13 – God

Wij mensen zijn gepassioneerde wezens. Devotie zit ons in het bloed. Het komt voort uit de blijdschap en dankbaarheid ten aanzien van het leven zelf en de behoefte om daar uiting aan te geven. Door de eeuwen heen zijn rondom deze expressieve behoefte allerlei rituelen en symbolen ontstaan. De vroegste uitingen van devotie golden altijd de natuur zelf. In rituelen en feesten werden de seizoenen en oogsten gevierd, werd het wonder van geboorte en dood geëerd en waren de natuurkrachten zelf het object van devotie. De eerste menselijke verering golden de vier windrichtingen, die later verbonden werden aan de vier elementen: water, vuur, lucht en water.
Naarmate de mensheid zich ontwikkelde en onze intelligentie toenam ontwikkelde ook onze kennis van de natuur. Afhankelijk van het klimaat en de omstandigheden ontstonden in verschillende uithoeken van de wereld verschillende uitingen van devotie. Binnen de groep werden bepaalde leden aangewezen om die taak op zich te nemen: de eerste sjamanen. In het Westen ontstonden verschillende stromingen die we ons tegenwoordig herinneren als hekserij, omdat de inquisitie op brute wijze afgerekend heeft met de natuurlijke dankbaarheids- en genezingsrituelen die van oudsher diepgeworteld waren in onze cultuur.
Deze oude sjamanistische rituelen vormen het begin van dat wat we tegenwoordig religie noemen. Het taoïsme, het hindoeïsme, het boeddhisme, het jodendom, zelfs het christendom, komen hieruit voort. Bij veel volkeren in Afrika is het sjamanisme nog springlevend. In dat wat nu Amerika heet heeft de Europese invasie een bloedig einde gemaakt aan de sjamanistische samenlevingen die daar leefden. Nu, bijna 600 jaar later, blijkt dat de tradities van de Azteken, Tolteken, Maya’s en vele andere samenlevingen uit die tijd een kennis, respect en vreugde bezaten die Europa degradeerde tot een barbaars, primitief en oorlogszuchtige samenleving. Hetzelfde gebeurde in China. Onder druk van het communisme werd het taoïsme verboden en werden de natuurgenezers, magiërs en tovenaars vermoord of verdreven.
Aanvankelijk was onze devotie louter gericht op het uiten van onze vreugde en dankbaarheid ten aanzien van het leven zelf, maar op zeker moment in de geschiedenis werd daar een dimensie aan toegevoegd: angst. Mogelijk hing dit samen met onze voortschrijdende intelligentie, waardoor we niet alleen blij waren dat we leefden, maar ook bang werden om dood te gaan.
De natuur is behalve een leven gevende weldoenster ook een meedogenloze moordenares. Door droogte, overstromingen, bosbranden, stormen en andere natuurverschijnselen sterven soms duizenden mensen tegelijk. Daardoor ontstond op zeker moment de behoefte om de natuur op de één of andere manier te temmen en te controleren. Zo ontstond een dubbele houding ten aanzien van de natuur. Enerzijds waren we ervan doordrongen dat we voortkwamen uit de natuur en er onlosmakelijk deel van uitmaakten, anderzijds wilden we niet doodgaan en probeerden we daar een oplossing voor te vinden. Onze rituelen weerspiegelden zowel de vreugde als de angst.
Langzaam maar zeker ontstonden abstracte symbolen en rituele handelingen waarmee we poogden de natuur te bezweren. Van het rechtstreekse vereren van de natuur in de vorm van de elementen ontstonden de goden. De eerste religies waren een bonte mengeling van zowel de vreugde om te leven als de angst voor de dood, verpersoonlijkt door uiteenlopende goden die tot op de dag van vandaag hun archetypische kracht nog niet verloren hebben.
Naarmate onze angst voor de natuur toenam werden onze rituelen steeds ingewikkelder en ontstond een steeds grotere rigiditeit. Voorheen was devotie onze natuurlijke staat, iets wat je bij kinderen nog steeds ziet, en werden de spontane uitingen daarvan door iedereen verwelkomd. De vreugde ten aanzien van het leven leek in te boeten, terwijl de angst voor de dood steeds groter werd. Devotie was niet langer iets vanzelfsprekends, maar werd voorbehouden aan sjamanen en later priesters. Onze rituelen werden in plaats van een bron van vreugde een verplichting en een obsessie. De vorm werd steeds belangrijker en de bezieling werd steeds minder.
Tegenwoordig zijn de meeste religies niet meer dan een slap aftreksel van wat ze ooit waren. De lege, nietszeggende rituelen worden uitgevoerd zonder dat men nog langer bewust is van hun oorspronkelijke functie. De meeste religies zijn gecorrumpeerd in die zin dat ze macht en winst vergaren door de angst van mensen te manipuleren en valse hoop op bescherming en eeuwig leven te bieden. Was religie ooit een manier om contact te maken met devotie, dankbaarheid en vreugde, nu is het vaak het tegenovergestelde: een bron van lijden en een gestructureerde, afgedwongen ontkenning van precies die natuurkrachten waar we ooit zo blij mee waren.
Toch weerspiegelen tot op de dag van vandaag nog veel religies hun oorspronkelijke verbinding met de natuur en het leven zelf. Veel symbolen en rituelen verwijzen nog steeds naar de elementen en natuurkrachten. Het kruis van het christendom staat voor de vier windrichtingen, waarbij het feit dat ze Jezus erop vastspijkerden illustreert hoe de mens tweeduizend jaar geleden al in conflict was met de natuur en haar elementaire krachten. De vijf elementen uit het taoïsme: lucht, water, hout, vuur en aarde, voegt aan de vier windrichtingen een vijfde dimensie toe: het midden. Hetzelfde zie je bij de ayurveda, de eeuwenoude Indiase geneeskunde die nog diepgeworteld is in de kennis van de natuur en zich verenigt met de oudste spirituele stromingen in India. Ook zij voegen een vijfde element toe: ether.
Zelfs de moderne wetenschap met haar dwingende logica en bewijsvoering kan ons diepe verlangen naar devotie niet wegnemen. Hoe intellectueler we worden, des te groter ons verlangen wordt naar de ervaring van devotie. De laatste dertig jaar ontstond als reactie op de steeds grotere kaalheid in ons bestaan een opleving van het sjamanisme dat een paar honderd jaar geleden op globale schaal met wortel en al leek te zijn uitgeroeid. Momenteel verkeren we in een uiterst spannende tijd waarin oude sjamanistische tradities hun geheimen prijsgeven, waarin oude geschriften en formules vertaald worden en voor een tientje bij de boekhandel liggen. De Kama Sutra, ontelbare andere vedische geschriften, de Tao Te Ching, de I Ching, de Tolteekse kennis, oude boeddhistische geschriften, Tibetaanse teksten die nog uit de Bön-traditie komen, alles is toegankelijk voor iedereen die goed zoekt.
Dit is een bijzonder prettige bijkomstigheid van Kali Yuga. Wanneer de nood het hoogst is is de redding nabij. Wijze mannen en vrouwen uit alle tradities zijn beschikbaar voor iedereen die antwoorden zoekt en een manier zoekt om om te gaan met de huidige crisis die zich momenteel op alle niveaus manifesteert. Moest je vroeger vele jaren of zelfs vele levens de stoep vegen voordat je toegang kreeg tot de tempel, nu mag je zelfs met je schoenen aan naar binnen. Moest je vroeger allerlei beproevingen ondergaan om onderricht te krijgen van de meester, de goeroe of de priester, tegenwoordig komen ze naar jou toe en bieden ze hun kennis gratis aan.
Zo weten we tegenwoordig allemaal wel wat van tantra, boeddhisme en Zen. We hebben allemaal wel wat gelezen van de Dalai Lama en weten hoe hij giechelt. In de auto of slaapkamer hebben we een dreamcatcher hangen, we kopen kruidenthee bij de supermarkt en doen yoga, Qigong of aikido. Psychedelische middelen zijn volop beschikbaar en geven ons een glimp van wat er nog meer is. We zijn in de fase dat we de klok hebben horen luiden, maar nog niet weten waar de klepel hangt. Het is fantastisch dat we ons in luttele tientallen jaren hebben weten los te maken van het juk van religieuze, maatschappelijke en economische beperkingen, maar enige voorzichtigheid ten aanzien van onze nieuw verworven vrijheid is op zijn plaats. In het land van new age, alternatieve geneeswijzen, bewustzijnsverruimende cursussen, sjamanistische scholen en tantrische weekenden is het prettig vertoeven, maar absoluut niet zeker of je echt de antwoorden en richtlijnen krijgt die je zoekt.
Ik
Al onze pogingen om door middel van sjamanistische rituelen, religie, spiritualiteit, wetenschap, atheïsme, anarchisme of new age grip te krijgen op de werkelijkheid gelden uiteindelijk hetzelfde thema: wijzelf.
Wij vinden onszelf heel belangrijk. Zoals een kind denkt dat alles om haar draait, zo denken wij dat het universum om ons draait. Het huidige inzicht dat wij een stipje zijn in een onvoorstelbare grote Melkweg en die Melkweg een stipje is een onvoorstelbaar grote oceaan van melkwegen doet hier niets aan af. Zelfs een wetenschapper of goeroe die verkondigt dat wij in de uitgestrektheid van het universum of in het licht van de eeuwigheid er niet toe doen vindt het belangrijk dat te verkondigen. Dit gevoel van belangrijkheid hoort bij ons, het is een menselijke eigenschap die wellicht vanuit een bepaald perspectief bizar of aandoenlijk is, maar ons ook tot mens maakt en ons aanzet tot grootse dingen.
Dit gefixeerd zijn op onszelf, dit natuurlijke narcisme, komt op vele manieren terug in de verschillende vormen van religie. De Griekse, Romeinse, Scandinavische en Egyptische goden, alsmede de rijkelijk vertegenwoordigde goden uit het hindoeïsme en taoïsme zien er vrijwel allemaal uit als mensen. Deze bonte stoet van goden vertegenwoordigen verschillende aspecten van het mens zijn. In het Christendom hebben we weliswaar maar één God, maar deze heeft zo’n last van stemmingswisselingen dat we ook op hem een heel spectrum van menselijke eigenschappen kunnen projecteren. In het boeddhisme gelooft men niet in een God, maar wordt Boeddha zelf tot een icoon verheven, en zo hebben we daar ook voldaan aan onze behoefte om via de overgave met een soort verheven versie van onszelf in contact te komen.

In veel religies worden goden vereerd die ooit mensen waren, zoals Jezus, Boeddha en Lao Tzu. Deze mensengoden gelden als object voor onze devotie en zijn in die zin behulpzaam bij het contact maken met onze vreugde, dankbaarheid en blijdschap ten aanzien van het feit dat we leven, maar omdat ze zo exceptioneel zijn dat we ze soms tweeduizend jaar na hun dood nog vereren, dragen ze ook bij aan ons gevoel van afgescheidenheid en zelfverloochening. Verlichting, bevrijding, wijsheid, geluk, eenheid, compassie, macht, rechtvaardigheid, alle eigenschappen die we op deze allang overleden mensen projecteren bevestigen ons in de overtuiging dat wij daar niet verkeren en dus geen toegang hebben tot die staat van zijn of die vermogens, kwaliteiten en eigenschappen die zij wel hadden en wij niet.

Het blijft een misverstand dat geluk exceptioneel en uitzonderlijk is. Geluk is onze natuurlijke staat, maar een dode goeroe is daar nou niet bepaald het levende voorbeeld van. Daarom bieden veel spirituele scholen levende meesters. In het hindoeïsme worden mensen geboren die de levende incarnatie vertegenwoordigen van goden die al duizenden jaren bestaan. De mate waarin deze mensen aanbeden worden is voor ons westerlingen nauwelijks voorstelbaar. In het boeddhisme worden geen goden aanbeden, maar daar incarneren de belangrijke leraren, de lama’s, en op die manier bieden zij ook een regelrechte ingang tot het goddelijke, lees: natuurlijke.

De edele delen
Eén van de oudste symbolen uit het hindoeïsme is de Shivalingam. ‘Lingam’ is sanskriet voor ‘penis’, en de Shivalingam is dan ook ‘de penis van Shiva’. Shiva is de God die pure mannelijke kracht vertegenwoordigt, zowel de scheppende kracht als de vernietigende kracht. De Shivalingam is een driedimensionaal symbool, je vindt hem overal in India in de vorm van beelden, soms zo klein dat ze in de palm van je hand passen en soms zo groot dat je erop kunt klimmen: de penis van Shiva is een rechtopstaand, fallusvormig object die rust in de vagina van Shakti, een welgevormde schaal in de vorm van een yoni: een vagina. Ook zie je dat Shivalingams in de natuur vereerd worden: grotten waarin fallusvormige stenen gevonden zijn worden pelgrimsplaatsen waar Shiva en Shakti als de verpersoonlijking van het puur mannelijke en het puur vrouwelijke vereerd en aangeroepen wordt.
Het woord ‘Shivalingam’ wordt ook wel gebruikt voor de ronde dan wel fallus gevormde stenen die in het tantrisch boeddhisme gebruikt werden. In meditatieve toestand werden deze voorverwarmde stenen ritueel ingebracht als de metaforische ‘penis van Shiva’ om heling en bewustzijn in de vagina te bewerkstelligen. Deze traditie deelt het tantrisch boeddhisme met het taoïsme, waarbij met name jade eieren gebruikt worden, die echter niet de naam dragen van Shiva’s penis.
De vereniging van penis en vagina als goddelijk symbool van eenheid wordt ook getoond in de zespuntige ster zoals we die met name uit het Jodendom kennen. De omlaag wijzende driehoek symboliseert het vrouwelijke principe, haar verbondenheid met de aarde en haar ontvankelijkheid voor de hemel, en de omhoog wijzende driehoek symboliseert het mannelijk principe dat afdaalt uit de hemel vanuit het verlangen tot het vrouwelijke, het aardse, het ontvankelijke door te dringen. Met een beetje fantasie kun je in de naar beneden wijzende driehoek de venusheuvel van de vrouw herkennen, en in de naar boven wijzende driehoek de geërecteerde penis van de man. In de vereniging van die twee ontstaat de zespuntige ster: uit de vereniging van hemel en aarde, het mannelijke en het vrouwelijke, ontstaat het menselijke, het creatieve, of nieuw leven.
Exact hetzelfde symbool wordt binnen de tantrische yoga gebruikt ter aanduiding van het hart-chakra, ‘Anahata’, dat liefde, compassie en devotie vertegenwoordigt. Het hart-chakra heeft een fysieke locatie in het menselijk lichaam, en wel in het midden van de borstkas, wat ook in het taoïsme aangeduid wordt als ‘de zetel der compassie’ of ‘de thuisplaats van de ziel’.
Deze verwijzing naar de goddelijkheid van de penis en de vagina in verbinding met het hart verwijst direct naar de oorsprong van onze religies: het vieren van het mens zijn en het toegewijd zijn aan het leven. Misschien verklaart het feit dat de Shivalingam één van de belangrijkste symbolen is uit het hindoeïsme de uitbundigheid van deze religie. Nergens ter wereld wordt zo goed feestgevierd als tijdens de hindoeïstische feesten en bruiloften. Geen enkele religie is zo creatief, kleurrijk, verscheiden en menselijk in haar uitingsvormen als het hindoeïsme. De soberheid van het boeddhisme is door de Indiërs nooit echt omarmd. Inplaats daarvan werd Boeddha gewoon als één van de goden erbij genomen. Het is heel normaal om in een hindoeïstische tempel beelden tegen te komen van Ganesha, Shiva, Boeddha en Jezus, zonder de eenkennigheid die we bijvoorbeeld bij katholieken of moslims tegenkomen. ‘Hoe meer zielen, hoe meer vreugde’, zo redeneert de hindoe, en omdat hun goden ook regelmatig van gedaante verwisselen is devotie aan alle mogelijke gedaantes van God de beste optie.

Het lijkt erop dat wij mensen een soort intelligentie bezitten die maakt dat we middels symbolen contact kunnen maken met de werkelijkheid. Via beelden, goden, mythes en rituelen krijgen we toegang tot een staat van zijn die we zonder die hulpmiddelen wellicht niet bereikt zouden hebben. Het gevaar hierin bestaat uiteraard in de mogelijkheid dat we de symbolen verwarren met hetgeen ze vertegenwoordigen. Daarom is in bepaalde religies het aanbidden van beelden verboden en gaat men in het communisme zo ver dat zelfs bidden verboden wordt. De Vedanta is een spirituele stroming die zichzelf ‘de directe weg’ noemt, en ook wel ‘de radicale weg’. Alle symbolen, objecten, rituelen en verhalen worden daar ontmaskerd als abstraheringen, afleidingen van de geest. Vedanta-goeroes als Ramana Maharisha en Nisargadatta bleven hun leerlingen confronteren met hun projecties die ze niet zagen als een hulpmiddel maar als een obstakel tussen de mens en zijn oorsprong. Ook in Europa heeft de Vedanta tegenwoordig veel goeroes en aanhangers.

Philip Renard heeft een prachtig boek geschreven over de geschiedenis en de inhoud van de Vedanta, of de Advaya, zoals hij het noemt.[1] Het heet ‘Non-dualisme’ en verwijst direct naar de staat van zijn die voorbij het dualisme gaat, dus ook voorbij het duale aspect van de man-vrouw relatie. Dat kan verwarring opleveren, als zou dualiteit iets verkeerds zijn, iets waardoor je je kans mist om contact te maken met je ware zelf. Los van de intentie van de goeroe kan deze verwarring tot een hoop misverstanden leiden, waaronder de misvatting dat universele of allesomvattende liefde op een hoger plan staat dan persoonlijke liefde.

Bij een te grote identificatie met het persoonlijke aspect van de liefde kan het zijn dat de relatie en de partner zo belangrijk wordt dat je haast niet meer kunt ademhalen. De projectie van alles waar je ooit naar verlangd hebt op je partner kan een enorme druk leggen op zowel je partner als je relatie, en de angst om hem of haar kwijt te raken kan zo groot zijn dat je je in allerlei bochten gaat wringen om de relatie maar in stand te houden, ook wanneer de relatie allang niet meer beantwoordt aan je verlangens naar intimiteit, aanraking, liefde, geluk, waarheid en vrijheid. Dat is in zekere zin een omdraaiing van wat de bedoeling is en kan immens lijden veroorzaken.
Bij een te grote identificatie met het ónpersoonlijke aspect van de liefde kan er onverschilligheid en soms zelfs schaamte ontstaan ten opzichte van de relatie tussen jou en je partner.
‘Ik moet van iedereen houden zegt de goeroe’, denk je misschien, ‘en hier ben ik, en ik hou alleen van haar.’  Dat is schaamte.
Onverschilligheid ontstaat wanneer je in de veronderstelling verkeert dat de relatie tussen jou en je partner niets betekent omdat echte spiritualiteit gaat over het geen onderscheid maken tussen je partner en de hond van de buren, omdat we allemaal één zijn. Dergelijke onzinnige spirituele concepten dragen nergens aan bij, behalve aan het in stand houden van je angst voor intimiteit en overgave. Zo kun je toegeven aan je neiging weg te lopen, afstand te houden en vreemd te gaan onder het mom van onpersoonlijke liefde.
‘Ik zie de schoonheid in iedereen’, kun je dan zeggen. Dat klinkt spiritueel, maar in werkelijkheid ben je in dat geval gewoon een lafaard.
Vedanta en tantra lijken wellicht tegenovergestelde wegen te vertegenwoordigen, maar ze komen op hetzelfde neer: het zijn wegen naar de eenheidsbeleving, het versmelten met het continuüm, het je weer opnieuw gedragen weten door de eeuwenoude stroom van wijsheid en levenservaring die door ons heen stroomt. Vedanta doet dit door van tevoren iedere projectie te onderscheppen en zich met geen enkele afgod, zelfs niet de goeroe zelf, in te laten. Tantra doet dit door juist het menselijk vermogen tot het creëren van symbolen die het ideaal, het goddelijke of de liefde zelf vertegenwoordigen te omarmen en te vereren totdat het hulpmiddel, het symbool, vanzelf niet meer nodig is.
De Shivalingam, de Davidster en Anahata geven aan dat de lichamelijke liefde tussen man en vrouw een bijzonder hulpmiddel kan zijn voor het herstellen van het contact met onze oorsprong. Vanuit het verlangen naar verbinding, vrijheid, waarheid, liefde, verbondenheid en geluk zoeken we naar een manier om onze hunkering te stillen, en wanneer we verliefd worden beantwoordt dit op de één of andere manier op een onvergelijkbare manier ons diepste verlangen. De schoonheid hiervan is dat de man of vrouw op wie we verliefd zijn een hulpmiddel, een poort of een sleutel kan zijn om het verloren contact met onze oorsprong te herstellen. Het gevaar hiervan is echter dat de partner zelf tot afgod gemaakt wordt en deze projectie juist het obstakel wordt dat echte vrijheid, echt geluk en echte liefde in de weg staat.
De liefde tussen man en vrouw kan één van de krachtigste religieuze en sjamanistische hulpmiddelen zijn die we tot onze beschikking hebben. Wanneer je de magie ervan werkelijk omarmt ontken je haar enorme invloed op lichaam en welzijn niet, maar ben je ook in staat om in de richting te kijken waarnaar ze wijst: die van totale vrijheid. Je eert en dient je partner en je relatie, maar je bent ook in staat om de relativiteit ervan te zien. Je lijdt wanneer je je partner kwijtraakt, maar je weet tegelijkertijd ook dat je daarmee niet echt verloren bent. Je geeft je met hart aan ziel aan de relatie, zonder je ziel te verkopen. Deze dynamiek, de dans van toewijding enerzijds en vrijheid anderzijds, is in mijn optiek echte liefde.

[1] Philip Renard, ‘Non-dualisme, de directe bevrijdingsweg’. 2005. ISBN: 9021543583

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s