2- Groepsbewustzijn

‘Seks is in een erbarmelijke toestand tegenwoordig. Mannen en vrouwen zijn vergeten hoe de liefde te bedrijven. Dit is de oorzaak van alle ellende in deze wereld.’

 

Barry Long – ‘Making love the divine way’

 

Ik hoorde deze uitspraak toen ik net twintig was. Vanuit de prille ervaring die ik had met seks herkende ik desalniettemin de ononstotelijke waarheid in deze bijzonder onromantische uitspraak van Barry Long, spiritueel leraar en ‘tantric master of the west’. Seks weerspiegelt als niets anders dat wat wat we werkelijk zijn. Maar wat zijn we? Om te begrijpen waarom seks vaak niet langer een vanzelfsprekende bron van genot en inspiratie is maar eerder een bron van frustratie en problemen lijkt het me zinvol te kijken naar op welke manier onze cultuur en huidige manier van leven daar invloed op hebben. We delen allemaal de numbness die voortkomt uit het gebrek aan aanraking in onze babytijd. Maar wat speelt er nog meer? Welke invloed heeft de spanning tussen cultuur en natuur op ons seksleven? Op welke manier beïnvloedt de verregaande onnatuurlijkheid van onze samenleving ons vermogen om op natuurlijke wijze te genieten van lichamelijkheid, intimiteit en seks? Welke symptomen kenmerken ons? Op welke manier kunnen we de werkelijkheid rondom seks zo dicht mogelijk naderen?

Vanaf dat ik in aanraking kwam met Barry Long lieten deze vragen me niet meer los. Of eigenlijk was het nog eerder. Het was vanaf mijn eerste seksuele ervaringen, waarbij ik altijd het gevoel had dat het op de één of andere manier niet was wat het zou moeten of kunnen zijn. Sindsdien heb ik mijn leven gewijd aan het doorgronden van het mysterie. Het volgend hoofdstuk benadert ons aangeboren groepsbewustzijn en het daaruit voortkomende aanpassingsvermogen en gedrag.

Het verhaal doet de ronde dat tijdens de Koude Oorlog Amerika een groot aantal undercover spionnen naar Rusland stuurde om informatie te verzamelen over de vijand. De soldaten waren de beste uit de selectie, met hart en ziel toegewijd aan hun missie en bereid alles te geven voor het vaderland. Conform hun opdracht voegden ze zich helemaal in in de Russische samenleving, waarbij ze ook vaak trouwden en een gezin stichtten. De eerste twintig jaar verliep het project bijzonder slecht. De Amerikaanse spionnen hielden het vrijwel nooit langer dan drie jaar vol. Sommige soldaten braken voortijdig hun missie af en keerden terug naar Amerika, anderen verbraken het contact en verdwenen voor altijd achter het IJzeren Gordijn, en weer anderen bleken na verloop van tijd overgelopen te zijn naar de vijand en te spioneren voor Rusland.

 

Na langdurig onderzoek vonden Amerikaanse psychologen de oorzaak: geen enkel individu heeft de kracht om zijn oude waarden en normen vast te houden wanneer hij langer dan drie jaar onder invloed is van een ander systeem. Met andere woorden: de enorme kracht van de groep werd in dit geval dermate onderschat dat men geloofde dat één enkel individu in staat was om onafhankelijk te blijven van de groep terwijl hij er tegelijkertijd deel van uitmaakte. De onderzoekers vonden hulp bij de ervaringen van Tibetaanse monnikken die ten tijde van de Chinese invasie naar Amerika waren gevlucht. Voor velen van hem bleken de verleidingen van de Amerikaanse samenleving te groot en gaven ze na verloop van tijd toe aan verleidingen waarvan ze in Tibet het bestaan niet eens kenden. 

 

‘Wanneer je een individu verwijdert uit zijn oorspronkelijke sociale omgeving’, kwamen de onderzoekers tot de conclusie, ‘zal deze zich onwillekeurig aanpassen aan de nieuwe sociale omgeving en doorgaans niet in staat zijn zijn oude normen en waarden te handhaven.’ Daarop besloten ze om de spionnen niet langer alleen uit te zenden, maar in groepjes van minimaal vier soldaten die verplicht waren om elkaar minstens één keer per week te ontmoeten. Organisatorisch werd het allemaal veel ingewikkelder, maar in de daaropvolgende jaren nam het aantal soldaten dat faalde in de missie drastisch af en werd deze succesvol afgesloten toen in 1989 de Koude Oorlog voorbij was.

Wij mensen zijn groepsdieren. Het individualisme dat we in onze cultuur uitgeroepen hebben tot een recht en een kunst stelt niets voor. Wanneer we geboren worden verwachten we deel uit te maken van een groep die ons gaat leren hoe de werkelijkheid in elkaar zit, hoe we moeten overleven, hoe we ons horen te gedragen en hoe we ons tot een volwaardig en gelukkig groepslid kunnen ontwikkelen. Onze kindertijd duurt relatief erg lang vergeleken met andere diersoorten. Dit heeft te maken met onze relatief hoge mate van intelligentie. Hoe intelligenter de diersoort, hoe langer de kindertijd duurt en hoe groter de afhankelijkheid van de omgeving voor de ontwikkeling van het individu.

Onze hersenen hebben een enorm potentieel en pas na onze geboorte, met name in de eerste drie jaar, maken deze hun echte groei door en specialiseren ze zich. Uit modern hersenonderzoek blijkt, in tegenstelling tot wat we eerder geloofden, dat onze hersenen eigenlijk nooit uitgegroeid zijn en zich gedurende ons hele leven blijven ontwikkelen, maar de mate van ontwikkeling in de eerste jaren is spectaculair. Onze manier van leren maakt ons in hoge mate ontvankelijk voor de impulsen, signalen, regels en lessen die via de andere groepsleden naar ons toekomen. We hebben een diepgeworteld vertrouwen in de juistheid van wat we leren van onze ouders en andere groepsleden. Dit vertrouwen maakt ons bijzonder sociaal, loyaal en beïnvloedbaar. Met name in het begin van ons leven zijn we volkomen afhankelijk van de groep waartoe we behoren, en het komt niet in ons op te twijfelen aan de juistheid van wat we daar leren.

Deze openheid, dit menselijke, onvoorwaardelijke vertrouwen maakt ons kwetsbaar. In principe hebben we geen aangeboren onderscheidingsvermogen waarmee we zouden kunnen herkennen dat hetgeen onze ouders of andere opvoeders ons aanbieden niet klopt. Het continuüm heeft tot nog toe geen rekening gehouden met die mogelijkheid en weet niet hoe te reageren op signalen die aangeven dat het wellicht niet terecht is om te vertrouwen op hetgeen je ouders en de groep als geheel je aanbieden aan waarden, normen en gedragsregels.

Omdat we voor onze ontwikkeling afhankelijk zijn van de groep hebben we allerlei natuurlijke mechanismes die ervoor zorgen dat we als lid van de groep geaccepteerd zullen worden. Eén van de belangrijkste mechanismes is ons aanpassingsvermogen. Al na een paar maanden beginnen we als baby het proces van aanpassen en imiteren en we voelen ons diep gelukkig wanneer hetgeen we doen erkend en goedgekeurd wordt. Als mamma lacht wanneer we een kirgeluidje maken is dat de stimulans die maakt dat we het weer gaan doen, en weer, vanuit het verlangen naar haar goedkeuring, die ons een diep gevoel van juistheid geeft, van het recht tot bestaan.

Welke groep?

Het groepsbewustzijn dat we tot voor kort kenden in onze samenleving is langzaam maar zeker aan het uitsterven. Eén van de redenen is de industrialisering en verstedelijking in vrijwel alle delen van de wereld. In een tempo dat niet bij te houden is voor het continuüm voltrekken zich enorme veranderingen op het gebied van nieuwe groepsvorming en het uiteenvallen van oude groepen. Desalniettemin maken we nog steeds deel uit van verschilende groepen – die oerbehoefte is nog even levend in ons als toen we nog als primaten in de bomen leefden. Ons gezin, onze familie, onze grootouders, onze ooms en tantes, onze neven en nichten zijn een belangrijke groep waarvan we deel uitmaken. Daarnaast zijn er andere groepen: de vriendenkring, de collega’s, de medestudenten, het koor, de yogaschool, de voetbalclub, de kerk, de moskee of de coffeeshop. De passie waarmee pubers zich identificeren met de groep waartoe ze behoren komt voort uit deze diepgewortelde behoefte ‘to belong’.

Het gezin is tegenwoordig vaak de belangrijkste groep, zeker omdat we ons tegenwoordig als gezin steeds meer isoleren, maar is gezien vanuit continuüm-principes te klein. Kinderen krijgen binnen het gezin meestal te weinig input om zich adequaat te ontwikkelen en de thuisblijvende ouder maakt te weinig mee, wat ten koste gaat van haar of zijn welbevinden en ontwikkeling. Het geïsoleerde gezin is geen natuurlijke maar een economische uitvinding. Vanuit economisch oogpunt is het heel voordelig om mensen te isoleren in eenheden van ongeveer vier personen. Dat betekent dat al die eenheden een huishouden moeten financieren, iets wat veel meer geld oplevert dan wanneer mensen in groepen van pakweg twintig tot veertig mensen zouden samenleven, iets wat je bij apen nog steeds ziet en wat veel beter past bij onze natuurlijke behoeftes.

De vervreemding van het omringd zijn door mensen die je niet kent – op straat, in de flat, in de winkel, op je werk – is de andere kant van de medaille. Ouders brengen uit noodzaak hun kinderen steeds vroeger naar de créche. De afwisseling die dat het kind biedt is zeer welkom voor de hyperontvankelijke hersenen van het kind, maar de anonimiteit van de groepsleidsters en de andere kinderen, die in moderne crèches vaak voortdurend wisselen, zijn voor het kind bijzonder bedreigend. Een kind benadert ieder persoon in haar kleine wereldje vanuit de veronderstelling dat deze tot haar groep behoort en schenkt daarom iedereen haar onvoorwaardelijke vertrouwen en openheid. Het is een vrij bizarre ontwikkeling dat veel ouders hun kinderen uitbesteden aan mensen die ze zelf nauwelijks kennen, en daarmee een belangrijk deel van de opvoeding uit handen geven aan vreemden. Zelfs een aap zou dat niet in haar hoofd halen. Ook het hartverscheurende verdriet van een kind dat voortdurend afscheid moet nemen van tijdelijk ingehuurde verzorgers, de oppas, de crècheleidsters, juffie en meester, wordt vaak niet begrepen. Voor een kind betekent dat dat de groep waar ze deel van uitmaakt uit elkaar valt, en vanuit het continuüm gezien is dat vreselijk. De hechtingsstoornissen die daaruit voortkomen worden zelfs in de moderne psychologie over het hoofd gezien.

Een natuurlijke groep bestaat uit maximaal 80 personen. Het is een groep waarbij iedereen elkaar kent en waar iedereen zijn plek weet, waar wederzijds vertrouwen mogelijk is en waar voldoende impulsen en afwisseling mogelijk zijn om alle groepsleden te geven wat ze nodig hebben. Het is een groep waarbij de taken eerlijk verdeeld zijn op grond van ieders talenten, waar samen voor voedsel, onderdak en de kinderen gezorgd wordt. Een dergelijke groep biedt de optimale combinatie van veiligheid en avontuur, geborgenheid en afwisseling, voorspelbaarheid en uitdaging, rust en risico.

Door de media kan ieder individu tegenwoordig informatie en nieuws verzamelen van over de hele wereld. We weten hoe het eraan toe gaat in De Derde Wereld, we weten van de vrouwenbesnijdenis in Afrika, de kinderprostitutie in Thailand, de kindhuwelijken in India, de Taliban in Iran, en ga zo maar door. Daarnaast kunnen we vrijwel overal naartoe als we dat zouden willen. Bestel een ticket op internet, betaal met je creditcard en binnen 24 uur ben je aan de andere kant van de wereld. In zekere zin zijn we één grote familie geworden, met meer dan zes miljard familieleden. Deze nieuwe, magegrote clan is volkomen nieuw in de geschiedenis van de mensheid. Zoiets heeft nog nooit eerder plaatsgevonden. Echter: de werkelijkheid van een familie die bestaat uit zeven miljard neven en nichten waar de ene helft honger lijdt en de andere helft lijdt aan obesitas is ondraaglijk. Vandaar dat we ons afsluiten voor de informatie die via internet en TV op ons afkomt. Het is te overweldigend.

Kortom: het gezin is te klein en de wereld is te groot. Wat doet dit met onze kwetsbaarheid en natuurlijke openheid ten aanzien van onze clan, de groep waartoe we behoren?

Wij zijn vanuit bioloigisch oogpunt zoogdieren die in groepen leven. We komen hulpeloos ter wereld en zijn afhankelijk van de zorg en liefde van andere mensen om te overleven. Wij zijn intelligente, complexe, hypergevoelige wezens. Van nature voelen we ons niet gelukkig voelen als we alleen zijn of als we anders zijn dan de rest. Iedereen kent de onzekerheid van het uit de toon vallen wanneer we niet de juiste kleding dragen, de verkeerde opmerking maken, niet weten wat er van ons verwacht wordt op een feestje of een vergadering of wanneer we in een ander land zijn en onze gebruikelijke gewoontes hilariteit danwel een diepe afkeuring oproepen. Deze onzekerheid is de resonans van het continuüm in ons.

Natuurlijke selectie

Er is een zeker kader waarbinnen een dier of mens zich kan gedragen zonder het risico te lopen niet geaccepteerd te worden door de groep. Zolang de voorwaarden om geaccepteerd te worden overeenkomen met het continuumprincipe, dat wil zeggen: zolang de voorwaarden gericht zijn op harmonie binnen de groep en een goed functioneren van de groep binnen de omgeving waarin het verkeert, werkt dit buitengewoon goed.

Bij de meeste zoogdieren zie je dat wanneer een lid van de groep zich vreemd of niet overeenkomstig de regels gedraagt, deze verstoten of vermoord wordt. Een moeder bijt haar jong dood als deze zich niet volgens haar continuum-verwachtingen gedraagt, bijvoorbeeld wanneer één van de jongen niet beweegt, niet goed ruikt of niet het juiste geluid maakt. Een dier dat voor zijn beurt eet of toenaderingen doet tot paren wordt hardhandig terechtgewezen. Deze onverbiddellijkheid lijkt wellicht wreed, maar is een natuurlijk iets. Het waarborgt het voortbestaan van de soort en het vormt de kern van ons gedrag.

Een probleem ontstaat wanneer we op een zeker moment ervaren dat de verwachtingen van buitenaf, waaraan we instinctief tegemoet proberen te komen, niet langer overeenkomen met onze aangeboren, evolutionair bepaalde verwachtingen. Onze natuurlijke instincten functioneren alleen binnen een zeker kader – wanneer dit kader overschreden wordt ontstaat er kortsluiting en weten we niet meer wat we moeten doen. Zo kan het zijn dat er van je verwacht wordt dat je de hele dag stil zit, terwijl je lichaam gemaakt is om te bewegen. Zo kan het zijn dat er van je verwacht wordt dat je aardig doet of leiding aanvaardt van mensen van wie je weet dat ze niet te vertrouwen zijn of incompetent zijn, omdat je dat aan hun gedragingen en gezichtsuitdrukking kunt zien. Zo kan het zijn dat er van je verwacht wordt dat je iets eet waarvan je lichaam zegt dat het niet goed voor je is, en dat je straf krijgt wanneer je dat weigert. Zo kan het zijn dat je urenlang alleen gelaten wordt terwijl je niet begrijpt waarom, of dat je dag in dag uit bij vreemden wordt gebracht die onverschillig tegen je doen zonder dat je begrijpt waarom. Zo kan het zijn dat je tot kindsoldaat wordt opgeleid of door je vader wordt misbruikt, dat je op je zesde zes uur lang voor de TV zit of als je drie weken oud bent al door je overwerkte ouders naar de crèche wordt gebracht.

Deze situatie leidt uiteindelijk tot een vervreemding van zowel de groep als van onszelf. We begrijpen niet langer wat er van ons verwacht wordt, we voelen ons diep ongelukkig, en om in deze toestand te overleven blokkeren we steeds meer het contact met de werkelijkheid, omdat ze te pijnlijk en bedreigend is om mee om te gaan. Ieder van ons leeft in een staat van permanente verwarring, angst en vervreemding, vanuit het simpele feit dat onze samenleving niet langer gebaseerd is op menselijke waarden.

In onze moderne samenleving komt de neiging ons aan te passen aan de groep onherroepelijk in botsing met onze andere instincten. Omdat onze moderne samenleving op zoveel fronten is afgeweken van wat natuurlijk is kun je niet langer vertrouwen op de juistheid van wat je leert. Je wilt het graag geloven, omdat dat je natuurlijke neiging is, maar je onderliggend continuüm herkent het niet en protesteert.  Wanneer je in een groep verkeert waar van je verwacht wordt dat je je tegennatuurlijk gedraagt moet je als het ware kiezen tussen twee kwaden: wanneer je weigert wordt je gestraft, verstoten of vermoord, maar wanneer je het aanvaardt moet je in gevecht met je eigen natuurlijkheid, wat uiteindelijk ook je dood veroorzaakt. De spanning die hieruit voortkomt is ondraaglijk en levert diepe gevoelens van verwarring en frustratie op – iets wat in onze moderne samenleving heel normaal is, maar wat tegelijkertijd op grote schaal wordt ontkend en onderdrukt.

Een compromis die de meeste mensen aangaan is om zich enerzijds aan te passen aan de groep, maar af en toe een poging te wagen zich natuurlijk te gedragen, in de hoop dat dat niet bestraft zal worden. Een ander compromis is dat de gedragsregels van de groep weliswaar in het openbaar nageleefd worden, maar de natuurlijke verlangens in het verborgene worden bevredigd. Zo gaven vrijwel alle Europese landen zich over aan de nazi’s, maar waren er veel mensen die in het geheim trouw bleven aan hun menselijke waardes, bij het verzet gingen of onderdak gaven aan Joden. Zo zijn heel veel mensen braaf getrouwd, maar gaan ze in het verborgene vreemd.

Nog een manier om de druk van een onnatuurlijke samenleving te verlichten is om het verzet op symbolische wijze te uiten door middel van kunst, literatuur of film. Zolang de symboliek tegen de werkelijkheid aanschuurt, maar haar niet direct in het licht brengt, is het aanvaardbaar. Zo kon Charlie Chaplin aan het begin van de Tweede Wereldoorlog een film maken die zowel Hitler als het nazisme belachelijk maakte en in wezen een openlijke aanklacht was tegen het huidige regime, zonder zichzelf daardoor in gevaar te brengen.[1]

Een andere aanpassing die wij als mensen beschikbaar hebben in een wereld waar natuurlijkheid zelf bestraft wordt is dat we onze werkelijke gevoelens blokkeren om mee te kunnen doen met de groep. Dit draagt bij aan de eerder genoemde ‘numbness’: de chronische gevoelloosheid die we ontwikkelen om onszelf te beschermen tegen de pijn van een ondraaglijke, onbegrijpelijke werkelijkheid.

We kennen allemaal de innerlijke spagaat van enerzijds het verlangen naar deel uitmaken van de groep en anderzijds het verlangen onszelf te mogen zijn. Dit verklaart deels waarom zoveel mensen tegenwoordig hun groep (familie, religie, partij) verlaten, op zoek naar een andere groep waar ze zich wel thuisvoelen. Dit is evolutionair gezien een volkomen nieuw fenomeen. Het illustreert dat de mens de intelligentie bezit om eeuwenoude gedragspatronen te veranderen als het écht noodzakelijk is. Momenteel zitten we in een enorme omwenteling wat betreft het menselijk gedrag. Overal vallen groepen uiteen en vormen nieuwe groepen zich in reactie op de onwaarachtigheid die de huidige samenleving kenmerkt.

Vanuit het verzet tegen de onaanvaardbare eisen van een onnatuurlijke groep kunnen nieuwe groepen ontstaan die geënt zijn op het gedeelde verlangen de bestaande groep te vernietigen. Dit is een natuurlijke reactie op een onnatuurlijke situatie en verklaart waarom zoveel jongeren zich zogenaamd asociaal gedragen. In mijn optiek is het verzet van de jonge leden binnen een groep een illustratie van de incompetentie van de leiders van deze groep, en niet andersom. Eén van de redenen dat jongeren zo hartstochtelijk een bepaalde groep omhelzen en bereid zijn voor hun kameraden te vechten en te sterven is omdat ze het contact met hun oorspronkelijke familie lang geleden verloren zijn. De agressie waarmee ze zich identificeren met de groep is verbonden met de diepe pijn van afgescheidenheid die ze voelen.

De relatie

Kortom: Ons natuurlijke aanpassingsvermogen is bijzonder creatief in het vinden van oplossingen en overlevingsstrategiën om in deze beschaving te overleven en een zeker niveau van welbevinden te ontwikkelen. Een nog niet eerder genoemde strategie is dat we onze behoefte aan veiligheid, intimiteit en ergens toe behoren volledig op onze relatie projecteren. Dit maakt onze partner onze enige groepsgenoot. Het is de enige met wie we zo intiem zijn dat we hem durven aanraken, knuffelen, omhelzen en vasthouden, het is de enige met wie we slapen en het is de enige die we echt vertrouwen. Deze exclusiviteit van de relatie vormt een groot probleem. Het feit dat we voor onze meest basale behoeftes: die van aanraking, huidcontact, intimiteit, vertrouwen, gezelligheid, uitwisseling, inspiratie, uitdaging, afwisseling en variatie, aangewezen zijn op één persoon, legt namelijk een veel te zware druk op de relatie.

Tot voor kort was iedere man-vrouw relatie ingebed in een netwerk van andere relaties. Het was niet zo dat we onze seksuele relatie als minder uniek beschouwden, maar we onderkenden onze menselijke sociale behoeftes om met meer mensen een verbinding te hebben. In ons dagelijks leven werden we omringd door andere volwassenen, mannen en vrouwen, kinderen, ouderen, die we in meer of mindere mate kenden, en met wie we onze werkzaamheden en bezigheden deelden. De rijkdom en variatie aan indrukken deed onze intelligentie eer aan, ze bevredigde onze behoefte aan ontwikkeling en variatie en maakte dat we onszelf op allerlei manieren konden bezighouden, ontwikkelen, nuttig maken en vermaken. Toen echter het Aquarium-tijdperk: de grote vervreemding begon, tijdens de verstedelijking van de samenleving, werd ook onze angst groter om met vreemden een band aan te gaan. Waarop moesten we onze keus baseren?

De verbetenheid en het totale gebrek aan onderscheidingsvermogen van waaruit we  ons vaak vastklampen aan die ene persoon die ons gelukkig moet maken heeft niet zozeer te maken met liefde als wel met bovenstaande versmalling van ons dagelijks leven. Wanneer we nog steeds in groepen zouden leven die qua grootte en natuurlijkheid bij ons zouden passen zou dit hele probleem niet bestaan.


[1] ‘The Great Dictator’ van Charlie Chaplin, 1940

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s