennis en ervaring stimuleren ze de groei en specialisatie van hun hersenen. Kinderen vervelen zich snel wanneer ze niet voldoende impulsen krijgen. Hun drang om te spelen, te verkennen en alles wat ze op hun weg tegenkomen uit te proberen en te onderzoeken is onstuitbaar.
Bij veel volwassenen lijkt  de nieuwsgierigheid en interesse voor het opdoen van nieuwe ervaringen verminderd of zelfs volkomen verdwenen. Dit kan een gevolg zijn van opgedane teleurstelling en angst. Teleurstelling omdat onze nieuwsgierigheid en speelsheid als kind voortdurend aan banden werd gelegd, angst omdat sommige ervaringen die we opdeden zo pijnlijk waren dat ze een angst opriepen die we maar moeilijk een plek konden geven.
De dynamiek tussen enerzijds de angst voor de werkelijkheid en anderzijds het verlangen naar het ten volle ervaren van diezelfde werkelijkheid kan een vreemd fenomeen opleveren: de conceptuele werkelijkheid.
De conceptuele werkelijkheid is een verzonnen werkelijkheid. Ze is niet echt, maar gebaseerd op ons vermogen concepten: verzinsels, te beleven als echt. Bijvoorbeeld: in plaats van dat we zelf op avontuur gaan creëeren we helden waarmee we ons identificeren en die we via TV en film volgen. Inplaats van dat we zelf onze hartstocht uitleven laten we het onze sterren in de film en de soaps doen.
Veel jongeren ervaren de werkelijkheid als zo bedreigend of juist zo saai dat ze liever gamen. Dit fenomeen wordt in ‘Surrogates’[2] meesterlijk vormgegeven. De film beschrijft een wereld waarin de mensen niet langer naar buiten gaan omdat dat te gevaarlijk is. Inplaats daarvan sturen ze een robot de wereld in: een knappe versie van henzelf, die doet wat ze zelf niet langer durven. Overkomt de robot iets, dan geeft dat niet – een robot is makkelijk te repareren, en mocht dat niet lukken is een nieuwe robot zo gemaakt.
Het menselijk vermogen mee te leven met beelden, symbolen, iconen, tekeningen en verhalen illustreert het enorme creatieve vermogen dat wij mensen hebben. Als enige soort op aarde zijn wij in staat om abstract te denken en onze eigen concepten en creaties tot leven te wekken. Dit creatieve vermogen biedt ons de mogelijkheid literatuur, poëzie en kunst te scheppen waarmee we onze ervaring van de werkelijkheid kunnen verdiepen en met elkaar kunnen delen. Pas wanneer we niet langer onderscheid kunnen maken tussen de werkelijkheid als zodanig enerzijds en de conceptuele werkelijkheid anderzijds hebben we mogelijk een probleem.
Gamen, film en TV zijn maar een paar uitingen van de conceptuele werkelijkheid. Wanneer we ons identificeren met de conceptuele werkelijkheid wordt ons creatieve vermogen als het ware geclaimd door het intellect. De geest, die normaliter samenwerkt met de ziel en het lichaam, begint voor zichzelf. Ze verzint haar ervaringen liever dan dat ze ze koppelt aan wat de ziel en het lichaam werkelijk beleven. Ze baseert haar werkelijkheid niet langer op de ervaringen van het lichaam en de gevoelens van de ziel, maar op de concepten die ze heeft gelezen, gehoord of zelf bedacht.
Bij de meeste mensen bestaat het zelfbeeld en het beeld van de werkelijkheid uit een mengeling van concepten en echte ervaring. Concepten zijn gedachtenpatronen die ons kunnen helpen om meer in contact te komen met de werkelijkheid. Ze bieden een houvast die we nodig hebben als we willen leren manouevreren in de werkelijkheid en de grenzen van onze werkelijkheid willen oprekken. So far so good. Pas wanneer concepten de werkelijkheid gaan vervangen en we deze als de waarheid zelf gaan gezien gaat er iets mis.
Het natuurlijk vermogen van de mens om de werkelijkheid selectief te ervaren en door middel van concepten een samenhangende werkelijkheid te creëeren is in zekere zin een tweesnijdend zwaard. Het beperken en interpreteren van de werkelijkheid is een noodzakelijkheid die ons helpt te functioneren. Het helpt ons niet overweldigd te raken. Het kan echter ook leiden tot een zodanige beperking van de werkelijkheid dat we er juist van vervreemden.
Het onderscheiden van de conceptuele werkelijkheid en de werkelijkheid als zodanig is niet zo makkelijk als het in eerste instantie misschien lijkt. Een eerste stap is om te beseffen dat er zoiets bestaat als een conceptuele werkelijkheid. Eén van de redenen dat ‘The Matrix’[3] zo’n wereldwijd succes werd, was het feit dat we op een diep collectief niveau herkenden wat Neo meemaakte: hij ontdekte dat zijn leven een illusie was, tot op het moment dat hij bevrijd werd uit de cocon waar hij tot dan toe gevangen had gezeten.
‘Waarom doen mijn ogen pijn?’, vraagt hij, waarop Morpheus antwoordt:
‘Omdat je ze nog nooit eerder gebruikt hebt.’
In The Matrix is het ‘AI’: kunstmatige intelligentie, die de macht heeft overgenomen. Het menselijk lichaam wordt gebruikt als energieleverancier voor de machine. In onze werkelijkheid is het niet kunstmatige intelligentie maar onafhankelijke intelligentie, intelligentie die niet langer samenwerkt met lichaam en ziel en zich heeft losgemaakt van het continuüm, die de macht heeft overgenomen.
In ‘The Truman Show’[4] ontdekt Jim Carrey in de rol van Truman Burbank dat zijn leven in scène is gezet en alles behalve hijzelf fake is. Hij heeft seks met zijn vrouw, maar zij acteert. Hij drinkt een biertje met zijn beste vriend, maar deze acteert. Hij is in het echte leven als wees geadopteerd door een regisseur met een prachtig, maar wreed doel: hem te gebruiken als hoofdpersoon in een soap, waarbij hij de enige is die dat niet weet. De schok wanneer hij dit toch ontdekt mondt uit in een fantastische finale waar hij met ware heldenmoed besluit om letterlijk het decor van zijn leven te verlaten en een onbekende wereld te betreden.
Ieder avontuur, ieder verhaal, iedere reis en alle spirituele tradities zijn gegrondvest in het verlangen om uit de beperking van onze gedachten te stappen en de vrijheid daarvan te ervaren. Tegelijkertijd herkennen we allemaal de angst van Truman tijdens de momenten van ons leven waarin we erachter komen dat de dingen niet zijn zoals we dachten.
De herkenning van de conceptuele werkelijkheid kan geleidelijk of plotseling plaatsvinden. Een geleidelijke herkenning kan plaatsvinden wanneer je in therapie gaat, leert mediteren of kiest voor één van de vele wegen van bewustzijnsverruiming. Een plotselinge herkenning kan plaatsvinden wanneer een gebeurtenis in je leven je met de neus op feiten drukt die je tot dan toe over het hoofd had gezien. Wanneer je ervan overtuigd bent dat je een goede relatie hebt, maar je partner op een avond in bed aantreft met een ander is dat een schok die je in één klap wakker schudt. Wanneer je vertrouwen hebt in je regering en er vervolgens achterkomt dat deze de verkiezingen saboteren is dat een schok die je in één keer geneest van je naïviteit. Een plotselinge herkenning heeft zijn voordelen – het kan je een hoop tijd besparen – maar kan ook zo pijnlijk zijn dat je je er alsnog voor afsluit. ‘Dit kan niet waar zijn’, zeg je dan, of: ‘Dit is niet gebeurd.’ Veel mensen lijden heftig onder de spanning tussen onomstotelijke feiten enerzijds en gehechtheid aan concepten anderzijds. Het voortdurend in stand houden van de ontkenning van de feiten is een uiterst energievergend proces, en in die zin is een goede crisis op zijn tijd een zegen.
Het herkennen van de conceptuele werkelijkheid gaat altijd gepaard met pijn. Het erkennen dat dat waarin je gelooft niet waar blijkt, dat hetgeen je je vertrouwen hebt gegeven dit vertrouwen niet waard was, dat dat wat je houvast gaf in de wereld, in het licht van je onderscheidingsvermogen en bewustzijn uiteenvalt en verdwijnt is pijnlijk en onaangenaam. Tegelijkertijd geeft het ook een diep gevoel van opluchting en vrijheid. Niets is zo bevrijdend als de waarheid.
Wanneer je behoefte hebt om meer contact te maken met de werkelijkheid zoals ze is, is het fysieke lichaam de beste plek om te beginnen. Het lichaam kan niet liegen en is daarmee een goede spiegel voor hoe het echt met je gaat. Door je lichaam meer te ervaren verbindt je als het ware de geest opnieuw met de realiteit.
Het mooie van seks is dat het onmogelijk is zonder lichaam. Seksuele energie is een van de weinige krachten die sterker is dan het intellect. Daarom kan seks helpen om onderscheid te leren maken tussen de conceptuele werkelijkheid enerzijds en de werkelijkheid zelf anderzijds. Zo gauw je seks hebt worden de signalen van je lichaam sterker en wordt de controlerende en interpreterende functie van het intellect zwakker. Het bewust ervaren van seks kan je helpen de intellectuele controle los te laten en te onderzoeken wat er voorbij de grenzen van je conceptuele werkelijkheid is.
Het gaat dus om het overbruggen van de kloof tussen werkelijkheid en illusie. Wanneer je verlangt naar het meer in contact komen met de werkelijkheid als zodanig is het goed om te weten hoe deze zich onderscheidt van de conceptuele werkelijkheid. Wat zijn de verschillen?
Een belangrijk kenmerk van de conceptuele werkelijkheid is dat het energie kost om haar te handhaven. Daarnaast heeft de conceptuele werkelijkheid een beperkte houdbaarheid: ze gaat al snel vervelen. De echte werkelijkheid kenmerkt zich door het feit dat ze energie oplevert en vele malen intenser en boeiender is dan de conceptuele werkelijkheid. Het is het verschil tussen een echte bloem en een plastic bloem.
Het verlangen naar echtheid is zo inherent aan ons mens zijn, ligt zo aan de basis van wie we werkelijk zijn, dat het uiteindelijk altijd de kop opsteekt. Hoe goed we ook ons best doen om onszelf te beschermen tegen de nietsontziende eerlijkheid van de werkelijkheid zelf, iets in ons wil niets liever dan midden in die werkelijkheid staan en haar met eigen ogen zien, met eigen zintuigen ervaren. Dit verlangen zal zich altijd kenbaar maken, zolang we leven.

[1] Voor meer informatie kijk bijvoorbeeld de documentaires: ‘What the bleep do we know’  en: ‘What the bleep down the rabbithole’
[2] ‘Surrogates’, film met Bruce Willis. 2009, regie: Jonathan Mostow
[3] ‘The Matrix’ met Keanu Reeves. 1999. Regie: Andy en Larry Wachowsky
[4] The Truman Show’ met Jim Carrey, 1998. Regie: Peter Weir
………………………………
……………………………..
………………………………
Hoofdstuk 20 – De Zeven Sluiers
Het lichaam heeft zeven energetische sluiers die het beschermen tegen de buitenwereld. Je zou kunnen zeggen dat de buitenwereld binnenkomt, ervaren wordt, via het lichaam en dan met name de zintuigen. Dit is niet altijd even aangenaam. Wanneer je bijvoorbeeld opeengepakt in de metro staat met natgeregende mensen die net gerookt hebben is het prettig wanneer je je daar als het ware voor kunt afsluiten. De zeven sluiers helpen daarbij. Ze beschermen je eigenlijk tegen alle vormen van ongewenste binnenkomst van de buitenwereld. Dat geldt ook voor opdringerigheid, ongewenste agressie, onuitgenodigde interesse, seksuele toenadering of openhartigheid van mensen die je niet kent of waar je je op dat moment niet mee wilt verbinden.
De seksuele daad is op alle niveaus de meest intieme daad die mogelijk is tussen twee mensen. De diepe penetratie van de penis in de vagina brengt twee lichamen zo dicht bij elkaar als de fysieke grenzen van de twee toelaten. Deze daad kan letterlijk nieuw leven voortbrengen wanneer een zaadcel en eicel samensmelten. Op zielsniveau kan een intense uitwisseling van gevoelens, verlangens en emoties plaatsvinden, die ook ervaren kunnen worden als een soort versmelting. Binnen de meeste sjamanistische tradities is het bekend dat de seksuele daad een energetische verbinding creëert tussen de twee betrokkenen die vier tot zeven jaar duurt. Dit heeft niets met liefde of vrije keus te maken – het is de werking van het continuüm die de binding tussen de seksuele partners probeert te waarborgen voor het nageslacht. Het is soort koord, een energetische kabel, tussen de penis van de man en de baarmoeder van de vrouw. Zowel de man als de vrouw kunnen via dit koord energie onttrekken of geven aan hun seksuele partner. Wanneer je in een gelijkwaardige, vrijwillige liefdesrelatie bent is dat geen punt, maar wanneer je meerdere partners hebt gehad of wanneer je partners hebt met vampierachtige neigingen – mensen die energie stelen bij anderen omdat ze denken dat ze dat nodig hebben of omdat dat ze een gevoel van macht geeft – kan je dat volledig uitputten.
Seks begint eigenlijk al bij het eerste oogcontact, waarbij zowel de man als de vrouw elkaar via de ogen deelgenoot maken van zowel hun verlangen als hun beschikbaarheid. Wat er vervolgens ontstaat is een proces, een dans, die verschillende fases doorloopt en uiteindelijk leidt tot het ultieme doel: de eenwording van vagina en penis.
De zeven sluiers dienen om dit uiterst delicate gebeuren in goede banen te leiden door haar te vertragen, waardoor de kans op vergissingen wat betreft partnerkeuze, kwantiteit van sekspartners, beschadigingen, onbevredigende seks, ongewenste kinderen, schade, ziekte en andere onvoorziene consequenties kleiner wordt. Deze vertraging dient ter bescherming. Deze kennis is min of meer verloren gegaan in onze samenleving, maar de sluiers die de bruid nog steeds draagt tijdens de bruiloft verwijzen naar dit gegeven. Penetratie en orgasme is heel goed mogelijk zonder enige intimiteit of verbinding. Bij verkrachting is dit duidelijk, maar ook bij one night stands, casual seks, seks uit dronkenschap, pure geilheid of andere vormen van seks waar de opwinding, de agressie, het ongeduld, de onverschilligheid, de onzekerheid of de ongevoeligheid zo groot is dat alleen de laatste intimiteitsfase wordt nagestreefd, en wel zo snel mogelijk.
Wanneer de zeven sluiers gerespecteerd worden worden deze één voor één, heel voorzichtig, met het grootste respect, gezien en ervaren. Pas wanneer een bepaald niveau van intimiteit ten volle is geproefd wijkt de volgende sluier om een dieper niveau van intimiteit te openbaren. Er is geen ongeduld of wilskracht betrokken bij deze manier van seks. Er is geen garantie of belofte dat een bepaalde fase tot de volgende leidt. Het is heel goed mogelijk dat één van de partners voelt dat het bij een zekere fase, welke dan ook, op dat moment genoeg is. Dat kan te maken hebben met de partnerkeus, de omstandigheden of met hoe de man of de vrouw zich op dat moment voelt. Dat gevoel wordt door beide partners herkend en gerespecteerd. Er is geen haast, er is geen moeten, er is geen verplichting, er is alleen een luisteren naar het zachte ruisen van de zeven sluiers die zich vertalen in subtiele gevoelens van verlangen, genot, tederheid, intensiteit en soms ook afstandelijkheid of koelheid.
De zeven sluiers waarborgen ons vermogen om volledig aanwezig te zijn wanneer we vrijen en garanderen dat we niet beschadigd raken in het proces. De pubertijd biedt ons de kans om de sluiers één voor één te leren kennen en te integreren, totdat we er uiteindelijk klaar voor zijn om de zevende sluier te betreden en in volledige toewijding, volledig bewust, de versmelting met een ander mens mee te maken. De meeste van ons hebben deze kans echter niet of onvoldoende gekregen. Onder druk van maatschappij, verwachtingen en onwetendheid worden de sluiers nauwelijks nog gezien, maar weggerukt in de sprint naar het einddoel. Zowel mannen als vrouwen zijn door dit gegeven beschadigd.
Wanneer een vrouw in een volledige staat van opwinding en overgave is, is haar vagina in een volkomen andere conditie dan normaal. Haar schaamlippen en clitoris zijn opgezwollen, haar vagina is nat, warm en zacht, en wanneer ze in die staat een penis ontvangt kan ze dit volledig meevoelen. Wanneer een vrouw gepenetreerd wordt terwijl ze nog niet volledig opgewonden en ontspannen is voelt ze minder en kan het kwetsbare weefsel van de vagina, met name de vaginawand, beschadigd raken. Vanuit een instinctieve reactie van pijnvermijden zal de vrouw zich gevoelsmatig terugtrekken uit dat gebied, wat de numbness in de vagina vergroot. Hetzelfde gebeurt wanneer een vrouw te hard of te snel gemasturbeerd wordt of zelf masturbeert, of wanneer ze een vibrator gebruikt. Voor een man geldt hetzelfde – wanneer hij te snel of te hard seks heeft of wanneer hij seks heeft met een vrouw die niet opgewonden is of waar hij zich niet echt toe aangetrokken voelt moet hij zichzelf en daarmee zijn penis eigenlijk dwingen de daad af te maken. Vooral zijn uiterst gevoelige eikel reageert daarop met terugtrekking, zo niet daadwerkelijk danwel energetisch. Zijn penis wordt daardoor steeds ongevoeliger. Het twijfelachtige voordeel daarvan is dat hij daarmee minder selectief wordt, maar het nadeel is dat het steeds moeilijker zal worden om echt te genieten van seks.

De oefening: De Zeven Sluiers

Je kunt door middel van ‘De Zeven Sluiers’ je seksuele relatie met een nieuwe partner initiëren, maar je kunt het ook gebruiken om binnen een bestaande relatie je seksleven naar een hoger niveau te tillen, oude wonden te genezen of verstarde patronen te doorbreken.
Wanneer je na een aantal, soms vele jaren sekservaring ervoor kiest om de zeven sluiers alsnog te leren kennen zul je bij iedere fase herinneringen tegenkomen. Het is alsof de sluiers alles onthouden wat er ooit met ze gebeurd is. Het is alsof je een zijden sluier onderzoekt en de scheuren ziet die er door eerder roekeloos gebruik in gekomen zijn. Soms openbaren die scheuren zich als heel duidelijke en scherpe herinneringen aan seksuele ervaringen waarbij de sluiers niet gerespecteerd werden. Ons seksuele verleden wordt zichtbaar zo gauw de sluiers zichtbaar worden.
Door bij iedere fase net zolang stil te staan tot deze ten volle genoten kan worden zonder dat er nog beelden, herinneringen, gevoelens, angst of emoties opkomen genees je de wonden die er in je leven ontstaan zijn. De scheuren en littekens worden geheeld en de sluier krijgt weer haar rechtmatige plaats en functie in je energetische werkelijkheid. Wat het van je vraagt is geduld en toewijding, zowel ten aanzien van jezelf als van je partner. Het is moeilijk om te wachten of te stoppen als je opgewonden bent en brandt van verlangen. Door de zeven sluiers leer je af om te forceren en ontstaat er een veel subtielere manier van de liefde bedrijven, een waarbij je langzaam maar zeker je gevoeligheid vergroot en het spectrum van wat je kunt beleven en ervaren uitvouwt.
‘ De Zeven Sluiers’ is een ritueel, een initiatie. Het vraagt een hoge mate van commitment. Wanneer jij en je partner het aangaan komen jullie minimaal zeven keer bij elkaar. Wat er van je gevraagd wordt is zelfbeheersing, geduld, discipline, aandacht, openheid, eerlijkheid en het niet toegeven aan patronen, gewoontes en impulsen.Het is essentieel dat je je aan de afspraak houdt. Het is dus niet iets om lichtzinnig aan te gaan. De Zeven Sluiers zullen jou, je partner en jullie relatie veranderen. Je zult dingen gaan voelen en zien, zowel bij jezelf als bij elkaar, die je niet voor mogelijk had gehouden. De kwetsbaarheid en openheid die dit ritueel oproept vereist een grote zorgvuldigheid en integriteit. Zorg er dus voor dat je een partner hebt die je kunt vertrouwen en die dit proces even belangrijk vindt als jijzelf voordat je besluit het te doen. Doe dit NOOIT met een partner van wie je niet houdt of met wie je geen vaste seksuele relatie hebt.
De oorspronkelijke tijd voor De Zeven Sluiers is zeven maanden, waarbij je het ritueel bij Volle Maan start en bij iedere nieuwe Volle Maan een stap verder gaat. Je kunt er ook voor kiezen het ritueel te verkorten tot zeven weken of zelfs zeven dagen, wat op zich geen probleem is, maar wat uiteraard wel het verloop en de diepgang verandert. Belangrijk is dat je iets aangaat waar je je aan kunt houden.
Veel tradities zijn terughoudend als het gaat om de zesde en zevende sluier. Omdat veelvuldig ejaculeren slopend is voor de man en veelvuldig penetreren de vagina van de vrouw beschadigt richten veel scholen zich met name op de vijfde fase: alles behalve penetratie. Binnen het taoïsme werden vrouwen speciaal getraind in orale seks en andere manier om haar minnaar te bevredigen en zelf bevredigd te raken, zodat penetratie tot een minimum beperkt kon blijven.[1] Barry Long benadrukte met name de zesde sluier, waarbij hij het penetreren van groot belang achtte, maar alleen als dit met volledig bewustzijn en zonder het najagen van orgasme gebeurde. Met dit in gedachten is het zinvol om te beseffen dat het niet nodig is om iedere keer wanneer je seks hebt alle zeven sluiers te betreden. Ook tijdens het vormgeven van dit ritueel zul je wellicht merken dat je meer tijd wilt vertoeven in de vijfde fase, en jij, je partner of jullie beiden geen enkele behoefte voelen om de stap te maken naar de zesde en zevende sluier. Het is belangrijk om dat te respecteren.

Voorbereiding van De Zeven Sluiers

–         Spreek van tevoren af hoe lang iedere fase gaat duren: een dag, een week, twee weken, drie weken, een maand of misschien zelfs langer. Spreek niets af waarvan je niet zeker bent dat je je eraan kunt houden. De meest gangbare tijd is een week per sluier, wat betekent dat het ritueel zeven weken gaat duren.
–         Schrijf jullie afspraak op. ‘Wij, ….. en …., gaan van dan tot dan De Zeven Sluiers doen. Iedere sluier duurt zo lang.’ Lees het hardop voor aan elkaar en onderteken het.
–         Het afgesproken aantal dagen of weken is het minimum waar jullie je beiden aan dienen te houden. Mocht één van beiden echter tijdens het proces merken dat het te snel gaat heeft deze het vetorecht. Hij of zij mag ten allen tijde beslissen dat een bepaalde fase een dag of een week langer mag duren. Dit is belangrijk om te garanderen dat geen van beide partners zich gedwongen voelt om over zijn of haar grenzen heen te gaan, maar het is niet gangbaar. Pas dit vetorecht dus alleen maar toe als het echt nodig is, en niet zomaar, of om je partner onder druk te zetten.

Wanneer het zover is:

–         Zorg dat je beiden uitgerust bent en twee tot drie uur ongestoord samen kunt zijn.
–         Zorg dat de ruimte waarin jullie zijn warm, schoon, comfortabel en opgeruimd is. Draag gemakkelijke kleding waar je je ook mooi in voelt.
–         Ga tegenover elkaar zitten en neem de tijd om iets tegen elkaar te zeggen als je daar behoefte aan hebt, of gewoon even in stilte te zitten. Hou het licht, wees niet te serieus. Dit is leuk!
–         Kom dichterbij en begin voorzichtig met de eerste sluier. Afhankelijk van waar je bent in het proces sta je toe dat je als vanzelf, met wederzijdse toestemming, van de ene fase in de andere fase overgaat, totdat je de sluier bereikt waar je bent. Neem minimaal 10 minuten voor iedere sluier. Sla geen enkele sluier over. Neem vooral de tijd voor de laatste sluier waar je op dat moment in het ritueel eindigt.
–         Wanneer je afgesproken hebt dat jullie ritueel zeven dagen duurt ga je dus iedere dag een fase verder. Wanneer je afgesproken hebt dat jullie ritueel zeven weken duurt herhaal je dus zeven keer dezelfde fase (inclusief de voorgaande fases die minimaal 10 minuten moeten duren) voordat je naar de volgende fase gaat. Wanneer jullie ritueel zeven maanden duurt herhaal je gedurende 28 dagen dezelfde handelingen die bij een bepaalde fase horen, totdat je doorgaat naar de volgende fase.
– Neem altijd de tijd om zorgvuldig af te ronden: ga opnieuw tegenover elkaar zitten, zeg wat je wilt zeggen of wees stil samen. Dit hoeft maar een paar minuten te duren, maar hoort er wel bij.

De Eerste Sluier – handen en gezicht

Je bent volledig gekleed. Bij de eerste sluier maak je kennis met elkaars lichaam en wen je aan het intiem zijn samen. De intimiteit wordt beperkt tot het aanraken en zoenen van handen, gezicht en haar. Zoenen op de mond nog niet. Behalve het huidcontact is oogcontact ook heel belangrijk – kijk naar elkaar, voel hoe het is om elkaar in de ogen te kijken terwijl je zo dichtbij bent. Verken elkaars gezicht en elkaars handen, gebruik je neus, ruik en verken de verschillen in zachtheid en ruwheid van de huid en de verschillende geuren van het gezicht, het haar en de handen. Vertel elkaar wat je ziet, wat je voelt en wat je ruikt. Ook je stem heeft een enorm sensueel bereik. Gebruik het.

De Tweede Sluier – door de kleren heen

Bij de tweede sluier breid je je actieradius uit van gezicht en handen naar de rest van het lichaam, behalve de genitaliën, billen en borsten. Je bent nog steeds volledig gekleed. Zoenen op de mond kan nu wel, tongzoenen nog niet. Je gaat nog niet met je handen onder de kleren. Je raakt elkaar dus aan door de kleren heen, behalve bij het gezicht, de handen, de armen, de nek, de hals en als je wilt ook de voeten. Het directe huidcontact breidt zich nu dus uit tot armen, nek, hals en voeten. Je zult merken dat er een wereld voor je opengaat wanneer je het uitgebreide, afwisselende landschap betreedt van de armen, de nek, de hals, de borst, de buik, de schouders, de schouderbladen, de ruimte tussen de schouderbladen, de rug, de onderrug, de benen, de knieën, de enkels en de voeten. Je zult versteld staan hoe opwindend bijvoorbeeld de tenen kunnen zijn, hoe gevoelig de voetzolen zijn, hoe delicaat de knieholtes zijn en hoe sexy de glooiingen van de oksels en de taille zijn. Blijf ook je ogen, je neus en je stem gebruiken.

De Derde Sluier – onder de kleren

Je hebt nog steeds je kleren aan. Nu ga je ook met je handen onder de kleren. De billen en borsten raak je nu ook aan, behalve de anus en de tepels. De genitaliën blijven nog steeds buiten bereik. Het zoenen kan intenser en natter worden, maar je gebruikt nog steeds geen tong. Deze fase is erg opwindend en vraagt veel zelfbeheersing. Het is uiterst belangrijk om niet verder te gaan voordat de tijd daarvoor aangebroken is. Leer spelen met de opwinding en het verlangen, leer haar golfbewegingen kennen, de intensiteit ervan, maar ook het gemak waarmee ze weer wegebt. Exploreer alle mogelijkheden van deze fase, gebruik je mond om alle plekjes waar je wel toegang toe hebt te zoenen, te likken en aan te zuigen, maar vermijd nog steeds tongzoenen. Breid het spectrum uit van alle manieren waarop je kunt strelen en aanraken, variëer van vederlicht tot heel stevig, gebruik je lichaamsgewicht, beweeg, verander van positie zodat je overal goed bij kunt. Blijf kijken en praten. Communiceer. Deel met elkaar wat je voelt en wilt en denkt en ervaart.

De Vierde Sluier – onderbroek aanhouden

Dit is de fase waarin de naaktheid ineens veel groter wordt. De kleren mogen uit, op de onderbroek/shorts/boxer/string na. Geniet van het uitkleden, neem er de tijd voor. Het huidcontact wordt vele malen groter nu je elkaar met vrijwel je hele lichaam kunt aanraken, jouw buik tegen de hare, jullie benen tegen elkaar, etc. Je kunt op elkaar gaan liggen, duwen, wrijven en rollen, en de borsten mogen nu volledig in het liefdesspel opgenomen worden, inclusief de tepels. Ook tongzoenen mag nu, maar anus en genitaliën zijn nog steeds verboden terrein. Je zult wellicht merken dat het tongzoenen en het stimuleren van de tepels het meest verleidelijk zijn in deze fase, maar waak ervoor dat dat het enige wordt dat je doet. De vierde sluier doet de temperatuur stijgen, de sappen stromen en biedt ruimte voor grote passie.

De Vijfde Sluier – ‘heavy petting’

Beide lichamen zijn opgewarmd en in staat van opwinding. Waarschijnlijk is het verlangen naar het aanraken van de genitaliën groot. Het huidcontact en de aanraking worden nu uitgebreid tot het hele lichaam, inclusief de vagina en de penis. Het enige wat je in deze fase nog niet doet is penetratie en klaarkomen voor de man. De vrouw mag wel één of meerdere orgasmes hebben, maar het hoeft niet. Maak het niet tot doel van deze sluier. Het tongzoenen mag zo heftig worden als je wilt, en je mag met je tong het hele lichaam van die ander verkennen, inclusief de genitaliën. Orale seks is met name de dimensie die je in deze fase betreedt, maar ook het stimuleren van de seksuele organen met je handen. Voor de vrouw is dit met name een belangrijke fase omdat ze tijd en ruimte krijgt om haar opwinding te laten stijgen in haar eigen tempo, terwijl haar man ervoor zorgt dat hij niet klaarkomt. Vrouwen die moeite hebben met klaarkomen of het ervaren van opwinding zullen merken dat de vijfde sluier hun redding is.

De Zesde Sluier – penetratie

Dit is de sluier die de ultieme droom vertegenwoordigt: de penetratie. Shivalingam. Alles mag, behalve ejaculeren in het vaginakanaal. Beide partners hebben de vrijheid om klaar te komen, maar richt je daar zo weinig mogelijk op. Het orgasme van de man kan via orale seks of stimulatie met de hand tot stand komen, maar hij mag zijn hoogtepunt niet via de penetratie krijgen en vlak daarvoor terugtrekken. De penetratie moet dus op een orgasme-vermijdende manier plaatsvinden. Dit is wellicht een volkomen nieuwe ervaring, penetreren zonder orgasme, dus speel, onderzoek, ervaar en kijk hoe het voelt om in een vrouw te zijn zonder klaar te komen, wellicht zelfs zonder opgewonden te zijn, wellicht je erectie te voelen verdwijnen terwijl je in haar bent, en kijk als vrouw hoe het voelt om op die manier een penis in je te hebben. Deze fase biedt een sensationeel spectrum aan mogelijkheden.

De Zevende Sluier – ejaculeren in het vaginakanaal

Bij de zevende sluier is de intimiteit en intensiteit optimaal, de nabijheid is zo groot mogelijk en de laatste sluier die nog tussen jullie in is wordt verwijderd: de man heeft zijn orgasme terwijl hij de vrouw penetreert en ejaculeert in het vaginakanaal. De magie van deze handeling zit hem in het feit dat het zaad uit het lichaam van de man kan versmelten met het eitje in het lichaam van de vrouw. Deze versmelting op fysiek niveau representeert het vermogen om ook op zielsniveau en op geestelijk niveau volledig te versmelten, volledig één te worden.

[1] Uit: ‘De witte tijgerin’, Hsi Lai. 2002. ISBN: 9069635585.

2 thoughts on “Visie op seks compleet

  1. Hey Sanne,

    Prachtig geschreven, mooi compleet. Heb het in 1 ruk ademloos uitgelezen. En ook veel doorgegeven.

    Nu mis ik in dit ‘complete boek’ de volgende hoofdstukken:
    16 – De relatie
    17 – Mono-cultivatie
    18 – Duo-cultivatie

    Kwam ik pas later achter, heb ze los gelezen. Kun je ze toevoegen, kan ik nog meer mensen deze link sturen….

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s