16 – De relatie

OomsHet risico dat ontstaat wanneer je criteria gaat hanteren voor het kiezen van een seksuele partner is dat je je niet langer laat leiden door de vanzelfsprekendheid en natuurlijkheid van het continuüm in je, maar door mentale concepten. Het lijstje in je hoofd van waar je partner aan moet voldoen is een behoefte van je afgescheiden geest, die allang geen vertrouwen meer heeft in het leven zelf en deze probeert te controleren met de uiterst beperkte wijsheid van het intellect.

Toch is het wel degelijk zinvol enig onderscheidingsvermogen te ontwikkelen ten aanzien van je bewuste en onbewuste selectie van de man of vrouw met wie je een relatie begint. Samenleven met iemand die niet bij je past kan je leven grondig verzieken, iets waar bijna iedereen wel over kan meepraten. En ookal is het de afgelopen tientallen jaren acceptabel geworden om te scheiden, om meerdere relaties te hebben en om seks te hebben zonder dat dat relationele consequenties heeft, het blijft pijnlijk om een relatie te verbreken, hoe kort deze ook was.

Op grond van de drie-eenheid lichaam, ziel en geest kun je min of meer in kaart brengen waar we naar zoeken en wat we nodig hebben.

Het lichaam – veiligheid en welbevinden

Het lichaam als instrument van het continuüm is heel duidelijk: het zoekt in principe naar iemand met wie hij of zij zich kan voortplanten. Dit diepe voortplantingsinstinct zorgt voor duidelijke reacties op fysieke signalen zoals geur, uiterlijk, gezondheid en manier van bewegen, spreken en kijken. Ook als de bewuste wens tot voortplanten niet aanwezig is, is dit mechanisme actief. In onze samenleving is de lichamelijke dimensie van seks enorm uitvergroot, waardoor de obsessie voor borsten, billen, dikke lippen en zaadvragende ogen soms groteske vormen aanneemt en in zekere zin de intelligentie van het continuüm teniet doet. Wat hiermee samenhangt is het gebrek aan lichaamsbewustzijn dat in onze samenleving steeds normaler wordt.

In principe zijn we heel goed in staat om een partner te selecteren die op fysiek niveau bij ons past. Wanneer we in de buurt komen van zo iemand worden we er als vanzelf toe aangetrokken. Onze nieuwsgierigheid wordt gewekt en zonder enige moeite, zonder dat we erover hoeven na te denken, begint het flirten, het spel van verkennen, versieren, genieten en onderzoeken of de persoon tot wie we ons aangetrokken voelen al dan niet beschikbaar is. Dit natuurlijke proces is uitermate subtiel en selecteert met een nauwkeurigheid, intelligentie en intuïtie die ons intellect ver overschrijdt.

Wanneer we echter geen of weinig contact hebben met ons lichaam nemen we haar subtiele signalen niet waar. We voelen onze natuurlijke reactie op mensen niet en vullen de leegte op met concepten: het verzonnen lijstje van waar onze partner aan moet voldoen, wat in tegenstelling tot onze natuurlijke selectie geen enkele garantie biedt voor het vinden van een partner die bij je past.

Een ander gevolg van de numbness van het lichaam is dat we steeds heftiger signalen zoeken. We creëeren deze signalen zelfs zelf. Plastische chirurgie komt voort uit ons diepe verlangen de natuurlijke sensitiviteit van het lichaam te vergroten en te genieten van elkaar. Door universele kenmerken van vruchtbaarheid, gezondheid en beschikbaarheid uit te vergroten: grote borsten, stevige billen en heupen, rode lippen, glanzende ogen, creëeren we de mogelijkheid om ondanks de verregaande numbness toch nog iets te voelen. Ook gebruiken we kleding, parfum en make up om de seksuele signalen die we niet langer waarnemen te versterken, en gebruiken we drugs om onze perceptie zodanig te beïnvloeden dat we iedereen als seksueel aantrekkelijk ervaren, omdat het natuurlijke selectiemechanisme onder invloed van bepaalde drugs niet of vertekenend werkt.

Zo kunnen we tegen onze instincten in toch seks hebben onder invloed van cosmetica, alcohol, coke en allerhande verdovende danwel stimulerende middelen. Onze samenleving is een karikatuur van deze natuurlijke signalen die door hun verregaande versimpeling en uitvergroting onpersoonlijk en nietszeggend zijn geworden.

Gelukkig groeit de laatste jaren globaal het besef dat het niet gaat om het uitvergroten en tegelijkertijd onderdrukken van de seksuele signalen, maar om het tot leven wekken van het sluimerend lichaamsbewustzijn.

Wanneer je een partner hebt die op fysiek niveau bij je past voel je je onwillekeurig tot hem of haar aangetrokken. Hij ruikt lekker, je vindt het lekker om hem aan te raken, je geniet ervan om naar hem te kijken en zijn stem te horen. Je voelt je veilig bij hem.. je zintuigen zeggen ‘ja’ tegen deze persoon. Je lichaam reageert met gevoelens van vrolijkheid, opwinding, warmte en behaaglijkheid. Je bent graag bij hem, hangt tegen hem aan op de bank, kruipt tegen hem aan als je slaapt en voelt je trots als je met hem over straat loopt. Je geniet ervan als hij je aanraakt en reageert doorgaans met gewilligheid en bereidheid als hij met je naar bed wilt.

Deze seksuele aantrekkingskracht kan zo sterk zijn dat hij dwars door al je vooroordelen en conventies heengaat. Ze houdt geen rekening met de regels die je jezelf oplegt of die je familie, godsdienst of de samenleving je oplegt. Fysieke, seksuele aantrekkingskracht is een oerkracht die veel ouder is dan welke samenlevingsvorm of religie dan ook. Kenmerk van deze fysieke dimensie van relaties is dat er in principe geen twijfel is: je vindt iemand aantrekkelijk of niet. Het continuüm en daarmee ons instinct is bijzonder uitgesproken en zwart-wit in haar voor- en afkeuren.

Het is ‘ja’ of ‘nee’. Dat maakt deze dimensie uiterst betrouwbaar en solide. Wanneer je lichaamsbewustzijn zodanig ontwikkeld is dat je haar signalen kunt waarnemen zul je op grond van je ‘gut-feeling’, op grond van of je in je lichaam een gevoel van welbehagen of afkeer ervaart, een goede partner kunnen kiezen.

De ziel – liefde en pijn

Op zielsniveau zoeken we niet alleen naar iemand die fysiek goed bij ons past, maar willen we een verbinding die dieper gaat, persoonlijker is en van meer betekenis is dan dat. Op zielsniveau zoeken we naar een ‘soulmate’, iemand bij wie we het gevoel hebben dat hij of zij ziet wie we werkelijk zijn en met wie we onze dromen en idealen kunnen delen.

Wanneer iemand ons op zielsniveau raakt is dat een ingrijpende ervaring. Het is een verbinding die onze diepste gevoelens en verlangens oproept. Wanneer iemand op zielsniveau bij ons past betekent dat dat hij of zij ons inspireert, zelfvertrouwen geeft en helpt om onszelf te verwerkelijken in het leven. André Hazes zong het al: ‘Zij gelooft in mij.’ Wanneer een zielsverwant in je gelooft geeft dat een kracht en moed die met niets te vergelijken is.

De oorspronkelijke kwaliteit van de ziel is liefde. De liefde tussen man en vrouw spreekt van alles het meest tot onze verbeelding, het is het meest bezongen en gelouwerde onderwerp in de geschiedenis van de mensheid, door alle eeuwen heen en in alle culturen. Liefde gaat over vertrouwen, vriendschap, loyaliteit, overgave, verbinding, intimiteit, intensiteit, hartstocht, passie, verlangen en pijn. ‘Liefde brengt alles omhoog wat er niet aan gelijk is’, zei Leonard Orr. Ons diepste verlangen is om terug te keren naar onze natuurlijke staat, naar de verbondenheid die we hadden met het continuüm, met onze natuurlijkheid, met de vanzelfsprekende kloppendheid, intensiteit en levensvreugde die het continuüm ons biedt en die we nog steeds als ons geboorterecht ervaren. De pijn van onze afgescheidenheid dragen we altijd met ons mee, alsmede het diepe verlangen ooit weer samen te smelten, één te worden met dat waarvan we op diep niveau weten dat het onze oorspronkelijke staat is.

Wanneer we iemand ontmoeten die ons op zielsniveau raakt kan ons dat voor korte of langere tijd de ervaring van verbondenheid geven waar we ons hele leven al naar zoeken. De liefdesrelatie wordt dan een icoon voor of weerspiegeling van onze verbinding met het continuüm, en daarmee met onszelf. Daarmee krijgt de liefdesrelatie een mystieke, haast heilige dimensie en zijn we bereid te sterven voor degene van wie we houden.

Tegelijkertijd roept zo’n relatie ook de pijn op van alles wat we tot dan toe ontbeerd hebben. Een zielsverbinding heeft de kracht om diep verborgen pijn, woede en verdriet naar de oppervlakte te brengen, pijn die er misschien al vele jaren zit. Binnen een relatie waar een echte zielsverbinding aanwezig is is er de ruimte en de bereidheid om dit proces aan te gaan. Er is tolerantie, acceptatie, geduld en flexibiliteit. Vaak wordt dit proces niet herkend en wordt de pijn die omhoog komt geprojecteerd op de partner. Het intense gevecht dat je soms ziet tussen twee mensen en die voor buitenstaanders onbegrijpelijk is is hier een uiting van. Door met elkaar te vechten werken ze hun verleden uit. Zinvol, maar erg pijnlijk.

Voor de partnerkeuze op zielsniveau is er maar één criterium: Liefde. Osho zei: ‘Wanneer je weet waarom je van iemand houdt is het geen echte liefde.’ Barry Long zei: ‘Natuurlijk hou je van hem, maar hou je genoeg van hem?’ Met ‘genoeg’ bedoelde hij: genoeg om in staat te zijn de pijn van de relatie aan te gaan en te dragen, zonder weg te lopen als het te heet onder je voeten wordt of je partner niet blijkt te voldoen aan het lijstje in je hoofd. ‘Maar hoe weet ik of genoeg van hem houd?’, werd hem vaak gevraagd. Zijn radicale antwoord was: ‘Ben je bereid voor hem te sterven?’

Twijfel is een onvermijdelijk gegeven bij een zielsverbinding. Twijfel ontstaat wanneer je de verkeerde partner hebt gekozen, maar ook als je de juiste partner hebt gekozen. In zekere zin zou je kunnen zeggen dat een verkeerde partner op zielsniveau niet bestaat. Barry Long zei: ‘De Ware is degene met wie je op dit moment bent.’ Hiermee verwees hij naar de mogelijkheid om je op zielsniveau onvoorwaardelijk te verbinden met alles. Los van de haalbaarheid hiervan confronteerde hij zijn toehoorders ook met de vraag: ‘Waarom ben je met iemand als hij of zij voor jou niet De Ware is? Waarom ga je voor minder? Waar wacht je nog op?’ Vaak weet je niet of je genoeg van iemand houdt. Het intense gevoel van liefde verdwijnt na verloop van tijd of komt en gaat, dus daar kun je niet echt op vertrouwen.

De afwezigheid van pijn is echter ook geen goede raadgever. De afwezigheid van pijn kan betekenen dat noch jij noch je partner enige pijn uit het verleden met je meedraagt en de liefde tussen jullie dus louter meer liefde oproept. Meestal is dat een utopische misvatting die voortkomt uit ontkenning, en is de ware betekenis van de afwezigheid van pijn dat er geen echte zielsverbinding is tussen jullie. Zonder zielsverbinding is er geen affectie en geen agitatie. De relatie is dan op zijn best seksueel bevredigend of veilig in de zin dat de relatie zo oppervlakkig is dat jullie geen van beiden enig risico lopen om geraakt te worden door de ander, maar van liefde, zingeving of ontwikkeling is in dat geval geen sprake.

De keerzijde hiervan is de verslaving aan pijn. Wanneer je als kind ervaren hebt dat je ouders niet van elkaar hielden en elkaar pijn deden heb je dat opgeslagen als normaal gegeven. Wanneer je ouders in hun verbinding met jou niet in staat waren om je de veiligheid, liefde en ondersteuning te geven die je nodig had heb je dat opgeslagen als patroon en zul je geneigd zijn dit te herhalen. Sinds in de zeventiger jaren de psychotherapie populair werd en je gratis naar de psycholoog kon is dit gegeven eigenlijk voor iedereen bekend geworden. Deze patronen worden geactiveerd wanneer je in relatie bent met iemand en kunnen je diep ongelukkig maken. Wanneer je vanuit deze patronen een partner kiest zul je bijvoorbeeld een partner kiezen die je altijd subtiel bekritiseerd en vernedert, net zoals je vader vroeger bij je moeder deed. Of je kiest een partner die nooit echt beschikbaar is, of op wie je nooit echt kunt vertrouwen, net zoals je ouders vroeger met je omgingen. De pijn die dat oproept is bekend en geeft daarom een gevoel van veiligheid. Vaak verwarren we liefde met de herhaling van het gedrag dat we gewend zijn als kind, ongeacht wat dat gedrag is. Dit soort relaties kenmerken zich door het onophoudelijke drama dat erin plaatsvindt. Beide partners lijken niet genoeg te krijgen van het onophoudelijke drama, de beschuldigingen, de verwijten en het lijden dat ze elkaar en zichzelf aandoen. Wanneer je vraagt: ‘Maar waarom ga je dan niet weg?’, kijken ze je verbaasd aan. ‘Maar ik hou van hem’, is dan vaak het antwoord. Houden van wordt dan verward met het in stand houden van oude pijn door haar steeds te vernieuwen.

Een goede relatie is een relatie waar dit soort patronen niet de basis van de relatie vormen, maar waar ze wanneer ze opkomen omhuld kunnen worden door de liefde van de partners. Het blootgeven van dit soort patronen onthult onze diepste angsten en pijn en maakt ons bijzonder kwetsbaar. Wanneer er niet voldoende liefde is binnen een relatie ontbreekt de bedding om een dergelijke kwetsbaarheid te dragen. Integendeel, soms zie je dat de onvermijdelijke openheid en kwetsbaarheid die bij intieme relaties ontstaat tegen de ander wordt gebruikt. Dit zijn relaties waar de pijn niet de louterende kracht heeft die ze binnen een liefdevolle en volwassen relatie heeft, maar waar de pijn een destructieve kracht is die de verslaving aan pijn van beide partners voedt en versterkt.

Wanneer je een proces van zelfontwikkeling aangaat en inzicht in je patronen ontwikkelt, kan het zijn dat je gaat zien dat je relatie inderdaad gebaseerd is op patronen of de verslaving aan pijn, vernedering en zelfdestructie. Hoe pijnlijk een dergelijk inzicht ook is, ze vraagt wel om actie. Soms is het mogelijk om samen met je partner de problemen aan te pakken en je relatie te veranderen. Wat daarvoor nodig is is de bereidheid van jou en je partner, maar ook de aanwezigheid van genoeg liefde. Hoe pijnlijk ook, het is mogelijk dat je in de loop van je ontwikkeling moet erkennen dat er niet genoeg liefde is binnen je relatie en die er ook nooit geweest is. Wanneer je op grond van destructieve patronen je partner hebt uitgekozen heb je dit meestal gedaan omdat er juist geen liefde was. Als dit de basis van je relatie vormt is er meestal maar één oplossing: vertrekken. Het is beter de pijn van het vertrekken uit een destructieve relatie te ervaren dan te blijven volharden in een relatie met een partner die je op zielsniveau niet raakt of je op zielsniveau kapot maakt. Als je patronen veranderen, verander ook jij.

Het vermogen om je te hechten aan iemand, rekening te houden met deze persoon en bereid te zijn jezelf niet langer op de eerste plaats te zetten kenmerkt een ziel die alle fases van volwassenheid heeft meegemaakt en afgerond. Veel mensen zijn op zielsniveau nog steeds in de kinderlijke fase van hunkering en afhankelijkheid. Dat levert een narcisme en zelfgeabsorbeerdheid op die binnen een volwassen relatie moeilijk te hanteren is. Deze patronen zie je terug in relaties waar de partners zich onvolwassen of onmogelijk gedragen. De onderliggende boodschap is eigenlijk: jij moet onvoorwaardelijk van mij houden. Het gemis van de onvoorwaardelijke liefde van de ouders manifesteert zich vaak op deze manier en is een bron van verwarring en drama in de relatie.

Onvoorwaardelijke liefde wil zeggen: een liefde die niets terugvraagt. Wanneer dit de liefde tussen twee mensen betreft vind je dit alleen bij de ouder voor het kind en bij de guru voor zijn leerling. Het streven naar onvoorwaardelijke liefde in welke andere relatie dan ook is verspilde moeite en vrijwel altijd gebaseerd op verwarring ten aanzien van de functie en rol van de partner en de persoon in kwestie zelf. Deze verwarring vindt zijn oorsprong in het geleden leed uit onze kindertijd. Als baby en peuter verwachten we de onvoorwaardelijke liefde van onze ouders. We zijn er afhankelijk van, het waarborgt onze overleving, we hebben het tijdens miljoenen generaties van onze ouders ontvangen zonder dat deze erbij stilstonden, en daarom vinden we dat we er recht op hebben. De schok die het uitblijven van onvoorwaardelijke liefde van de ouders teweegbrengt, blijft de rest van ons leven bij ons. Iets in ons blijft voor altijd verlangen naar het alsnog vervullen van die diepgewortelde wens. Inplaats van het op te geven gaat het verlangen als het ware ondergronds en wacht op een gelegenheid om zich te laten gelden. Die gelegenheid komt meestal wanneer we een intieme relatie aangaan. De fysieke intimiteit die we ervaren met onze partner: de aanrakingen, de knuffels, het samen slapen, de omhelzingen, het huidcontact, maakt dat het diepe verlangen naar de onvoorwaardelijke liefde van onze ouders weer ontwaakt. Zonder dat we het bewust zijn projecteren we vervolgens dit verlangen op onze partner en raken we er steeds meer van overtuigd dat we recht hebben op zijn of haar onvoorwaardelijke aandacht, liefde, verzorging, vergeving en geduld.

Deze fase treedt meestal op wanneer de eerste fase van verliefdheid voorbij is. Het is de tijd waarin je vriendin het ineens niet meer nodig vindt zich leuk te kleden wanneer jullie bij elkaar zijn. Als ze uitgaat met vrienden maakt ze zich mooi, maar als ze met jou is trekt ze een pyama aan. Het is de tijd dat je vriend winden gaat laten in bed en niet langer de moeite neemt op je te wachten met eten maar met zijn bord voor de TV zit als jij thuiskomt. Het is de tijd dat je vriendin steeds vaker last krijgt van haar menstruatie, steeds vaker geen zin heeft om te vrijen en steeds meer terrein wint op het gebied van praten over jullie relatie, waarbij haar ontevredenheid en de gecompliceerde oorzaken daarvan verplichte onderwerpen zijn waar je op de één of andere manier geen ‘nee’ tegen mag zeggen. Ze verliest zich meer en meer in haar emoties, waarvoor ze jou verantwoordelijk acht en die ze ongegeneerd op je uitleeft. Het is de tijd dat je vriend zich steeds lomper gaat gedragen, steeds minder aandacht voor je heeft en het steeds vanzelfsprekender gaat vinden dat jij zijn vieze sokken in de wasmand gooit inplaats van dat hij het zelf doet. Hij trekt zich steeds meer terug en neemt het je vervolgens kwalijk dat je niet uit jezelf naar hem toekomt en het gezellig maakt voor hem. Het is de tijd dat iedere poging om met je partner te praten over dingen die je vervelend vindt leiden tot een tirade van zelfverdediging, omdraaingen en herhalingen die eigenlijk op één ding neerkomen: ‘Ik doe niets verkeerd. Het ligt aan jou.’ Beide partners kunnen het gevoel hebben dat de ander er op uit is om te provoceren en de ander het leven zuur te maken. Dit is inderdaad het geval, maar heeft een andere reden dan de meest voor de hand liggende. Dit gedrag is geen bewuste keuze van je partner, maar is een poging de ontbeerde onvoorwaardelijke liefde van de ouders alsnog te krijgen. ‘Hou je nog steeds van me als ik niet leuk, lief en aantrekkelijk ben? Hou je nog steeds van me als ik stink, boos doe en me onmogelijk gedraag? Hou je nog steeds van me als ik alleen maar neem en niets geef?’

Het antwoord is een luid en duidelijk ‘nee’, maar omdat we allemaal beschadigd zijn in onze kindertijd zijn we verrassend manipuleerbaar wanneer iemand op dit niveau een beroep op ons doet. In verwarring krijgen we oprecht medelijden met dit verwaarloosde kind en zijn we bereid, haast ondanks onszelf, om tegemoet te komen aan deze onvolwassen, onrealistische eis. Deels komt dit voort uit ons eigen verlangen naar onvoorwaardelijke liefde: wanneer we het geven vergroten we de kans om het te krijgen, zo redeneren we. In dat geval ontstaat een relatie waarin of beide partners zich onmogelijk gedragen en elkaar haten omdat de beloning uitblijft, of er ontstaat een relatie waarin de partners elkaar afwisselen in de kind- en ouderrol en op die manier een fragiele balans in stand proberen te houden. De derde optie is de relatie waarin de één kind is en de ander ouder en beide partners daar een zekere bevrediging in vinden.

Los van hoe onnatuurlijk en onbevredigend een dergelijke man-vrouw relatie is, het grootste nadeel is wel dat het seksueel niet werkt. In principe is een kind niet seksueel actief en heeft een ouder geen seks met zijn kind. Wanneer ouder-kind patronen actief worden in een relatie ontstaat er haast automatisch een seksloze status quo. Dit is een belangrijke reden voor het uitdoven van de seksuele aantrekking na een bepaalde tijd. Niets is zo weinig sexy als het idee seks te hebben met je moeder, je vader, je zoon of je dochter. Wanneer je als vrouw toegeeft aan het onbewuste verlangen van je man om door jou bemoederd te worden castreer je hem daarmee. Het tegenstrijdige verlangen van het kind in hem en de man in hem maakt dat hij je vanuit zijn kinderlijke behoeftes adoreert, maar vanuit zijn mannelijke behoeftes een afkeer van je krijgt. Hij wil geen ‘motherfucker’ zijn en zal daarom geen zin hebben om met je te vrijen – als zij al zin heeft! Meestal heeft ze dat niet – vrouwen voelen zich niet aangetrokken tot een man die zich afhankelijk opstelt en zich gedraagt als een kind. Wanneer je als man toegeeft aan de nukken van je vrouw en je vaderlijk, beschermend en geduldig opstelt neem je de vaderrol op je, en daarmee blokkeer je jullie seksleven. Je bent of iemands vader of iemands man, maar je kunt niet beide rollen op je nemen. Tot je verbazing zul je merken dat je je niet langer aangetrokken voelt tot je vrouw of dat je je schuldig voelt als je dat wel doet. Het is ook mogelijk dat je vrouw boos op je wordt wanneer je haar wel seksueel benadert, omdat zij geen raad weet met de door elkaar lopende verlangens en projecties.

Deze projecties zijn vrij normaal in een relatie, omdat ons onbewuste nou eenmaal zo werkt. We proberen op alle mogelijke manieren om de achterstand in te halen en alsnog terug te keren naar het continuüm, opdat we de verschillende fases naar volwassenheid alsnog kunnen doormaken. Eenmaal bewust verliezen ze een groot deel van hun manipulatieve kracht en kunnen ze zelfs tot hulp zijn om het gemis te doorvoelen en te verwerken. Wanneer je kunt ontspannen in het verdriet dat daarmee gepaard gaat neem je de projectie terug, en word je partner weer je partner, en niet je surrogaat-ouder.

De kinderlijke overdracht in een relatie kan ook een oorzaak zijn van het feit dat zoveel mensen in een relatie blijven terwijl ze weten dat deze destructief voor ze is. Als kind was je afhankelijk van je ouders. Je kon nog niet voor je eigen veiligheid, onderdak en voedsel zorgen, dus bij je ouders weggaan betekende vrij zeker dat je het niet zou overleven. Als kind had je dus geen keus dan je ouders te aanvaarden zoals ze waren en niet te twijfelen aan hun vermogen om voor je te zorgen. Wanneer deze strategie je overleving was als kind en deze getriggerd wordt in je relatie, zul je je onbewust weer op dezelfde manier opstellen. Je zult op een diep niveau niet begrijpen dat je bij deze persoon weg kunt gaan, omdat je nooit echt het gevoel van afhankelijkheid van je ouders bent kwijtgeraakt. De angst die je als kind voelde om je ouders kwijt te raken projecteer je dan op je partner, en je bent even bang om hem kwijt te raken als dat je als kind was om je ouders kwijt te raken. Inplaats van de volwassen beslissing te nemen om uit een destructieve relatie te stappen is zo iemand bereid om alles te doen om de relatie maar in stand te houden. Zo zie je vrouwen die zich laten slaan, mannen die zich laten koeieneren en echtparen die elkaar haten, maar die er niet over piekeren om uit de relatie te stappen. Hoe bizar het er als buitenstaander ook uit kan zien, bezien vanuit de kinderstrategie van overleven is het heel begrijpelijk.

De geest – waarheid

De geestelijke dimensie is deels verbonden met het proces van de ziel dat hierboven beschreven is. Wanneer binnen een relatie patronen worden getriggerd en oude pijn naar boven komt kunnen de betrokken partners zich bijzonder vreemd, emotioneel en onredelijk gaan gedragen. Emoties horen bij het gebied van de ziel. Ze zijn altijd subjectief en beïnvloeden in hoge mate de perceptie van de werkelijkheid. De functie van de geest is om in het heftige proces van een intieme relatie het hoofd koel te houden. Het vermogen van onze geest (mind) is om helder te denken, de werkelijkheid objectief waar te nemen en deze zo te communiceren dat het voor de ander mogelijk is om het te begrijpen. Wat er ook gebeurt, een gezonde en sterke geest raakt het contact met zichzelf en de werkelijkheid niet kwijt, hij blijft het geheel overzien en hij blijft trouw aan waar hij in gelooft.

Wanneer je iemand ontmoet met wie je op dezelfde geestelijke golflengte zit bevordert dit in hoge mate de communicatie. Het kan een feest van herkenning zijn wanneer je in gesprek bent en herkent hoe de ander denkt, hoe de ander de werkelijkheid ziet en waar hij of zij naar streeft in het leven. Zo iemand kan je in hoge mate inspireren en je perceptie van de werkelijkheid uitbreiden. Het is makkelijk om de ander te begrijpen en zijn redenaties te volgen, en vaak zinderen jullie gesprekken van opwinding, enthousiasme en ideeën. Wanneer je geestelijk bij elkaar past voel je je thuis in de manier waarop de ander de werkelijkheid ervaart, waar hij in gelooft en wat voor hem waar is. Je geniet van de verhalen, gedachten en ideeën van de ander, je bent nieuwsgierig en bereid en gretig om te leren en je kennis van zaken uit te breiden.

In een relatie met een sterke zielsverbinding kunnen heftige emoties ontstaan en kunnen allerlei heftige, pijnlijke en tegenstrijdige gevoelens opkomen. De koelte, afstandelijkheid en nuchterheid van de geest kan daarin een grote hulp zijn. Dankzij de helderheid van de geest wordt het mogelijk om niet overweldigd te raken door gevoelens en projecties, maar kalm te blijven in de storm van emoties en er adequaat op te reageren. Wanneer deze dimensie niet aanwezig is is het bijna onvermijdelijk dat je je verliest in de intensiteit en verwarring van de relatie. Je krijgt dan van die relaties waar de partners heel erg heftig op elkaar reageren, maar waar de inhoud van de heftigheid nergens op slaat. Er is geen enkel inzicht in waar de emoties vandaan komen, er is geen onderscheidingsvermogen wat betreft projecties, overdracht en werkelijkheid, en de relatie is een gebed of scheldpartij zonder einde.

Wanneer een relatie louter seksueel is is de geestelijke dimensie vrijwel onnodig. Het lichaam weet heel goed hoe het seks moet hebben en heeft daar de geest nauwelijks bij nodig. Zo gauw de relatie echter een ziele-dimensie krijgt is de geest onontbeerlijk. Een juiste partner op geestesniveau is iemand met wie je je op één golflengte voelt en met wie je goed kunt communiceren, iemand met wie je je visie op de werkelijkheid zonder al teveel moeite kunt delen. Wanneer je verlangt naar een relatie waaraan je kunt groeien en waarmee je je perceptie van de werkelijkheid kunt uitbreiden heb je een partner nodig met wie dit mogelijk is, dus die net als jijzelf verlangt naar de waarheid en ernaar streeft aanwezig te blijven in het geweld van het leven dat over hem en jullie heen raast. De geestelijke dimensie van een relatie staat voor het potentieel dat de relatie heeft om te leren van wat er gebeurt en is afhankelijk van jullie beider bereidheid daartoe, alsmede de helderheid, volwassenheid en intelligentie van beide partners.

Een bijzonder onprettige relatie ontstaat wanneer deze geclaimd wordt door het intellect, dat wil zeggen: de geest die niet langer verbonden is met het continuüm en om die reden geen verbinding heeft met het lichaam en de ziel. Deze onafhankelijke entiteit, die ook wel het ego genoemd wordt, leeft in een zelfverzonnen universum van concepten die niet of nauwelijks iets te maken hebben met de werkelijkheid zelf.

 

 

Advertenties

4 thoughts on “16 – De relatie

  1. Hi Sanne,
    Heb jij deze tekst toevallig ook in het Engels? Wil het graag aan iemand laten lezen die geen Nederlands kan…
    Groetjes,
    Deborah

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s