12 – Religie

“Er was eens een jonge man die hevig verlangde naar de waarheid, dus hij besloot om op pelgrimstocht te gaan. Na een lange tocht door de bergen kwam hij aan bij een klooster. Hij klopte op de poort. De abt deed open, zag de ernst op zijn gezicht en liet hem binnen.

De jonge man bekeerde zich tot monnik en betrok het klooster. Zijn ijver, geduld en precisie werden alom gewaardeerd, en hij kreeg de eervolle taak de oude werken over te schrijven (het was nog voor de boekdrukkunst).  Zo zat de jonge monnik vele jaren in de bibliotheek, en zijn penseelkunsten werden bekend tot ver buiten het klooster. Van heinde en ver kwamen monniken naar het klooster om zijn prachtige werk te kopen.
Op een mooie dag kwam de abt naar de bibliotheek waar onze monnik, inmiddels niet zo jong meer, met overgave zijn monnikenwerk zat te doen. ‘Je bent een grote aanwinst voor ons klooster’, sprak de abt lovend. De monnik zag zijn kans schoon en vroeg:
‘Mag ik U iets vragen, eerwaarde abt?’
‘Maar natuurlijk, mijn zoon’, zei de abt, ‘wat zit je dwars?’
‘Wel…’, zei de monnik, ‘wat ik me nu al jaren afvraag: waar zijn de originele werken van deze teksten?’
‘O, die liggen veilig opgeslagen in de kelders van ons klooster’, zei de abt. ‘Vanwaar deze nieuwsgierigheid?’
De monnik aarzelde, hij wilde de abt niet boos maken.
‘Wel…’, zei hij, ‘ik ben nu met de 47e overschrijving bezig… hoe weten we zeker dat onze huidige teksten overeenkomen met het origineel?’
Er viel een akelige stilte.
‘Bedoel je dat er fouten gemaakt kunnen zijn?’, vroeg de abt streng.
De monnik zweeg.
‘Mijn zoon, maak je geen zorgen’, sprak de abt ferm. ‘Dat is uitgesloten.’
De volgende dag was de abt nergens te bekennen. Tegen de middag begon met zich zorgen te maken. Waar was de abt? Bij onze monnik rees een stil vermoeden. Stilletjes verdween hij en daalde de trappen af naar de kelders van het klooster. Hij was nog nooit eerder hier geweest, en vol eerbied liep hij door de gewijde ruimtes. Plotseling hoorde hij een bonkend geluid dat langzaam sterker werd. Hij volgde het geluid tot hij in de verst weggelegen kelder kwam, en daar vond hij de abt, die met zijn hoofd tegen de stenen muur aan het slaan was. Hevig geschrokken snelde de monnik op de bloedende abt af, trok hem weg van de muur en zette hem op een stoel. Op tafel lag een geopend boek, het perkament geel van ouderdom. 
‘Maar eerwaarde, wat is er aan de hand?’, vroeg de monnik. 
‘Je had gelijk, mijn zoon’, huilde de abt. 
‘Er staat ‘celebrate’, en niet ‘celibate’.
Het beeld dat we hebben van God is direct verbonden met het continuüm. God ís het continuüm. Ons godbeeld bewaart onze herinnering aan de kloppendheid die we instinctief herkennen als de oorsprong van het leven. In relatie tot God verhouden we ons tot iets dat groter is dan onszelf, tot iets dat de waarheid spreekt, rechtvaardig en liefdevol is, voor ons zorgt. Zelfs de toorn van God, zijn woede als we iets verkeerd doen, zou je kunnen verbinden met de heftige reactie van het continuüm als we ons van haar afscheiden en keuzes maken die tegennatuurlijk zijn.
Alle religies komen voort uit oude sjamanistische tradities waar God en de natuur één en hetzelfde waren. Je ziet dit nog steeds terug in de verering van de elementen, het onvoorwaardelijke vertrouwen in de natuur, de liefde voor het woud en de dieren, de overgave aan de natuurkrachten, het diepe respect en ontzag voor Moeder Aarde, waar de weinige oervolkeren die onze aarde nog rijk is uiting aan geven.
Het intellect heeft de neiging om alles te polariseren. Zo staan inmiddels religie en wetenschap lijnrecht tegenover elkaar. Religie zegt dat God de mens schiep en de wetenschap zegt dat we van de apen afstammen. Religie zegt dat we na onze dood naar de hemel gaan en wetenschap zegt dat we opgegeten worden door de wurmen. Religie zegt dat het leven zin heeft en wetenschap zegt dat het leven puur toeval is. Dit levert gezellige discussies op, maar het benadert niet het werkelijke probleem: de neiging van het intellect om te polariseren. Het intellect bestaat louter uit gedachten en houdt zichzelf in leven door de activiteit van denken. Dat is de enige reden dat het kwesties verzint die meer gedachten produceren. Echter: iedere filosofische kwestie is terug te brengen tot de eenvoud die de natuurlijkheid van de mens zo kenmerkt.
We zijn geschapen door God en we stammen af van de apen. Na ons leven evolueren we verder en ons lichaam wordt opgegeten door de wormen of de vlammen, al naar gelang jij of de gewoonten van je land of cultuur verkiezen. Het leven heeft zin en toeval bestaat. Het is allemaal waar. De enige werkelijke vergissing die we als mens ooit gemaakt hebben is om ons bewustzijn intellectueel af te scheiden van het continuüm en ons vervolgens af te vragen wie God is.

Zonde

Bij veel religies wordt ons wijsgemaakt dat we zondig geboren zijn en dat seks vies is. Deze twee leugens hebben door de eeuwen heen zoveel lijden opgeleverd dat het met stip de twee hoofdzonden zijn van deze religies.
Bij dit soort verwarde, psychotische religies geldt ook de eenheid van God en de natuur niet meer. De natuur, is vergevingsgezind, gul en rechtvaardig. De natuur kent geen schuld, kent geen straf en weet niet wat slecht betekent. Ons huidige godsbeeld daarentegen is niet vergevingsgezind, maar wraakzuchtig en sadistisch. Onze goden geven onmogelijke en tegennatuurlijke opdrachten, zoals: vermoord je eigen kind, of wees bereid vele levens in eenzaamheid door te brengen, of honger jezelf uit in de woestijn. Onze God vergeeft niet, is niet gul en zijn rechtvaardigheid is gebaseerd op straf en boete. Onze God is voortgekomen uit afgescheidenheid, niet uit verbinding. Onze God is ontstaan uit de pijn die ontstond toen we voor het eerst keuzes gingen maken die niet langer verbonden waren met het continuüm.
Nog geen vijf jaar geleden werd duidelijk dat binnen de katholieke kerk het misbruik van kinderen door priesters wijdverbreid is, terwijl de kerk tot op de dag van vandaag vooral haar best doet de publiciteit en aanpak van dit seksuele geweld te verdoezelen. Nog steeds vindt de kerk haar image van goddelijk instituut belangrijker dan de bescherming van onze kinderen, terwijl het image allang achterhaald is door de praktijken van hun priesters.[1]
De grootse misser van hedendaagse religie is de uitvinding van ‘zonde’ en het koppelen van die vermeende ‘zonde’ aan het lichaam en met name aan seksualiteit. De één na grootste misser is de uitvinding van het celibaat. Een priester of monnik die op jonge leeftijd de eed van het celibaat aflegt doet dat vanuit het oprechte verlangen dichter bij God te komen. Het verlangen om dichter bij God te komen is een verlangen dat eigen is aan de mens die afgescheiden is van het continuüm. Het maakt niet uit hoe je het noemt: God, Allah, Tao, bevrijding, verlichting, ziel, eenheid, heelheid, liefde, geluk, genezing – het gaat om dat onbenoembare, dat ene, dat waarvan iedereen weet dat het bestaat maar wat ons ontglipt zo gauw we het proberen te benoemen, te pakken of te vangen in religie, methodes of regels.
Het celibaat werd binnen de katholieke kerk in de vierde eeuw na Christus ingesteld. Tot dan toe hadden priesters gewoon een vrouw en kinderen, wat betekende dat zijn rijkdommen na overlijden naar de oudste zoon gingen. Nadat het celibaat van kracht werd erfde de kerk de rijkdommen van de priesters, en dat was de bedoeling.
Ook in andere religies en spirituele stromingen zoals het boeddhisme en het taoïsme zie je dat het celibaat soms aangeraden wordt wanneer een man of vrouw met spirituele ambities om hulp vraagt. Wanneer het een levende religie betreft, dat wil zeggen: een spiritueel pad dat niet hypocriet is zoals de katholieke kerk, maar zich oprecht bezig houdt met bewustzijn en ontwikkeling, krijgt de novice altijd duidelijke instructies over hoe om te gaan met zijn of haar seksuele energie. Bij het taoïsme bestonden die instructies uit diepgaande kennis over de werking van seksuele energie in het lichaam, alsmede directe en heldere oefeningen waarmee de novice zijn seksuele energie in banen kon leiden en kon gebruiken voor zijn ontwikkeling. Deze instructies worden in de huidige taoïstische scholen nog steeds toegepast.
Het celibaat is alleen maar zinvol wanneer de novice hoe hij zijn seksuele energie kan beheren en transformeren. Wanneer hij dat niet weet zal hij proberen zijn seksuele energie te onderdrukken, iets wat onmogelijk is. Na vijf of vijftien jaar zal het er op de één of andere manier uit komen. Omdat er dan meestal geen gewillige vrouw voorhanden is wordt meestal een kind het slachtoffer – in het sociale isolement waarin de priester verkeert is dit meestal de makkelijkste optie, ook omdat hij zijn seksualiteit nooit heeft ontwikkeld. Dit is de reden van het wijdverbreide schandaal binnen de katholieke kerk.
Wat ís seksuele volwassenheid? Hoe ziet het eruit? Conform de voorgaande uiteenzetting zou je seksuele volwassenheid kunnen omschrijven als: ‘De natuurlijke manifestatie van seksuele energie bij een man of vrouw boven de 28 die de kans heeft gehad zijn seksualiteit volledig tot rijping te laten komen.’ Maar dan weet je nog niets. Je zou ook kunnen zeggen: ‘Seks waarbij noch verslaving, noch onderdrukking, noch beschadiging een rol spelen.’ Zijn wij, vrije mannen en vrouwen in de 21e eeuw, bevrijd van het juk van de kerk en de sociale controle van de buren, bevrijd van de vrouwenonderdrukking dankzij de emancipatie en het feminisme, bevrijd van het gevaar van ongewenste zwangerschappen door de pil en het condoom, bevrijd van het morele dogma en schuldgevoel dat ons eeuwen achtervolgd heeft, bevrijd van de financiële danwel sociale noodzaak te trouwen, bevrijd van het morele dogma dat je maar één partner mag hebben, bevrijd van de onwetendheid over seks dankzij internet en wetenschappelijk onderzoek, seksueel volwassen?
Nee. Dat zijn we niet. We zijn allemaal een unieke mengeling van natuurlijke en onnatuurlijke seksuele gedragingen en overtuigingen, van schuldgevoel en revolutionaire gevoelens, van conditionering en de weerstand daartegen, van verslaving en behoefte, van verlegenheid en arrogantie, van frustratie en plezier, van onvolwassen, puberaal seksueel gedrag tot af en toe volwassen seksueel gedrag, soms tot onze eigen verrassing.
De Inquisitie
De katholieke kerk heeft eeuwenlang haar dubieuze scepter gezwaaid over Europa, zowel politiek, sociaal, economisch als religieus. De macht van de kerk was zo groot dat de misdaden die uit naam van het geloof gepleegd werden door het volk gelaten werden aanvaard. Eén van die misdaden vond plaats over een periode van pakweg 400 jaar, van ca. 1400 tot 1800: de inquisitie. Begin 1800, in Spanje pas in 1834, werd de inquisitie in Europa opgeheven. In die vierhonderd jaar werden rond de 20 miljoen vrouwen en mannen gedood.
De inquisitie was zo grootschalig dat het de samenleving voor altijd veranderde. Twintig miljoen mensen, met name vrouwen, werden beschuldigd van ketterij, hekserij en seks met de duivel en werden gemarteld, verdronken en levend verbrand. De vrouwelijke waarden in de samenleving raakten zo gewond dat het patriarchaat zich kon vestigen om te blijven. Nog steeds leven de beelden van wat toen gebeurde voort in ons onbewuste, en komt ze via sprookjes en dromen tot leven. De toverkol met haar kromme neus met een harige wrat erop, haar kromme vingers met vieze, lange, puntige nagels, haar krakerige stem en bloedstollende lach, de kraai op haar schouder, de bezemsteel, de zwarte kat, haar zwarte cape en haar pan op het vuur, hangend aan een haak, waarin ze salamanderogen, vleermuizenbloed en ravenpoten doet en waaruit een gifgroene walm opstijgt, maar ook de engelachtige vrouw met lang blond haar en een witte jurk, voor wie de bloemen buigen, waar de vogeltjes voor zingen, de vlinders op haar vinger gaan zitten, de hertjes zich laten strelen. De vrouw die in een kring met de kinderen danst en op wie iedere man verliefd wordt, maar die door de wrede buitenwereld onterecht veroordeeld wordt. Zelfs in onze dromen zijn we verdeeld over wat we nou eigenlijk vinden van die heksen en strijden ons natuurlijke vertrouwen in deze wijze vrouwen met de geïndoctrineerde beelden waarmee de kerk ons vergiftigd heeft.
De inquisitie was geen strijd tussen mannen en vrouwen, maar een strijd tussen mannelijke en vrouwelijke waarden. Niet alle vrouwen werden verbrand, alleen maar een bepaald soort vrouwen, en niet alle mannen ontkwamen aan de brandstapel. De mannelijke magiërs, sjamanen, genezers, tovenaars en zonderlingen liepen evenveel gevaar als de vrouwen. Ook vrouwen deden mee aan de heksenjacht en verraadden de vrouw die ze kort tevoren nog geholpen had met hun bevalling, die de koorts van hun kinderen had verlicht en die advies had gegeven over hun problemen.
Het was geen strijd tussen mannen en vrouwen, het was een strijd om de macht. De kerk wilde de macht en kon daar geen mannen en vrouwen bij gebruikten die niet bang waren voor God. Ze konden geen wijze mensen gebruiken die vertrouwen hadden in de goedheid, de kracht en de heilzame werking van de natuur en om die reden geen behoefte hadden aan de indoctrinatie van een kerk die de natuur zelf afwezen en veroordeelden. Het waren dit soort mensen: natuurgenezers en magiërs, die de kerk wilde uitroeien, zodat ze haar macht kon vergroten. De wreedheid van de inquisitie bestond uit het afwijzen, veroordelen en onderdrukken van onze natuurlijkheid zélf door middel van angst en intimidatie. Een groot deel van de mensheid werd gegrepen door die angst en liet zich om die reden overhalen om hun vertrouwen in de natuur op te zeggen.
Macht voedt zich met angst. Wanneer een leider zijn macht en overwicht gebruikt om de mensen die hij zou moeten beschermen zoveel angst aan te jagen dat ze vrezen voor het leven van zichzelf en hun kinderen, kunnen deze haast niet anders dan vanuit hun aangeboren overlevingsdrang alles te doen om te overleven. Wat had je zelf gedaan als je had moeten kiezen tussen het opofferen van je kinderen of het verraden van onderduikers, of als je had moeten kiezen tussen het zelf verbrand worden of het verraden van je vroedvrouw?
De keus tussen het opgeven van onze menselijke waarden om te overleven is een kiezen tussen twee kwaden, maar veel mensen zullen voor het laatste kiezen. Wat moreel juist zou zijn blijft een mooi concept zolang je zelf niet in de ogen van het monster hebt gekeken. De meeste helden en heldinnen die hun joodse buren en zonderlinge dorpsbewoners niet verraden hebben zullen we nooit kennen.
Vanuit het perspectief van de kerk was de inquisitie geslaagd. Haar macht was sterker dan ooit tevoren en de meeste natuurgenezers waren dood. In plaats van om raad te vragen aan de wijze mannen en vrouwen die kennis hadden van de geheimen en geneeskracht van de natuur gingen mensen nu noodgedwongen naar de kerk, deels uit angst, deels omdat ze geïndoctrineerd waren en de leugens geloofden die ze opgedrongen hadden gekregen, en deels omdat ze geen ander houvast hadden.
Dit gebeurde ongeveer tweehonderd jaar geleden. Een opmerkelijk gegeven is dat de wereldbevolking sinds die tijd is verzesvoudigd tot meer dan zes miljard. Dat is nog nooit eerder in de geschiedenis van de mens voorgekomen. Is er een verband? Is het mogelijk dat het definitieve afscheid van een samenleving  die leefde volgens de natuurlijke richtlijnen van het continuüm zo’n explosieve, irrationele en onverantwoordelijke bevolkingsgroei heeft veroorzaakt? Wanneer je de paus in Rome hoort verkondigen dat condooms tegen de wil van God zijn is in ieder geval duidelijk dat de katholieke kerk zijn beste tijd heeft gehad.

[1] ‘Deliver us from evil’, Oscar-genomineerde documentaire uit 2007, geregisseerd door Amy Berg, over priester Oliver O’Grady, één van de daders.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s