15 – De conceptuele werkelijkheid

De werkelijkheid is veel vluchtiger en veelomvattender dan we doorgaans aannemen. ‘Alles is illusie’, zeiden de oude meesters al. De moderne wetenschap neemt een vlucht waarbij oude natuurwetten zoals de zwaartekracht of de wetten der materie zo relatief en veranderlijk blijken te zijn dat ze niet langer als wetten gezien kunnen worden.[1]
De belangrijkste functie van de hersenen is niet het opdoen maar het blokkeren van het grootste percentage indrukken die we gedurende de dag binnen krijgen. Als de miljoenen impulsen van buitenaf allemaal bewust ervaren zouden worden zou het onmogelijk zijn een samenhangende werkelijkheid te ervaren.
Het selectieproces van de hersenen is met name gericht op het handhaven van het werkelijkheidsbeeld dat we in de loop van ons leven hebben samengesteld. Dit werkelijkheidsbeeld is niet dé werkelijkheid, het is maar een klein onderdeel ervan. Het biedt houvast, een anker om ons in de uitgestrektheid van de werkelijkheid te handhaven en veilig te voelen.
Dit werkelijkheidsbeeld is niet statisch, maar voortdurend in beweging. Enerzijds streven we naar het in stand houden van ons werkelijkheidsbeeld, anderzijds streven we naar het uitbreiden en veranderen van dit werkelijkheidsbeeld, opdat onze ervaring van de werkelijkheid zo groot en breed mogelijk kan zijn.
Het verlangen naar het in stand houden van ons werkelijkheidsbeeld is te herkennen aan de passie waarmee we onze meningen en opvattingen verdedigen. Hoe groter de angst om uit het beperkte kader van ons werkelijkheidsbeeld te stappen, des te groter worden onze rigiditeit, koppigheid, onverzettelijkheid en fanatisme. ‘Zo ben ik nou eenmaal’, zeggen we dan, of: ‘Zo is het nou eenmaal’. Mensen die een ander werkelijkheidsbeeld vertegenwoordigen proberen we op een zo groot mogelijke afstand te houden omdat we ze als bedreigend ervaren. Zo ontstaan groepen die samen hun beeld van de werkelijkheid in stand proberen te houden door het beeld als zodanig als enige juiste interpretatie van de werkelijkheid uit te roepen en moslims, joden, hippies, homo’s of zigeuners te veroordelen, het land uit te zetten of desnoods te vermoorden. De grootste fanatiekelingen hebben de meeste angst.
Het verlangen naar het oprekken van de grenzen van de werkelijkheid, een tegengestelde beweging aan bovengenoemd verlangen, kenmerkt zich door onze aangeboren nieuwsgierigheid en leergierigheid. Dit is hoe kinderen hun hersenen ontwikkelen: door hun niet aflatende nieuwsgierigheid en honger naar kennis en ervaring stimuleren ze de groei en specialisatie van hun hersenen. Kinderen vervelen zich snel wanneer ze niet voldoende impulsen krijgen. Hun drang om te spelen, te verkennen en alles wat ze op hun weg tegenkomen uit te proberen en te onderzoeken is onstuitbaar.
Bij veel volwassenen lijkt  de nieuwsgierigheid en interesse voor het opdoen van nieuwe ervaringen verminderd of zelfs volkomen verdwenen. Dit kan een gevolg zijn van opgedane teleurstelling en angst. Teleurstelling omdat onze nieuwsgierigheid en speelsheid als kind voortdurend aan banden werd gelegd, angst omdat sommige ervaringen die we opdeden zo pijnlijk waren dat ze een angst opriepen die we maar moeilijk een plek konden geven.
De dynamiek tussen enerzijds de angst voor de werkelijkheid en anderzijds het verlangen naar het ten volle ervaren van diezelfde werkelijkheid kan een vreemd fenomeen opleveren: de conceptuele werkelijkheid.
De conceptuele werkelijkheid is een verzonnen werkelijkheid. Ze is niet echt, maar gebaseerd op ons vermogen concepten: verzinsels, te beleven als echt. Bijvoorbeeld: in plaats van dat we zelf op avontuur gaan creëeren we helden waarmee we ons identificeren en die we via TV en film volgen. Inplaats van dat we zelf onze hartstocht uitleven laten we het onze sterren in de film en de soaps doen.
Veel jongeren ervaren de werkelijkheid als zo bedreigend of juist zo saai dat ze liever gamen. Dit fenomeen wordt in ‘Surrogates’[2] meesterlijk vormgegeven. De film beschrijft een wereld waarin de mensen niet langer naar buiten gaan omdat dat te gevaarlijk is. Inplaats daarvan sturen ze een robot de wereld in: een knappe versie van henzelf, die doet wat ze zelf niet langer durven. Overkomt de robot iets, dan geeft dat niet – een robot is makkelijk te repareren, en mocht dat niet lukken is een nieuwe robot zo gemaakt.
Het menselijk vermogen mee te leven met beelden, symbolen, iconen, tekeningen en verhalen illustreert het enorme creatieve vermogen dat wij mensen hebben. Als enige soort op aarde zijn wij in staat om abstract te denken en onze eigen concepten en creaties tot leven te wekken. Dit creatieve vermogen biedt ons de mogelijkheid literatuur, poëzie en kunst te scheppen waarmee we onze ervaring van de werkelijkheid kunnen verdiepen en met elkaar kunnen delen. Pas wanneer we niet langer onderscheid kunnen maken tussen de werkelijkheid als zodanig enerzijds en de conceptuele werkelijkheid anderzijds hebben we mogelijk een probleem.
Gamen, film en TV zijn maar een paar uitingen van de conceptuele werkelijkheid. Wanneer we ons identificeren met de conceptuele werkelijkheid wordt ons creatieve vermogen als het ware geclaimd door het intellect. De geest, die normaliter samenwerkt met de ziel en het lichaam, begint voor zichzelf. Ze verzint haar ervaringen liever dan dat ze ze koppelt aan wat de ziel en het lichaam werkelijk beleven. Ze baseert haar werkelijkheid niet langer op de ervaringen van het lichaam en de gevoelens van de ziel, maar op de concepten die ze heeft gelezen, gehoord of zelf bedacht.
Bij de meeste mensen bestaat het zelfbeeld en het beeld van de werkelijkheid uit een mengeling van concepten en echte ervaring. Concepten zijn gedachtenpatronen die ons kunnen helpen om meer in contact te komen met de werkelijkheid. Ze bieden een houvast die we nodig hebben als we willen leren manouevreren in de werkelijkheid en de grenzen van onze werkelijkheid willen oprekken. So far so good. Pas wanneer concepten de werkelijkheid gaan vervangen en we deze als de waarheid zelf gaan gezien gaat er iets mis.
Het natuurlijk vermogen van de mens om de werkelijkheid selectief te ervaren en door middel van concepten een samenhangende werkelijkheid te creëeren is in zekere zin een tweesnijdend zwaard. Het beperken en interpreteren van de werkelijkheid is een noodzakelijkheid die ons helpt te functioneren. Het helpt ons niet overweldigd te raken. Het kan echter ook leiden tot een zodanige beperking van de werkelijkheid dat we er juist van vervreemden.
Het onderscheiden van de conceptuele werkelijkheid en de werkelijkheid als zodanig is niet zo makkelijk als het in eerste instantie misschien lijkt. Een eerste stap is om te beseffen dat er zoiets bestaat als een conceptuele werkelijkheid. Eén van de redenen dat ‘The Matrix’[3] zo’n wereldwijd succes werd, was het feit dat we op een diep collectief niveau herkenden wat Neo meemaakte: hij ontdekte dat zijn leven een illusie was, tot op het moment dat hij bevrijd werd uit de cocon waar hij tot dan toe gevangen had gezeten.
‘Waarom doen mijn ogen pijn?’, vraagt hij, waarop Morpheus antwoordt:
‘Omdat je ze nog nooit eerder gebruikt hebt.’
In The Matrix is het ‘AI’: kunstmatige intelligentie, die de macht heeft overgenomen. Het menselijk lichaam wordt gebruikt als energieleverancier voor de machine. In onze werkelijkheid is het niet kunstmatige intelligentie maar onafhankelijke intelligentie, intelligentie die niet langer samenwerkt met lichaam en ziel en zich heeft losgemaakt van het continuüm, die de macht heeft overgenomen.
In ‘The Truman Show’[4] ontdekt Jim Carrey in de rol van Truman Burbank dat zijn leven in scène is gezet en alles behalve hijzelf fake is. Hij heeft seks met zijn vrouw, maar zij acteert. Hij drinkt een biertje met zijn beste vriend, maar deze acteert. Hij is in het echte leven als wees geadopteerd door een regisseur met een prachtig, maar wreed doel: hem te gebruiken als hoofdpersoon in een soap, waarbij hij de enige is die dat niet weet. De schok wanneer hij dit toch ontdekt mondt uit in een fantastische finale waar hij met ware heldenmoed besluit om letterlijk het decor van zijn leven te verlaten en een onbekende wereld te betreden.
Ieder avontuur, ieder verhaal, iedere reis en alle spirituele tradities zijn gegrondvest in het verlangen om uit de beperking van onze gedachten te stappen en de vrijheid daarvan te ervaren. Tegelijkertijd herkennen we allemaal de angst van Truman tijdens de momenten van ons leven waarin we erachter komen dat de dingen niet zijn zoals we dachten.
De herkenning van de conceptuele werkelijkheid kan geleidelijk of plotseling plaatsvinden. Een geleidelijke herkenning kan plaatsvinden wanneer je in therapie gaat, leert mediteren of kiest voor één van de vele wegen van bewustzijnsverruiming. Een plotselinge herkenning kan plaatsvinden wanneer een gebeurtenis in je leven je met de neus op feiten drukt die je tot dan toe over het hoofd had gezien. Wanneer je ervan overtuigd bent dat je een goede relatie hebt, maar je partner op een avond in bed aantreft met een ander is dat een schok die je in één klap wakker schudt. Wanneer je vertrouwen hebt in je regering en er vervolgens achterkomt dat deze de verkiezingen saboteren is dat een schok die je in één keer geneest van je naïviteit. Een plotselinge herkenning heeft zijn voordelen – het kan je een hoop tijd besparen – maar kan ook zo pijnlijk zijn dat je je er alsnog voor afsluit. ‘Dit kan niet waar zijn’, zeg je dan, of: ‘Dit is niet gebeurd.’ Veel mensen lijden heftig onder de spanning tussen onomstotelijke feiten enerzijds en gehechtheid aan concepten anderzijds. Het voortdurend in stand houden van de ontkenning van de feiten is een uiterst energievergend proces, en in die zin is een goede crisis op zijn tijd een zegen.
Het herkennen van de conceptuele werkelijkheid gaat altijd gepaard met pijn. Het erkennen dat dat waarin je gelooft niet waar blijkt, dat hetgeen je je vertrouwen hebt gegeven dit vertrouwen niet waard was, dat dat wat je houvast gaf in de wereld, in het licht van je onderscheidingsvermogen en bewustzijn uiteenvalt en verdwijnt is pijnlijk en onaangenaam. Tegelijkertijd geeft het ook een diep gevoel van opluchting en vrijheid. Niets is zo bevrijdend als de waarheid.
Wanneer je behoefte hebt om meer contact te maken met de werkelijkheid zoals ze is, is het fysieke lichaam de beste plek om te beginnen. Het lichaam kan niet liegen en is daarmee een goede spiegel voor hoe het echt met je gaat. Door je lichaam meer te ervaren verbindt je als het ware de geest opnieuw met de realiteit.
Het mooie van seks is dat het onmogelijk is zonder lichaam. Seksuele energie is een van de weinige krachten die sterker is dan het intellect. Daarom kan seks helpen om onderscheid te leren maken tussen de conceptuele werkelijkheid enerzijds en de werkelijkheid zelf anderzijds. Zo gauw je seks hebt worden de signalen van je lichaam sterker en wordt de controlerende en interpreterende functie van het intellect zwakker. Het bewust ervaren van seks kan je helpen de intellectuele controle los te laten en te onderzoeken wat er voorbij de grenzen van je conceptuele werkelijkheid is.
Het gaat dus om het overbruggen van de kloof tussen werkelijkheid en illusie. Wanneer je verlangt naar het meer in contact komen met de werkelijkheid als zodanig is het goed om te weten hoe deze zich onderscheidt van de conceptuele werkelijkheid. Wat zijn de verschillen?
Een belangrijk kenmerk van de conceptuele werkelijkheid is dat het energie kost om haar te handhaven. Daarnaast heeft de conceptuele werkelijkheid een beperkte houdbaarheid: ze gaat al snel vervelen. De echte werkelijkheid kenmerkt zich door het feit dat ze energie oplevert en vele malen intenser en boeiender is dan de conceptuele werkelijkheid. Het is het verschil tussen een echte bloem en een plastic bloem.
Het verlangen naar echtheid is zo inherent aan ons mens zijn, ligt zo aan de basis van wie we werkelijk zijn, dat het uiteindelijk altijd de kop opsteekt. Hoe goed we ook ons best doen om onszelf te beschermen tegen de nietsontziende eerlijkheid van de werkelijkheid zelf, iets in ons wil niets liever dan midden in die werkelijkheid staan en haar met eigen ogen zien, met eigen zintuigen ervaren. Dit verlangen zal zich altijd kenbaar maken, zolang we leven.

[1] Voor meer informatie kijk bijvoorbeeld de documentaires: ‘What the bleep do we know’  en: ‘What the bleep down the rabbithole’
[2] ‘Surrogates’, film met Bruce Willis. 2009, regie: Jonathan Mostow
[3] ‘The Matrix’ met Keanu Reeves. 1999. Regie: Andy en Larry Wachowsky
[4] The Truman Show’ met Jim Carrey, 1998. Regie: Peter Weir

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s